Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3248 ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3248 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3248 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3248
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 1, enkelvoudige kamer Reg.nr.: AWB 10/2147 WWB Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) In het geding tussen [Eiseres], wonende te [plaats], en het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder. I ZITTING Op 29 september 2010 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen. In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het beroep van eiseres ten aanzien van de vakantieduur geen doel treft. De rechtbank ziet geen aanleiding daarop terug te komen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht, art. 3:2 van de Awb; ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3248 · Rechtbank 's-Gravenhage: Dit betekent dat om redenen die in de risicosfeer van eiseres liggen de door eiseres ingeroepen medische feiten en omstandigheden omtrent haar langere verblijf in India niet door een arts van verweerder geverifieerd konden worden, zodat haar beroep op het bepaalde in artikel 16, eerste lid van de WWB niet kan slagen. Nu in het bestreden besluit sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek, wordt het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met art. 3:2 van de Awb. De rechtbank ziet aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten aangezien de inhoud van het besluit voor juist moet worden gehouden.

Keywords

AI generated
outdated medical report inadequate medical examination deportation despite health issues failure to prove deterioration health certificate false medical certificate

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
art. 3:2 van de Awb
Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met art. 3:2 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Afdeling 1, enkelvoudige kamer Reg.nr.: AWB 10/2147 WWB Proces-verbaal van de mondelinge UITSPRAAK ingevolge artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) In het geding tussen [Eiseres], wonende te [plaats], en het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer, verweerder. I ZITTING Op 29 september 2010 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen. In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het beroep van eiseres ten aanzien van de vakantieduur geen doel treft. De rechtbank ziet geen aanleiding daarop terug te komen.

Eiseres heeft tevens een beroep gedaan op dringende redenen zoals neergelegd in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Eiseres heeft medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar stelling dat zij vanwege ziekte niet in staat was tijdig naar Nederland terug te keren. De rechtbank heeft geconstateerd dat verweerder geen medisch oordeel van een arts over de door eiseres overgelegde stukken van een arts uit India heeft overgelegd. De rechtbank heeft verweerder bij tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld dit zorgvuldigheidsgebrek te herstellen.

Verweerder heeft aan de opdracht in de tussenuitspraak uitvoering gegeven door een arts van de GGD Zuid-Holland West (hierna: de GGD) te verzoeken de medische stukken die eiseres heeft overgelegd te bestuderen en eiseres uit te nodigen voor een gesprek/onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de uitvoering van de tussenuitspraak. De GGD heeft eiseres schriftelijk uitgenodigd voor een afspraak op 21 oktober 2010. Eiseres heeft zich op 20 oktober 2010 telefonisch afgemeld. De GGD heeft eiseres vervolgens wederom schriftelijk uitgenodigd voor een afspraak op 1 november 2010.

Omdat eiseres zonder bericht niet op de afspraak is verschenen, heeft de GGD het dossier aan verweerder geretourneerd. Verweerder heeft de rechtbank bij brief van 4 november 2010, ingekomen bij de rechtbank op 8 november 2010 laten weten niet in staat te zijn te laten beoordelen of eiseres in staat moet worden geacht te reizen gedurende de in het geschil zijnde periode, omdat eiseres niet op de afspraken bij de GGD is verschenen. Verweerder stelt zich op het standpunt het zorgvuldigheidsgebrek voldoende te hebben gecorrigeerd. Op 22 april 2011 is het beroep op zitting behandeld.

Eiseres is in persoon verschenen bijgestaan door haar moeder. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. II OVERWEGINGEN Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij de sleutel van haar brievenbus kwijt was, waardoor zij 2 à 3 weken haar brievenbus niet heeft kunnen legen. Hierdoor heeft zij de tweede uitnodiging van de GGD niet tijdig gezien. Tussen partijen is niet in geding dat eiseres tweemaal schriftelijk door de GGD is uitgenodigd en dat eiseres beide uitnodigingen heeft ontvangen.

Echter omdat eiseres, naar zij stelt, de sleutel van de brievenbus kwijt was heeft zij de tweede uitnodiging te laat gezien. De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen daarvan voor haar rekening en risico dienen te blijven. Daarbij betrekt de rechtbank dat het twee tot drie weken heeft geduurd, uitgaande van hetgeen eiseres ter zitting heeft verklaard, voordat zij weer bij haar post kon komen. Kennelijk is eiseres weinig voortvarend te werk gegaan om weer bij haar ppost te kunnen komen, hetgeen te meer relevant is nu zij wist dat zij een nieuwe oproep van de GGD tegemoet kon zien.

Dit betekent dat om redenen die in de risicosfeer van eiseres liggen de door eiseres ingeroepen medische feiten en omstandigheden omtrent haar langere verblijf in India niet door een arts van verweerder geverifieerd konden worden, zodat haar beroep op het bepaalde in artikel 16, eerste lid van de WWB niet kan slagen. Nu in het bestreden besluit sprake is van een zorgvuldigheidsgebrek, wordt het beroep gegrond verklaard. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met art. 3:2 van de Awb. De rechtbank ziet aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten aangezien de inhoud van het besluit voor juist moet worden gehouden.

Nu niet is gebleken van kosten die daarvoor in aanmerking komen, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. III BESLISSING De rechtbank 's-Gravenhage, RECHT DOENDE: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; gelast verweerder aan eiseres het door haar gestorte griffierecht van € 41,00 te vergoeden; Aldus vastgesteld door mr. J.L. Verbeek, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M. Kraan. Uitgesproken in het openbaar op 22 april 2011.

RECHTSMIDDEL Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.