Legislator Case Law & Legislation
250026/FT-RK 12.1166 ECLI:NL:RBSHE:2012:BX3663 AI generated

250026/FT-RK 12.1166 · Rechtbank 's-Hertogenbosch

Case Number 250026/FT-RK 12.1166
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht Rekestnummer : 250026/FT-RK 12.1166 Niet- ontvankelijkverklaring In de zaak van: [verzoeker] [woonplaats] is op 12 juli 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw). Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling.

Legislator headnote

AI generated

250026/FT-RK 12.1166 · Rechtbank 's-Hertogenbosch: Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling.

Keywords

AI generated
future claim remission of debt satisfaction of claim validity of debt recognition entitlement condition for benefits fraud on creditors
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH Sector civiel recht Rekestnummer : 250026/FT-RK 12.1166 Niet- ontvankelijkverklaring In de zaak van: [verzoeker] [woonplaats] is op 12 juli 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 juncto 285 Faillissementswet (Fw). Ingevolge artikel 285 lid 1 sub f Fw, dient in het verzoekschrift of een daarbij te voegen bijlage, te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheid bestaat om te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling.

In de bij bovengenoemd verzoekschrift gevoegde verklaring wordt door de kredietbank echter volstaan met de mededeling dat het minnelijke traject niet is gestart omdat de schulden niet te goeder trouw zouden zijn ontstaan. De rechtbank merkt op dat zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen de schuldsaneringsregeling niet van toepassing kan worden verklaard (kamerstukken II, vergaderjaar 1997/1998, 25672 nr 3). Het feit dat verzoeker volgens zijn schuldhulpverlener niet te goeder trouw zou zijn geweest ten aanzien van zijn schulden is naar het oordeel van de rechtbank geen reden om de schuldeisers geen minnelijk aanbod te doen.

Wanneer er werkelijk sprake zou zijn van een gebrek aan goeder trouw, waaruit kan volgen dat de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling onmogelijk wordt, zou het naar het oordeel van de rechtbank juist voor de hand liggen de mogelijkheid van een minnelijke regeling extra zorgvuldig te onderzoeken. De rechtbank merkt overigens op dat het aan de rechtbank is om te beoordelen of de goeder trouw van een verzoeker voldoende aannemelijk is. De rechtbank stelt vast dat voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling geen deugdelijke poging is ondernomen om te komen tot een buitenrechtelijke schuldregeling.

Verzoeker dient eerst de mogelijkheid van een minnelijk traject te onderzoeken voordat hij gebruik kan maken van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaart verzoeker derhalve niet ontvankelijk op grond van artikel 285 lid 1 sub a en f Fw. Beschikkende De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Gewezen door mr. P.P.M. van der Burgt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.