Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2020:746 ECLI:NL:RBROT:2020:746 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2020:746 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2020:746
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team insolventie Uitspraakdatum: 21 januari 2020 Rekestnummer: [nummer] BESCHIKKING op het verzoek van: [verzoeker] , verblijvende in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, Kerkeplaat 25, 3313 LC Dordrecht aangever, advocaat mr. J.S.W. Boorsma, strekkende tot zijn (op eigen aangifte) faillietverklaring.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBROT:2020:746 · Rechtbank Rotterdam: Immers te verwachten is dat een curator vanwege een gebrek aan baten en de oplopende faillissementskosten het faillissement ex artikel 16 Faillissementswet zo snel mogelijk zal voordragen voor opheffing. Dat dient geen doel. Daarbij is meegewogen dat niet gesteld of gebleken is dat sprake is van belangen van derden, zoals werknemers, die het uitspreken van het faillissement rechtvaardigen. Onder deze omstandigheden heeft aangever onvoldoende belang bij het verzoek tot faillietverklaring en daarom dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek.

Keywords

AI generated
dismissal of testamentary executor capacity to pursue debt enforcement petition for bankruptcy request to proceed with execution certificate of unpaid debts lack of entitlement
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team insolventie Uitspraakdatum: 21 januari 2020 Rekestnummer: [nummer] BESCHIKKING op het verzoek van: [verzoeker] , verblijvende in de PI Zuid West - De Dordtse Poorten, Kerkeplaat 25, 3313 LC Dordrecht aangever, advocaat mr. J.S.W. Boorsma, strekkende tot zijn (op eigen aangifte) faillietverklaring.

1De procedure

Op 7 januari 2020 heeft de aangever ter griffie van de rechtbank een verzoek tot (op eigen aangifte) faillietverklaring ingediend. Op 20 januari 2020 is de aangever in raadkamer gehoord. De uitspraak is bepaald op heden.

2De beoordeling

Uit de overgelegde stukken, alsmede het verhandelde ter zitting is voldoende duidelijk geworden dat de aangever verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. In zoverre is voldaan aan de in de Faillissementswet gestelde eisen om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard. De rechtbank is evenwel van oordeel dat aangever onvoldoende belang heeft bij het verzochte faillissement. Aangever heeft verklaard dat hij niet over enige bate beschikt. Er is derhalve naar verwachting geen te executeren vermogen. Het doen van een eigen aangifte tot faillietverklaring levert in dit geval geen door de Faillissementswet beschermd belang.

Immers te verwachten is dat een curator vanwege een gebrek aan baten en de oplopende faillissementskosten het faillissement ex artikel 16 Faillissementswet zo snel mogelijk zal voordragen voor opheffing. Dat dient geen doel. Daarbij is meegewogen dat niet gesteld of gebleken is dat sprake is van belangen van derden, zoals werknemers, die het uitspreken van het faillissement rechtvaardigen. Onder deze omstandigheden heeft aangever onvoldoende belang bij het verzoek tot faillietverklaring en daarom dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het verzoek.

3. De beslissing De rechtbank: - verklaart aangever niet-ontvankelijk in het verzoek tot faillietverklaring. Deze beschikking is op 20 januari 2020 gegeven door mr. C. de Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Mouthaan, griffier. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.