Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:7980 ECLI:NL:RBROT:2018:7980 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:7980 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:7980
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/553553 / KG RK 18-823 Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 juli 2018 in de zaak van [verzoekster] , kantoorhoudend te Maarssen, verzoekster, advocaat mr. R.V. van den Wildenberg te Vught, betreffende een arbitraal vonnis gewezen tussen verzoekster en [persoon] , kantoorhoudend te Kootwijk. 1De feiten 1.1. Tussen verzoekster en [persoon] is in Rotterdam een arbitrale procedure gevoerd, waarin op 12 juni 2018 een arbitraal (eind) vonnis gewezen. 2De beoordeling 2.1.

Legislator headnote

AI generated

art. 270 lid 1 Rv, artikel 1062 lid 1 Rv, artikel 279 lid 1 Rv, art. 1062 lid 2 Rv, artikel 1064a Rv, artikel 1063 lid 1 Rv; ECLI:NL:RBROT:2018:7980 · Rechtbank Rotterdam: “De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis slechts weigeren, indien hem na een summierlijk onderzoek is gebleken dat het aannemelijk is dat het vonnis zal worden vernietigd op een van de gronden genoemd in artikel 1065, eerste lid, of herroepen op een van de gronden genoemd in artikel 1068, eerste lid, dan wel indien in strijd met artikel 1056 een dwangsom is opgelegd. In dit laatste geval betreft de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom.” 2.7. Niet aannemelijk is dat zich een grond voordoet die noopt tot afwijzing van het verzochte verlof.

Keywords

AI generated
commercial arbitration enforcement of arbitral award validity of arbitration clause arbitrator prohibition of arbitrariness postponement of trial

Cited Legislation

AI generated
art. 270 lid 1 Rv
In een verzoekschriftprocedure dient de rechter in beginsel ambtshalve zijn relatieve bevoegdheid te toetsen (art. 270 lid 1 Rv.).
artikel 1062 lid 1 Rv
De relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam is gegeven omdat het arbitraal vonnis is gewezen in Rotterdam (artikel 1062 lid 1 Rv.).
artikel 279 lid 1 Rv
Indien de voorzieningenrechter het verzoek aanstonds toewijst, bepaalt hij geen dag voor de mondelinge behandeling en wordt de wederpartij niet de kans geboden een verweerschrift in te dienen (artikel 279 lid 1 Rv.).
art. 1062 lid 2 Rv
Daarom dient het onderhavige verlof te worden opgenomen in een beschikking (art. 1062 lid 2 Rv.).
artikel 1064a Rv
Verzoekster stelt niet dat de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging als bedoeld in artikel 1064a Rv.
artikel 1063 lid 1 Rv
Daarom geldt in dit geval het toetsingskader van artikel 1063 lid 1 Rv, en niet van artikel 1063 lid 2 Rv.
artikel 1063 lid 2 Rv
Daarom geldt in dit geval het toetsingskader van artikel 1063 lid 1 Rv, en niet van artikel 1063 lid 2 Rv.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rekestnummer: C/10/553553 / KG RK 18-823 Beschikking van de voorzieningenrechter van 12 juli 2018 in de zaak van [verzoekster] , kantoorhoudend te Maarssen, verzoekster, advocaat mr. R.V. van den Wildenberg te Vught, betreffende een arbitraal vonnis gewezen tussen verzoekster en [persoon] , kantoorhoudend te Kootwijk. 1De feiten 1.1. Tussen verzoekster en [persoon] is in Rotterdam een arbitrale procedure gevoerd, waarin op 12 juni 2018 een arbitraal (eind) vonnis gewezen. 2De beoordeling 2.1.

Het verzoekschrift, ontvangen op 27 juni 2018, strekt er toe dat verlof wordt verleend tot tenuitvoerlegging van het voormelde arbitrale vonnis. 2.2. In een verzoekschriftprocedure dient de rechter in beginsel ambtshalve zijn relatieve bevoegdheid te toetsen (art. 270 lid 1 Rv.). De relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam is gegeven omdat het arbitraal vonnis is gewezen in Rotterdam (artikel 1062 lid 1 Rv.). 2.3. Indien de voorzieningenrechter het verzoek aanstonds toewijst, bepaalt hij geen dag voor de mondelinge behandeling en wordt de wederpartij niet de kans geboden een verweerschrift in te dienen (artikel 279 lid 1 Rv.).

Daarom wordt het verzochte verlof verleend zonder [persoon] in deze procedure te horen. 2.4. Het arbitrale vonnis is niet gedeponeerd ter griffie van de rechtbank Rotterdam. Daarom dient het onderhavige verlof te worden opgenomen in een beschikking (art. 1062 lid 2 Rv.). 2.5. Verzoekster stelt niet dat de termijn voor het instellen van een vordering tot vernietiging als bedoeld in artikel 1064a Rv. ongebruikt is verstreken. Daarom geldt in dit geval het toetsingskader van artikel 1063 lid 1 Rv, en niet van artikel 1063 lid 2 Rv. 2.6. Artikel 1063 lid 1 Rv bepaalt:

“De voorzieningenrechter van de rechtbank kan de tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis slechts weigeren, indien hem na een summierlijk onderzoek is gebleken dat het aannemelijk is dat het vonnis zal worden vernietigd op een van de gronden genoemd in artikel 1065, eerste lid, of herroepen op een van de gronden genoemd in artikel 1068, eerste lid, dan wel indien in strijd met artikel 1056 een dwangsom is opgelegd. In dit laatste geval betreft de weigering alleen de tenuitvoerlegging van de dwangsom.” 2.7. Niet aannemelijk is dat zich een grond voordoet die noopt tot afwijzing van het verzochte verlof.

Daarom zal het verlof worden verleend. 2.8. [persoon] zal worden veroordeeld in de proceskosten van verzoekster. Deze kosten worden begroot op € 124,- aan griffierecht en € 543,- aan salaris advocaat (1 punt voor het verzoekschrift, conform de Liquidatietarieven, voor een zaak van onbepaalde waarde, zijnde verlof tot tenuitvoerlegging).

3De beslissing

De voorzieningenrechter 3.1. verleent verlof tot tenuitvoerlegging van het aangehechte arbitrale vonnis, 3.2. veroordeelt [persoon] in de kosten van deze procedure, tot heden aan de zijde van verzoekster begroot op 124,- aan griffierecht en € 543,- aan salaris advocaat. Deze beschikking is gegeven door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2018. 2517/676