Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183 ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Groningen Sector Bestuursrecht Vreemdelingenkamer Zaaknummer: Awb 10/33549 Uitspraak in het geschil tussen: [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1984,V-nummer [V-nummer],eiser,van Guinese nationaliteit, gemachtigde: mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer, en DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL, (Immigratie-en Naturalisatiedienst), te 's-Gravenhage, verweerder, gemachtigde: mr. J.C. aan het Goor, ambtenaar ten departemente. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. Bij brief van 3 december 2008 heeft eiser op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) aan verweerder verzocht uitzetting achterwege te laten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 85 Vw 2000, artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht, Artikel 6:6 Awb; ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4183 · Rechtbank 's-Gravenhage: Voorts stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat eiser, hoewel hij daartoe ingevolge artikel 4.37 van het Vreemdelingenbesluit 2000 verplicht was, een adreswijziging aan verweerder bekend heeft gemaakt. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 januari 2005, LJN AT7012. De rechtbank is voorts van oordeel dat, hoewel de gemachtigde heeft gesteld dat hij telefonisch contact heeft (gehad) met eiser, deze enkele mededeling van de gemachtigde onvoldoende is om aan te nemen dat eiser zich in Nederland bevindt, daargelaten de vraag waar dat dan precies zou zijn.

Keywords

AI generated
notification of address change domicile abroad absence without leave unlawful stay habitual residence permanent residence permit

Cited Legislation

AI generated
artikel 85 Vw 2000
Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht (Awb), één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten.
artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht (Awb), één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten.
Artikel 6:6 Awb
Artikel 6:6 Awb is niet van toepassing, indien niet is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6:5, eerste lid, onder c en d, Awb of aan het eerste lid of tweede lid van artikel 85 Vw 2000.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE Nevenzittingsplaats Groningen Sector Bestuursrecht Vreemdelingenkamer Zaaknummer: Awb 10/33549 Uitspraak in het geschil tussen: [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1984,V-nummer [V-nummer],eiser,van Guinese nationaliteit, gemachtigde: mr. T. Bruinsma, advocaat te Lemmer, en DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL, (Immigratie-en Naturalisatiedienst), te 's-Gravenhage, verweerder, gemachtigde: mr. J.C. aan het Goor, ambtenaar ten departemente. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. Bij brief van 3 december 2008 heeft eiser op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) aan verweerder verzocht uitzetting achterwege te laten.

Verweerder heeft bij besluit van 10 mei 2010 afwijzend op de aanvraag beslist. Eiser heeft daartegen op 7 juni 2010 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 24 september 2010 heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 1.2. Bij beroepschrift van 24 september 2010 heeft eiser tegen het hiervoor genoemde besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiser heeft op 29 oktober 2010 de gronden van beroep ingediend. 1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiser toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld nadere gegevens te verstrekken.

Verweerder heeft op 20 januari 2011 een verweerschrift ingediend. 1.4. Bij brief van 11 februari 2011 heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd een nadere reactie gegeven op het verweerschrift. 1.5. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 16 februari 2011. Eiser en zijn gemachtigde zijn daar niet verschenen. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank daarvan vooraf, op 14 februari 2011, schriftelijk in kennis gesteld. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. Het onderzoek is ter zitting gesloten. 2Rechtsoverwegingen 2.1. De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of eiser ontvankelijk is in zijn beroep.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. 2.2. Verweerder heeft naar voren gebracht dat eiser met ingang van 25 mei 2010 met onbekende bestemming is vertrokken. Eiser heeft aan verweerder geen adreswijziging doorgegeven. De gemachtigde van eiser heeft in zijn brief van 11 februari 2011 verklaard dat eiser niet met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij nog altijd in Nederland verblijft. De gemachtigde heeft telefonisch contact met hem (gehad). 2.3. De rechtbank stelt vast dat blijkens het zogenoemde M100-formulier, afkomstig van de korpschef van regionaal politiekorps Twente (processtuk B153), eiser op 25 mei 2010 zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten.

Voorts stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat eiser, hoewel hij daartoe ingevolge artikel 4.37 van het Vreemdelingenbesluit 2000 verplicht was, een adreswijziging aan verweerder bekend heeft gemaakt. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 januari 2005, LJN AT7012. De rechtbank is voorts van oordeel dat, hoewel de gemachtigde heeft gesteld dat hij telefonisch contact heeft (gehad) met eiser, deze enkele mededeling van de gemachtigde onvoldoende is om aan te nemen dat eiser zich in Nederland bevindt, daargelaten de vraag waar dat dan precies zou zijn.

De gemachtigde heeft hierover geen informatie verschaft. De rechtbank weegt bij zijn oordeel mee dat eiser niet ter zitting van de rechtbank is verschenen en dat hij ook overigens geen teken van leven heeft gegeven. 2.4. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat voldoende vast is komen te staan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij daarom geen belang heeft bij de beoordeling door de rechtbank van de rechtmatigheid van het besluit van 24 september 2010. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard. Hetgeen overigens is aangevoerd, behoeft geen bespreking. 2.5.

Voor veroordeling overeenkomstig artikel 8:75, eerste lid, Awb van een partij in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, bestaat thans aanleiding. 3Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. A.S. Venema-Dietvorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. E.H. Pot als griffier op 9 mei 2011. de griffier de rechter Tegen de uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage.

Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht (Awb), één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 Awb is niet van toepassing, indien niet is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6:5, eerste lid, onder c en d, Awb of aan het eerste lid of tweede lid van artikel 85 Vw 2000. Afschrift verzonden: