Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904 ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 07/285 ZW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak op het verzet van [opposant], wonende te [woonplaats], opposant. Ontstaan en loop van het geding Bij uitspraak van 26 april 2007 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 3 december 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 29 mei 2007 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb, artikel 6:17 van de Awb; ECLI:NL:RBSGR:2007:BD0904 · Rechtbank 's-Gravenhage: AWB 07/285 ZW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak op het verzet van [opposant], wonende te [woonplaats], opposant. Ontstaan en loop van het geding Bij uitspraak van 26 april 2007 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 3 december 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 29 mei 2007 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:54 van de Awb artikel 6:17 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht
AWB 07/285 ZW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak op het verzet van [opposant], wonende te [woonplaats], opposant.
artikel 8:54 van de Awb
De rechtbank is gelet op de stukken en hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd van oordeel dat het beroep ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk is verklaard.
artikel 6:17 van de Awb
Ingevolge artikel 8:24, eerste lid van de Awb juncto artikel 6:17 van de Awb is de rechtbank gehouden alle processtukken in ieder geval naar de gemachtigde te zenden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 07/285 ZW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak op het verzet van [opposant], wonende te [woonplaats], opposant. Ontstaan en loop van het geding Bij uitspraak van 26 april 2007 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 3 december 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 29 mei 2007 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak.

Het verzet is behandeld ter zitting van 9 oktober 2007. Motivering Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, Awb, heeft de verzetsmogelijkheid alleen betrekking op de vraag of de rechtbank terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Verzet levert dus geen behandeling ten gronde van de hoofdzaak op (MvT, Parl. Gesch. Awb II, p. 452). Het gaat alleen om een beoordeling van de "kennelijkheid" van het door de rechtbank uitgesproken niet-ontvankelijkheid. De rechtbank is gelet op de stukken en hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd van oordeel dat het beroep ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk is verklaard.

Vastgesteld moet worden dat, terwijl het beroepschrift namens opposant door haar gemachtigde mr. I. de Vink is ingediend, de correspondentie met betrekking tot het verschuldigde griffierecht uitsluitend aan opposant is verzonden. Deze blijkt de Nederlandse taal niet machtig en heeft in verband daarmee zich juist laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Ingevolge artikel 8:24, eerste lid van de Awb juncto artikel 6:17 van de Awb is de rechtbank gehouden alle processtukken in ieder geval naar de gemachtigde te zenden. Dat is blijkens het voorgaande niet gebeurd.

Hierin ziet de rechtbank aanleiding eiseres met betrekking tot de niet tijdige voldoening van het verschuldigde griffierecht niet in verzuim te achten. Het verzet is daarom gegrond. Dat betekent dat de uitspraak waartegen verzet is gedaan vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Het bestuursorgaan wordt in de door opposant gemaakte proceskosten in verzet veroordeeld. Deze kosten zijn op de voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 161,00 voor het indienen van het verzetschrift (0,5 punt x € 322,00) bij een zaak van gemiddeld gewicht (1).

Omdat ten behoeve van opposant een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb de betaling aan de griffier te geschieden. Beslissing De rechtbank ’s-Gravenhage, RECHT DOENDE: verklaart het verzet gegrond; veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als rechtspersoon in de proceskosten ten bedrage van € 161,00, welke kosten aan de griffier dienen te worden vergoedt. Aldus gegeven door mr. M.C.J.A. Huijgens en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2007, in tegenwoordigheid van de griffier mr.

W. Goederee.