AWB 10 / 31330 · Rechtbank 's-Gravenhage
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK ’s-GRAVENHAGE Sector Bestuursrecht Zittinghoudende te Amsterdam zaaknummer: AWB 10 / 31330 V-nr: [X] Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 22 september 2010 in het geding tussen: [eiser], geboren op [geboortedatum] 1983, van gestelde Afghaanse nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. drs. A. Hol, advocaat te Haarlem en: de minister van Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. P.E.G. Heijdanus Meershoek, werkzaam bij de Immigratie en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Legislator headnote
AI generatedartikel 59 lid 4 van de Vw 2000; AWB 10 / 31330 · Rechtbank 's-Gravenhage: Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2010. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af. Motivering De rechtbank begrijpt het betoog van eiser aldus dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig is vanaf het moment dat de termijn genoemd in art. 3.114 lid 1 van het Vb 2000 door verweerder is overschreden, omdat deze overschrijding aan verweerder toerekenbaar is.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE Sector Bestuursrecht Zittinghoudende te Amsterdam zaaknummer: AWB 10 / 31330 V-nr: [X] Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 22 september 2010 in het geding tussen: [eiser], geboren op [geboortedatum] 1983, van gestelde Afghaanse nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. drs. A. Hol, advocaat te Haarlem en: de minister van Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. P.E.G. Heijdanus Meershoek, werkzaam bij de Immigratie en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 september 2010. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af. Motivering De rechtbank begrijpt het betoog van eiser aldus dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig is vanaf het moment dat de termijn genoemd in art. 3.114 lid 1 van het Vb 2000 door verweerder is overschreden, omdat deze overschrijding aan verweerder toerekenbaar is.
De rechtbank stelt vast dat ingevolge artikel 59 lid 4 van de Vw 2000 vreemdelingenbewaring krachtens art. 59 lid 1 sub b van de Vw 2000 vier tot zes weken mag duren. Daargelaten de vraag of in eisers asielzaak in strijd met artikel 3.114 is gehandeld, volgt naar het oordeel van de rechtbank noch uit de wet noch anderszins dat een aan verweerder toerekenbare overschrijding van de in artikel 3.114, lid 1, van het Vb 2000 genoemde termijn tot onrechtmatigheid van de bewaring moet leiden. Eiser heeft geen andere gronden aangevoerd die de onrechtmatigheid van de voortduring van de inbewaringstelling zouden onderbouwen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. mr. C.E. van Diepen mr. R.H.G. Odink griffier rechter afschrift verzonden op: Conc.: LvD Coll: D: B VK Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.