Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957 ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank ‘s-Gravenhage sector bestuursrecht tweede afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 05/1381 WWB UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij schrijven van 1 maart 2005, bij de rechtbank ingekomen op 4 maart 2005, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 26 januari 2005. Motivering Eiser is voor het door hem ingestelde beroep € 37,-- aan griffierecht verschuldigd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBSGR:2005:AT9957 · Rechtbank 's-Gravenhage: AWB 05/1381 WWB UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij schrijven van 1 maart 2005, bij de rechtbank ingekomen op 4 maart 2005, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 26 januari 2005. Motivering Eiser is voor het door hem ingestelde beroep € 37,-- aan griffierecht verschuldigd.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
AWB 05/1381 WWB UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank ‘s-Gravenhage sector bestuursrecht tweede afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 05/1381 WWB UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij schrijven van 1 maart 2005, bij de rechtbank ingekomen op 4 maart 2005, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 26 januari 2005. Motivering Eiser is voor het door hem ingestelde beroep € 37,-- aan griffierecht verschuldigd.

Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, tweede lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van het beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Eiser is bij aangetekende brief van 20 april 2004 voor de tweede maal op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. Daarbij is meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na dagtekening van deze brief moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank.

Tevens is vermeld dat, indien van deze gelegenheid niet binnen de termijn gebruik is gemaakt, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Deze brief is op 19 mei 2005 als onbestelbaar aan de rechtbank geretourneerd waarbij is vemeld dat eiser niet van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt dit poststuk af te halen aan het postkantoor. Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de rechtbank bijgeschreven en evenmin binnen die termijn ter griffie gestort. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest.

Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank 's-Gravenhage, RECHT DOENDE: Verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord. Aldus gegeven door mr. C.J. Waterbolk en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2005, in tegenwoordigheid van de griffier P. den Heijer-Keus.

Voor eensluidend afschrift, de griffier van de rechtbank 's-Gravenhage, Verzonden op: