Legislator Case Law & Legislation
406923 11-3157 ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8327 AI generated

406923 11-3157 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number 406923 11-3157
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige kamer Rekestnummer: 11-3157 Zaaknummer: 406923 Datum beschikking: 13 december 2011 Beschikking op het op 14 november 2011 ingekomen verzoekschrift van: [de moeder], de moeder, wonende te [woonplaats moeder], advocaat: mr. T.C. ten Rouwelaar te Amsterdam. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de vader], de vader, wonende te [woonplaats vader], advocaat: mr. M.S. Odink te 's-Gravenhage, mr. B.C.V.J. van Leur, de bijzondere curator van de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], (hierna de minderjarige), kind van de moeder en vader voornoemd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 810a lid 2 Rv, artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 810a Rv; 406923 11-3157 · Rechtbank 's-Gravenhage: Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Verzoek De moeder verzoekt namens de minderjarige om een contra-expertise als bedoeld in artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) in de zaken met zaaknummers 382719 en 402420 (gezag, omgang, vernietiging erkenning en ondertoezichtstelling). Beoordeling Artikel 810a lid 2 Rv. regelt het recht op (contra-)expertise. Het geeft de ouders in zaken betreffende ondertoezichtstelling, ontheffing en ontzetting van het ouderlijke gezag of van de voogdij (kortweg: kinderbeschermingszaken) het recht de rechtbank te verzoeken een deskundige te benoemen.

Keywords

AI generated
right to know one's parentage medical needs of child inadequate psychiatric report supplementary medical examination parent-child relationship hearing of a parent

Cited Legislation

AI generated
Artikel 810a lid 2 Rv
Beoordeling Artikel 810a lid 2 Rv.
artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek
Anders dan de advocaat van de moeder kennelijk meent, kan aan artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de ouder met gezag de minderjarige vertegenwoordigt in burgerlijke zaken, zowel in als buiten rechte, niet een recht op het indienen van een verzoek op basis van artikel 810a Rv.
artikel 810a Rv
Anders dan de advocaat van de moeder kennelijk meent, kan aan artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de ouder met gezag de minderjarige vertegenwoordigt in burgerlijke zaken, zowel in als buiten rechte, niet een recht op het indienen van een verzoek op basis van artikel 810a Rv.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige kamer Rekestnummer: 11-3157 Zaaknummer: 406923 Datum beschikking: 13 december 2011 Beschikking op het op 14 november 2011 ingekomen verzoekschrift van: [de moeder], de moeder, wonende te [woonplaats moeder], advocaat: mr. T.C. ten Rouwelaar te Amsterdam. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de vader], de vader, wonende te [woonplaats vader], advocaat: mr. M.S. Odink te 's-Gravenhage, mr. B.C.V.J. van Leur, de bijzondere curator van de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], (hierna de minderjarige), kind van de moeder en vader voornoemd.

Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift. Verzoek De moeder verzoekt namens de minderjarige om een contra-expertise als bedoeld in artikel 810a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) in de zaken met zaaknummers 382719 en 402420 (gezag, omgang, vernietiging erkenning en ondertoezichtstelling). Beoordeling Artikel 810a lid 2 Rv. regelt het recht op (contra-)expertise. Het geeft de ouders in zaken betreffende ondertoezichtstelling, ontheffing en ontzetting van het ouderlijke gezag of van de voogdij (kortweg: kinderbeschermingszaken) het recht de rechtbank te verzoeken een deskundige te benoemen.

Volgens de letter van de wet kan slechts de ouder een dergelijk verzoek indienen. Gelet op de wetsgeschiedenis van laatstgenoemd artikel ziet de rechtbank geen aanleiding deze bevoegdheid ook aan het kind zelf toe te kennen (Kamerstukken II 1993-1994, 22 487, nrs. 13 en 18). Anders dan de advocaat van de moeder kennelijk meent, kan aan artikel 1:245 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de ouder met gezag de minderjarige vertegenwoordigt in burgerlijke zaken, zowel in als buiten rechte, niet een recht op het indienen van een verzoek op basis van artikel 810a Rv. namens de minderjarige worden ontleend.

Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De rechtbank: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, bijgestaan door mr. B. Laterveer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2011.