94726/FT RK 98.616 · Rechtbank Utrecht
Legislator summary
AI generatedArrondissementsrechtbank te Utrecht Enkelvoudige kamer X., wonende ... verzoekster, heeft op 10 december 1998 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. overwegende, dat verzoekster aan haar verzoek onder meer ten grondslag heeft gelegd, dat zij een schuld van meer dan f 200.000,- aan haar ex-echtgenoot heeft. Op de desbetreffende vraag van de rechtbank heeft zij geantwoord dat zij geen andere schulden heeft; overwegende, dat ingevolge art. 284 lid 1 Fw. de rechtbank dient te toetsen of er sprake is van dat, er redelijkerwijs is te voorzien, dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; overwegende, dat het criterium, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, gelijk is aan dat terzake hetgeen de wet als criterium voor faillietverklaring stelt; overwegende, dat dit betekent dat als vereiste voor toepassing van de schuldsaneringsregeling pluraliteit van crediteuren geldt; overwegende, dat aan dat vereiste niet is voldaan; overwegende, dat om die reden het verzoek dient te worden afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedart. 284 lid 1 Fw; 94726/FT RK 98.616 · Rechtbank Utrecht: BESLISSING De rechtbank: - wijst het verzoek af; Gewezen door mr S.J.G.N.M. Willard, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 1998 in tegenwoordigheid van de griffier.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Arrondissementsrechtbank te Utrecht Enkelvoudige kamer X., wonende ... verzoekster, heeft op 10 december 1998 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. overwegende, dat verzoekster aan haar verzoek onder meer ten grondslag heeft gelegd, dat zij een schuld van meer dan f 200.000,- aan haar ex-echtgenoot heeft. Op de desbetreffende vraag van de rechtbank heeft zij geantwoord dat zij geen andere schulden heeft; overwegende, dat ingevolge art. 284 lid 1 Fw. de rechtbank dient te toetsen of er sprake is van dat, er redelijkerwijs is te voorzien, dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; overwegende, dat het criterium, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, gelijk is aan dat terzake hetgeen de wet als criterium voor faillietverklaring stelt; overwegende, dat dit betekent dat als vereiste voor toepassing van de schuldsaneringsregeling pluraliteit van crediteuren geldt; overwegende, dat aan dat vereiste niet is voldaan; overwegende, dat om die reden het verzoek dient te worden afgewezen.
BESLISSING De rechtbank: - wijst het verzoek af; Gewezen door mr S.J.G.N.M. Willard, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 1998 in tegenwoordigheid van de griffier.