Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3633 ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3633 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3633 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3633
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Procesverloop Op 22 augustus 2011 heeft verzoeker opnieuw een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 30 augustus 2011 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 30 augustus 2011 is daartegen beroep ingesteld. Verzoeker mag de behandeling daarvan niet in Nederland afwachten. Bij verzoek van 30 augustus 2011 is verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot in beroep is beslist. Het verzoek is ter zitting van 29 september 2011 behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.W.B. van Twist, kantoorgenoot van de gemachtigde. Ook verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:86 van de Awb, Artikel 85 van de Vw 2000, Artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3633 · Rechtbank 's-Gravenhage: Gelet op het vorenstaande dient het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb te worden vernietigd. De rechter komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. 2.4 Omdat nader onderzoek niet tot een andere uitkomst zal leiden, verklaart de rechter met toepassing van artikel 8:86 van de Awb het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Het verzoek een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen. 2.5 Er bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van de zaak redelijkerwijs heeft moeten maken.

Keywords

AI generated
review of asylum application unreasonableness of expulsion applicability of immigration law suspension of naturalization border checks, asylum and immigration entry permit proceedings

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:86 van de Awb
2.4 Omdat nader onderzoek niet tot een andere uitkomst zal leiden, verklaart de rechter met toepassing van artikel 8:86 van de Awb het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.
Artikel 85 van de Vw 2000
Artikel 85 van de Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat.
Artikel 6:6 van de Awb
Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE nevenzittingsplaats Zwolle Sector Bestuursrecht, Voorzieningenrechter Registratienummer: Awb 11/28128 (voorlopige voorziening) Awb 11/28127 (beroep) Uitspraak in het geding tussen: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] van Somalische nationaliteit, IND dossiernummer [nummer], verzoeker, gemachtigde mr. K. Wijnmalen, advocaat te Dordrecht; en de minister voor Immigratie en Asiel (Immigratie- en Naturalisatiedienst), te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door mr. H.R. Nobel, ambtenaar ten departemente, verweerder.

1. Procesverloop Op 22 augustus 2011 heeft verzoeker opnieuw een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Bij besluit van 30 augustus 2011 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Bij brief van 30 augustus 2011 is daartegen beroep ingesteld. Verzoeker mag de behandeling daarvan niet in Nederland afwachten. Bij verzoek van 30 augustus 2011 is verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot in beroep is beslist. Het verzoek is ter zitting van 29 september 2011 behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.W.B. van Twist, kantoorgenoot van de gemachtigde. Ook verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen.

2. Overwegingen 2.1 De voorzieningenrechter (hierna: rechter) stelt vast dat wordt voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De rechter zal toetsen of het beroep een redelijke kans van slagen heeft en of bij afweging van de betrokken belangen uitzetting van verzoeker in afwachting van de beslissing op beroep moet worden verboden. 2.2 Niet in geschil is dat de door verzoeker ingediende zienswijze op het voornemen tijdig is ingediend en verweerder de zienswijze niet bij de beoordeling van de opvolgende aanvraag van verzoeker heeft betrokken. 2.3 De rechter is met verzoeker van oordeel dat verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 3.114 van het Vreemdelingenbesluit 2000, ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de door verzoeker ingediende zienswijze.

Het ter zitting gevoerde betoog van verweerder dat thans sprake is van een opvolgende asielaanvraag, en het aan de rechter is om ambtshalve te beoordelen of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, kan hieraan niet afdoen. De rechter acht daartoe, conform de geldende jurisprudentie, redengevend dat de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen dient te worden aangemerkt als een essentieel onderdeel van de procedure die voorafgaat aan de totstandkoming van het besluit op de aanvraag. Door de rechter te laten beoordelen of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden wordt, te meer nu de aanvraag is afgedaan binnen het bestek van de algemene asielprocedure, onvoldoende recht gedaan aan de waarborg die de voornemenprocedure beoogt te bieden.

Gelet op het vorenstaande dient het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb te worden vernietigd. De rechter komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. 2.4 Omdat nader onderzoek niet tot een andere uitkomst zal leiden, verklaart de rechter met toepassing van artikel 8:86 van de Awb het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Het verzoek een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen. 2.5 Er bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van de zaak redelijkerwijs heeft moeten maken.

Deze kosten worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaald op € 1311,-- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 437,--; wegingsfactor 1).

3. Beslissing De voorzieningenrechter: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 30 augustus 2011; - bepaalt dat verweerder opnieuw op de aanvraag dient te beslissen, met inachtneming van deze uitspraak; - veroordeelt verweerder in de proceskosten, ten bedrage van € 1311,=, te voldoen aan verzoeker; - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Bruggen, rechter, en door deze en mr. M.J.S. Benning als griffier ondertekend. Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2011. Afschrift verzonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak, voor zover daarbij in de hoofdzaak is beslist, kunnen partijen binnen één week na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “Hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Artikel 85 van de Vw 2000 bepaalt in dat verband dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak bevat. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.