Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956 ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956 AI generated

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956 · Rechtbank 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 02/308 WAO UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen de minister van Justitie, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij brief van 17 januari 2002, bij de rechtbank ingekomen op 18 januari 2002, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 23 november 2001.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb; ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0956 · Rechtbank 's-Gravenhage: AWB 02/308 WAO UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen de minister van Justitie, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij brief van 17 januari 2002, bij de rechtbank ingekomen op 18 januari 2002, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 23 november 2001.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:54 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
AWB 02/308 WAO UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen de minister van Justitie, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder.
artikel 8:54 van de Awb
Deze heeft, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, bij uitspraak van 31 mei 2002 het beroep niet-ontvankelijk verklaard en bij uitspraak van 6 september 2002 het hiertegen door eiser gedane verzet ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 02/308 WAO UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen de minister van Justitie, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. Ontstaan en loop van het geding Bij brief van 17 januari 2002, bij de rechtbank ingekomen op 18 januari 2002, heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 23 november 2001.

Eiser heeft hierbij aangegeven dat hij bij brief van 20 december 2001 abusievelijk het beroepschrift heeft ingediend bij verweerder. Op verzoek van de rechtbank om aan te geven of en zo ja, waarom het bij verweerder ingediende beroepschrift niet is doorgezonden aan de rechtbank, heeft verweerder schriftelijk gereageerd, met overlegging van twee uitspraken van de rechtbank Dordrecht. Motivering Blijkens de stukken heeft verweerder het beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank Dordrecht. Deze heeft, met toepassing van artikel 8:54 van de Awb, bij uitspraak van 31 mei 2002 het beroep niet-ontvankelijk verklaard en bij uitspraak van 6 september 2002 het hiertegen door eiser gedane verzet ongegrond verklaard.

Daarmee is onherroepelijk op het beroep beslist. Op hetzelfde beroep van dezelfde eiser tegen hetzelfde besluit kan niet voor een tweede keer door een met dezelfde absolute bevoegdheid belaste rechter worden beslist. De rechtbank is derhalve kennelijk onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Rechtbank 's-Gravenhage, RECHT DOENDE: verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij aan de rechtbank verzoeken omtrent het verzet te worden gehoord. Aldus gegeven door mr D.A. Verburg en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2002, in tegenwoordigheid van de griffier T.N.F. van der Gaarden. Voor eensluidend afschrift, de griffier van de Rechtbank 's-Gravenhage, Verzonden op: