Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7748 ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7748 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7748 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7748
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank te 's-Gravenhage zittinghoudende te Amsterdam vreemdelingenkamer voorlopige voorziening Uitspraak Artikel 8:84 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 71 Vreemdelingenwet (Vw) 2000 reg.nr: AWB 03/9694 BEPTDN inzake: A, verblijvende in het politiebureau te Amsterdam, verzoeker, tegen : de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder. I. OVERWEGINGEN Verzoeker, geboren op [...] 1977, bezit de Braziliaanse nationaliteit. Op 12 februari 2003 is verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 opgelegd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:84 lid 2 Algemene wet bestuursrecht, artikel 59 van de Vw 2000, artikel 8:81 van de Awb, artikel 8:83 lid 3 van de Awb; ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7748 · Rechtbank 's-Gravenhage: I. OVERWEGINGEN Verzoeker, geboren op [...] 1977, bezit de Braziliaanse nationaliteit. Op 12 februari 2003 is verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 opgelegd.

Keywords

AI generated
Artikel 8:84 lid 2 Algemene wet bestuursrecht artikel 59 van de Vw 2000 artikel 8:81 van de Awb artikel 8:83 lid 3 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:84 lid 2 Algemene wet bestuursrecht
artikel 59 van de Vw 2000
artikel 8:81 van de Awb
Tegen deze achtergrond, gevoegd bij het snelle verloop van de beroepsprocedure tegen de bewaring, zal de voorzieningenrechter er in een geval als het onderhavige scherp op moeten toezien of wel sprake is van onverwijlde spoed als genoemd in artikel 8:81 van de Awb.
artikel 8:83 lid 3 van de Awb
Nu het verzoek kennelijk ongegrond is, is er aanleiding om met toepassing van artikel 8:83 lid 3 van de Awb uitspraak te doen zonder zitting.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank te 's-Gravenhage zittinghoudende te Amsterdam vreemdelingenkamer voorlopige voorziening Uitspraak Artikel 8:84 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 71 Vreemdelingenwet (Vw) 2000 reg.nr: AWB 03/9694 BEPTDN inzake: A, verblijvende in het politiebureau te Amsterdam, verzoeker, tegen : de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder. I. OVERWEGINGEN Verzoeker, geboren op [...] 1977, bezit de Braziliaanse nationaliteit. Op 12 februari 2003 is verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vw 2000 opgelegd.

Bij beroepschrift van 14 februari 2003 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen deze maatregel. Namens verzoeker heeft mr. M. Hersman, advocaat te Amsterdam, bij verzoekschrift van 14 februari 2003 verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende „de staat te verbieden hem voor 20 maart 2003 uit Nederland te verwijderen“. Verzoeker heeft daarbij verwezen naar (het beroep tegen) de maatregel van bewaring als connexe bodemprocedure. De rechtbank stelt voorop, dat het nog maar de vraag is of voor het onderhavige verzoek om een voorlopige voorziening wel de bewaringsprocedure als connexe bodemprocedure kan gelden.

Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen kan en zal de rechtbank het antwoord op deze vraag echter in het midden laten. Het beroep tegen het opleggen van de maatregel van bewaring dient op 21 februari 2003 bij deze rechtbank, zittingsplaats Almelo (hierna: bewaringsrechter). Dit beroep strekt tot een oordeel over rechtmatigheid van de toepassing of ten uitvoerlegging van de maatregel dan wel of deze bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is. Gelet op het feit dat de bewaringsrechter zich nog moet uitspreken over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring, die ingevolge artikel 59 van de Vw 2000 wordt opgelegd met het oog op de uitzetting, moet de voorzieningenrechter op zijn minst zeer alert zijn om de bewaringsprocedure niet te doorkruisen of feitelijk overbodig te maken door het uitspreken van een verbod op uitzetting.

Dit laatste verbod zou de oordeelsruimte van de bewaringsrechter (te) zeer kunnen inperken. Tegen deze achtergrond, gevoegd bij het snelle verloop van de beroepsprocedure tegen de bewaring, zal de voorzieningenrechter er in een geval als het onderhavige scherp op moeten toezien of wel sprake is van onverwijlde spoed als genoemd in artikel 8:81 van de Awb. Concrete redenen die nopen tot het treffen van een voorlopige voorziening voordat de bewaringsrechter oordeelt zijn in casu gesteld noch gebleken. Zo is niet een concrete, voor de behandeling van het beroep door de bewaringsrechter gelegen, datum van uitzetting genoemd.

Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Nu het verzoek kennelijk ongegrond is, is er aanleiding om met toepassing van artikel 8:83 lid 3 van de Awb uitspraak te doen zonder zitting. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. II. BESLISSING De rechtbank wijst het verzoek af. Gewezen door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Siezen, griffier, en openbaar gemaakt op 20 februari 2003. de griffier de voorzieningenrechter Afschrift verzonden op: 20 februari 2003 Coll:

JG D: B Bp:- Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.