Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2019:4232 ECLI:NL:RBROT:2019:4232 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2019:4232 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2019:4232
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 18/5677 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2019 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser, en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Agentschap Telecom), verweerder, gemachtigden: mr. F. de Jong en mr. R.H. Wieringa. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, vergezeld van [naam] . Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 14 mei 2019 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of verweerder eisers bezwaar tegen de brief van 19 april 2018, waarin verweerder eiser heeft medegedeeld dat eisers storingsmelding van 6 april 2018 niet in behandeling wordt genomen, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard bij het bestreden besluit van 27 september 2018.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:1 van de Awb, artikel 8:1 van de Awb; ECLI:NL:RBROT:2019:4232 · Rechtbank Rotterdam: Uit de artikelen 3 en 4 van de Regeling storingsmeldingen volgt dat, indien de storingsmelding in behandeling wordt genomen, een onderzoek wordt verricht en dat naar aanleiding hiervan een rapport van bevindingen wordt opgemaakt. Eisers storingsmelding betreft dus een verzoek aan verweerder om dergelijk onderzoek te verrichten. Het doen van onderzoek en het opmaken van een rapport dient te worden gekwalificeerd als een feitelijke handeling. Eisers storingsmelding betreft dan ook een verzoek aan verweerder om feitelijk te handelen. Het door verweerder niet in behandeling nemen van eisers storingsmelding en het weigeren om onderzoek te verrichten, is dan ook niet gericht op rechtsgevolg.

Keywords

AI generated
damage to electrical installations compliance with technical standards misuse of a telecommunications installation electrical installation monopoly action for abatement of nuisance suspension of insurance cover

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:1 van de Awb
Op grond van artikel 7:1 van de Awb in samenhang met artikel 8:1 van de Awb stond dan ook geen bezwaar open tegen de brief van 19 april 2018.
artikel 8:1 van de Awb
Op grond van artikel 7:1 van de Awb in samenhang met artikel 8:1 van de Awb stond dan ook geen bezwaar open tegen de brief van 19 april 2018.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: ROT 18/5677 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2019 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser, en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (Agentschap Telecom), verweerder, gemachtigden: mr. F. de Jong en mr. R.H. Wieringa. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden, vergezeld van [naam] . Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 14 mei 2019 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of verweerder eisers bezwaar tegen de brief van 19 april 2018, waarin verweerder eiser heeft medegedeeld dat eisers storingsmelding van 6 april 2018 niet in behandeling wordt genomen, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard bij het bestreden besluit van 27 september 2018.

2. Nu eiser niet ter zitting is verschenen kan de rechtbank onvoldoende nagaan waarin eisers procesbelang (nog) is gelegen, zodat de rechtbank verweerder niet volgt in het door hem in het verweerschrift ingenomen standpunt dat eiser geen procesbelang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. De rechtbank gaat daarom over tot een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit.

3. Uit de artikelen 3 en 4 van de Regeling storingsmeldingen volgt dat, indien de storingsmelding in behandeling wordt genomen, een onderzoek wordt verricht en dat naar aanleiding hiervan een rapport van bevindingen wordt opgemaakt. Eisers storingsmelding betreft dus een verzoek aan verweerder om dergelijk onderzoek te verrichten. Het doen van onderzoek en het opmaken van een rapport dient te worden gekwalificeerd als een feitelijke handeling. Eisers storingsmelding betreft dan ook een verzoek aan verweerder om feitelijk te handelen. Het door verweerder niet in behandeling nemen van eisers storingsmelding en het weigeren om onderzoek te verrichten, is dan ook niet gericht op rechtsgevolg.

Dit betekent dat de brief van 19 april 2018 niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 7:1 van de Awb in samenhang met artikel 8:1 van de Awb stond dan ook geen bezwaar open tegen de brief van 19 april 2018. Hieruit volgt dat verweerder eisers bezwaar tegen de brief van 19 april 2018 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard bij het bestreden besluit.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is op 14 mei 2019 in het openbaar gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter, in aanwezigheid van mr. P.B. Thiemann, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.