Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966 ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Utrecht Sector bestuursrecht Vreemdelingenkamer zaaknummers: AWB 12/9859 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], geboren op [1979], van gestelde Oekraïense nationaliteit, eiseres gemachtigde: mr. P.R. Klaver, advocaat te Bergen op Zoom, en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder, gemachtigde: mr. S.Faddach Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2012 heeft verweerder aan eiseres het besluit opgelegd dat zij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Het besluit omvat tevens een inreisverbod voor de periode van twee jaar.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 75 van de Vw, Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966 · Rechtbank 's-Gravenhage: De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod niet is opgenomen in artikel 75 van de Vw, zodat tegen een inreisverbod geen rechtstreeks beroep, maar bezwaar openstaat. De rechtbank zal het beroep, voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod, aan verweerder doorzenden om als bezwaar te worden behandeld. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk; - zendt het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, door aan verweerder om dit als bezwaar te behandelen; - wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Keywords

AI generated
entry permit removal retroactive residence permit reconsideration of expulsion lawful return exclusion of renvoi

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht
Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het terugkeerbesluit van 22 maart 2011 niet als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan gelden.
artikel 75 van de Vw
De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod niet is opgenomen in artikel 75 van de Vw, zodat tegen een inreisverbod geen rechtstreeks beroep, maar bezwaar openstaat.
Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Utrecht Sector bestuursrecht Vreemdelingenkamer zaaknummers: AWB 12/9859 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], geboren op [1979], van gestelde Oekraïense nationaliteit, eiseres gemachtigde: mr. P.R. Klaver, advocaat te Bergen op Zoom, en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder, gemachtigde: mr. S.Faddach Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2012 heeft verweerder aan eiseres het besluit opgelegd dat zij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Het besluit omvat tevens een inreisverbod voor de periode van twee jaar.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld bij deze rechtbank. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2012. Eiseres is niet verschenen. Haar gemachtigde is met bericht niet verschenen, maar heeft bij faxbericht van 30 maart 2012 gronden ingediend. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiseres voert aan dat het niet noodzakelijk was om aan haar een terugkeerbesluit en inreisverbod op te leggen. Eiseres stelt dat zij niet is gehoord en dat verweerder het besluit niet heeft gemotiveerd.

Ten aanzien van de duur van het inreisverbod voert eiseres aan dat de ernst van de situatie deze niet noodzakelijk maakt en dat geen rekening is gehouden met medische en andere humanitaire factoren.

2. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 4 februari 2011 een aanvraag heeft ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluit van 14 februari 2011 is deze aanvraag afgewezen en is tevens aan eiseres te kennen gegeven dat zij Nederland dient te verlaten. Bij uitspraak van 14 maart 2011 heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats onder meer het beroep tegen het besluit van 14 februari 2011 ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank dient deze afwijzing tevens als terugkeerbesluit te worden aangemerkt. Nu is gesteld noch gebleken dat eiseres na 14 februari 2011 de Europese Unie heeft verlaten, is dit terugkeerbesluit nog steeds van kracht. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het terugkeerbesluit van 22 maart 2011 niet als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan gelden. Het beroep, voor zover dat is gericht tegen het terugkeerbesluit, dient daarom niet ontvankelijk te worden verklaard.

3. Nu het terugkeerbesluit, waarin het inreisverbod is vervat, niet als besluit kan worden aangemerkt, is het inreisverbod naar het oordeel van de rechtbank geen onderdeel van een besluit, maar een zelfstandig besluit.

4. De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod niet is opgenomen in artikel 75 van de Vw, zodat tegen een inreisverbod geen rechtstreeks beroep, maar bezwaar openstaat. De rechtbank zal het beroep, voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod, aan verweerder doorzenden om als bezwaar te worden behandeld. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk; - zendt het beroep, voor zover gericht tegen het inreisverbod, door aan verweerder om dit als bezwaar te behandelen; - wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.E. Scheepers-Van Die, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins-Langedijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2012. griffier rechter Afschrift aan partijen verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de maatregel van bewaring, kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, kunnen partijen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van "Hoger beroep vreemdelingenzaken", Postbus 16113, 2500 BC Den Haag.

Het beroepschrift dient één of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.