Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8163 ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8163 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8163 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8163
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector kanton – locatie ‘s-Gravenhage Rolnr: 417650/04-11300 6 juli 2004 Vonnis ex art 254 Rv. in de zaak van: [ ] [eiser], [adres], verder ook te noemen eiser, gemachtigde: mr. R.G. Prakke, tegen de stichting Nederlandse Hartstichting gevestigd te ‘s-Gravenhage, verder ook te noemen gedaagde, gemachtigde: mr. C.J. Hagen, vrijwillig verschenen. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding en de conclusie van antwoord tevens pleitaantekeningen, beiden met producties, alsmede van de pleitaantekeningen van eiser.

Legislator headnote

AI generated

art 254 Rv, art. 7:685 BW; ECLI:NL:RBSGR:2004:AP8163 · Rechtbank 's-Gravenhage: Door eiser is ter griffie ook nog een videoband gedeponeerd. Tegelijkertijd met dit kort geding heeft tussen partijen een procedure ex art. 7:685 BW ge-diend, waarin partij [eiser] als verweerder is opgetreden. Het kort geding strekt tot wedertewerkstelling van [eiser] bij de Nederlandse Hart-stichting. In beide procedures heeft op 15 juni 2004 een mondelinge behandeling plaats gevonden. De uitspraak is bepaald op heden. De beschikking ex art. 7:685 BW wordt aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan onverbre-kelijk deel uit. Beoordeling De beschikking ex art 7: 685 BW bevat de afwijzing van het verzoek van de Nederlandse Hartstichting om de arbeidsovereenkomst met eiser te ontbinden.

Keywords

AI generated
art 254 Rv art. 7:685 BW

Cited Legislation

AI generated
art 254 Rv
RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector kanton – locatie ‘s-Gravenhage Rolnr: 417650/04-11300 6 juli 2004 Vonnis ex art 254 Rv.
art. 7:685 BW
Tegelijkertijd met dit kort geding heeft tussen partijen een procedure ex art. 7:685 BW ge-diend, waarin partij [eiser] als verweerder is opgetreden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector kanton – locatie ‘s-Gravenhage Rolnr: 417650/04-11300 6 juli 2004 Vonnis ex art 254 Rv. in de zaak van: [ ] [eiser], [adres], verder ook te noemen eiser, gemachtigde: mr. R.G. Prakke, tegen de stichting Nederlandse Hartstichting gevestigd te ‘s-Gravenhage, verder ook te noemen gedaagde, gemachtigde: mr. C.J. Hagen, vrijwillig verschenen. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding en de conclusie van antwoord tevens pleitaantekeningen, beiden met producties, alsmede van de pleitaantekeningen van eiser.

Door eiser is ter griffie ook nog een videoband gedeponeerd. Tegelijkertijd met dit kort geding heeft tussen partijen een procedure ex art. 7:685 BW ge-diend, waarin partij [eiser] als verweerder is opgetreden. Het kort geding strekt tot wedertewerkstelling van [eiser] bij de Nederlandse Hart-stichting. In beide procedures heeft op 15 juni 2004 een mondelinge behandeling plaats gevonden. De uitspraak is bepaald op heden. De beschikking ex art. 7:685 BW wordt aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan onverbre-kelijk deel uit. Beoordeling De beschikking ex art 7: 685 BW bevat de afwijzing van het verzoek van de Nederlandse Hartstichting om de arbeidsovereenkomst met eiser te ontbinden.

Aldus is een situatie ontstaan die er toe zal dienen te leiden dat eiser weer tot het werk wordt toegelaten. Gelet op deze situatie, acht de kantonrechter het gewenst, alvorens te beslissen, om op zeer korte termijn een comparitie van partijen te houden om te bezien welke mogelijkheden er voor beide partijen zijn en of niet alsnog in der minne tot een oplossing kan worden gekomen. Beslissing De kantonrechter: Gelast partijen, desgewenst vergezeld van hun gemachtigden en onder medeneming van alle ter zake dienende bescheiden, om voor de kantonrechter te verschijnen op: 28 juli 2004 te 14:00 uur in een der kamers op de eerste etage van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage (melden bij balie C).

Houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema kantonrechter te ‘s-Gravenhage en in aanwe-zigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2004.