ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4553 · Rechtbank 's-Gravenhage
Legislator summary
AI generatedOntstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft eiser op 27 februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. 1.2. Bij faxbericht van 7 augustus 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, nadat de rechtbank het vorige beroep van eiser tegen het voortduren van zijn bewaring bij uitspraak van 11 juli 2012 ongegrond heeft verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBSGR:2012:BX4553 · Rechtbank 's-Gravenhage: Overwegingen 2.1. De rechtbank constateert dat eiser na aanpassing van de data dezelfde gronden heeft aangevoerd als in de procedure bekend onder nummer AWB 12/20751. In die procedure is het beroep ongegrond verklaard. Eiser heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot een ander oordeel. 2.2. Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 2.3. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Dordrecht Sector Bestuursrecht Vreemdelingenkamer procedurenummer: AWB 12/25074, V-nummer: [nummer], uitspraak van de enkelvoudige kamer in het geding tussen [naam], eiser, gemachtigde: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver, advocaat te Wassenaar, en de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft eiser op 27 februari 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. 1.2. Bij faxbericht van 7 augustus 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring, nadat de rechtbank het vorige beroep van eiser tegen het voortduren van zijn bewaring bij uitspraak van 11 juli 2012 ongegrond heeft verklaard.
2. Overwegingen 2.1. De rechtbank constateert dat eiser na aanpassing van de data dezelfde gronden heeft aangevoerd als in de procedure bekend onder nummer AWB 12/20751. In die procedure is het beroep ongegrond verklaard. Eiser heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die aanleiding geven tot een ander oordeel. 2.2. Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 2.3. Gezien het voorgaande beslist de rechtbank als volgt.
3. Beslissing De rechtbank 's-Gravenhage: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Aldus gegeven door mr. J.J. Klomp, rechter, en door deze en C. Groenewegen, griffier, ondertekend.