Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:7275 ECLI:NL:RBROT:2018:7275 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:7275 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:7275
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummers: ROT 18/1495 en ROT 18/2344 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2018 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen [Naam] , te [Plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 januari 2018 (bestreden besluit 1) heeft verweerder naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 13 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:5399) opnieuw beslist op het bezwaar van eiser tegen de primaire besluiten van 30 oktober 2013, 7 november 2013, 27 november 2013 en 22 januari 2014, waarbij verweerder heeft beslist op respectievelijk 76, 6, 29 en 27 door eiser in het laatste half jaar van 2013 ingediende verzoeken om informatie op grond van – onder meer – de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob) en ingebrekestellingen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBROT:2018:7275 · Rechtbank Rotterdam: Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van recht kan mede acht worden geslagen op het eerdere procedeergedrag van eiser. Uit deze en eerder door eiser gevoerde procedures tegen verweerder en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk blijkt dat eiser grote aantallen Wob-verzoeken indient over dezelfde dan wel soortgelijke onderwerpen die verband houden met de gemeentelijke organisatie of het samenwerkingsverband van de gemeentelijke organisatie. De aanleiding tot het indienen van deze verzoeken is kennelijk gelegen in onvrede van eiser over de wijze waarop hij van gemeentewege is bejegend met betrekking tot een verzoek om een uitkering en de terugvordering ervan.

Keywords

AI generated
misuse of a right misleading the judicial authorities review procedures abuse of process repeated infringement procedural issues

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting, omdat zij van oordeel is dat de beroepen kennelijk-niet ontvankelijk zijn.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBROT:2017:5399
Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummers: ROT 14/4253, ROT 14/6352, ROT 14/6353 en ROT 14/7590 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juli 2017 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] , eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, verweerder, gemachtigden: R.W.J. Roef en M. el Hayatlekkioui. Procesverloop Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 18 maart 2016 verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de bestreden besluiten gebrekkig tot stand zijn gekomen en heeft zij verweerder in de gelegenheid gesteld de in de tussenuitspraak vermelde gebreken te herstellen.
ECLI:NL:RBROT:2018:1042
Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummers: ROT 15/7004, ROT 16/209, ROT 16/8387, ROT 17/266, ROT 17/267, ROT 17/268, ROT 17/269, ROT 17/1170, ROT 17/2571, ROT 17/2573, ROT 17/2574, ROT 17/3907, ROT 17/3908, ROT 17/3920, ROT 17/4482 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2018 in de zaken tussen [Naam] , te [Plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, verweerder, gemachtigde: mr. R. Roef. Procesverloop Eiser heeft op 9 november 2015 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 30 september 2015 (besluit 1), dat strekt tot het ongegrond verklaren van eisers bezwaar tegen het besluit van verweerder van 29 april 2015, waarin is besloten ten aanzien van een verzamelverzoek van eiser om openbaarmaking.
ECLI:NL:RVS:2018:2290
201704664/1/A3. Datum uitspraak: 11 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:329, heeft de Afdeling beslist op een hoger beroep van [appellant]. Daarbij heeft de Afdeling een besluit van het college over een aantal verzoeken van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) vernietigd en krachtens artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
ECLI:NL:RVS:2018:2291
201706766/1/A3. Datum uitspraak: 11 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2017 in zaak nr. 16/5400 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard. Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2015 heeft het college op een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) een aantal stukken openbaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2018:2345
ECLI:NL:RBROT:2018:5643
Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummer: ROT 18/2417 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2018 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [Naam], te [plaats], eiser, en Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, verweerster. Procesverloop Eiser heeft bij brief van 1 mei 2018 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen door verweerster op verzoeken van 8 december 2017 en 22 januari 2018 om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) informatie te ontvangen met betrekking tot 41 onderwerpen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 1 zaaknummers: ROT 18/1495 en ROT 18/2344 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2018 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken tussen [Naam] , te [Plaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 29 januari 2018 (bestreden besluit 1) heeft verweerder naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 13 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:5399) opnieuw beslist op het bezwaar van eiser tegen de primaire besluiten van 30 oktober 2013, 7 november 2013, 27 november 2013 en 22 januari 2014, waarbij verweerder heeft beslist op respectievelijk 76, 6, 29 en 27 door eiser in het laatste half jaar van 2013 ingediende verzoeken om informatie op grond van – onder meer – de Wet openbaarheid van bestuur (de Wob) en ingebrekestellingen.

Bij besluit van 19 maart 2018 (bestreden besluit 2) heeft verweerder beslist op het bezwaar van eiser tegen het besluit van 4 oktober 2017, waarbij verweerder heeft beslist op (herhaalde) verzoeken om informatie op grond van – onder meer – de Wob en een herhaald verzoek om over 2010 langdurigheidstoeslag uit te keren. Eiser heeft tegen de bestreden besluiten 1 en 2 beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. Verweerder heeft in beide zaken verweerschriften ingediend. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting, omdat zij van oordeel is dat de beroepen kennelijk-niet ontvankelijk zijn.

De verzoeken om schadevergoeding delen in dit lot. Zij overweegt daartoe het volgende.

2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser misbruik maakt van recht.

3. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van recht kan mede acht worden geslagen op het eerdere procedeergedrag van eiser. Uit deze en eerder door eiser gevoerde procedures tegen verweerder en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk blijkt dat eiser grote aantallen Wob-verzoeken indient over dezelfde dan wel soortgelijke onderwerpen die verband houden met de gemeentelijke organisatie of het samenwerkingsverband van de gemeentelijke organisatie. De aanleiding tot het indienen van deze verzoeken is kennelijk gelegen in onvrede van eiser over de wijze waarop hij van gemeentewege is bejegend met betrekking tot een verzoek om een uitkering en de terugvordering ervan.

In de verweerschriften heeft verweerder uiteengezet dat het aantal Wob-verzoeken per 29 mei 2018 voor Albrandswaard 549 en voor Ridderkerk 241 is. De Wob-verzoeken worden gevolgd door tal van ingebrekestellingen. Daarbij kan uit de werkwijze van eiser worden afgeleid dat zijn oogmerk is om de afhandeling van de verzoeken te bemoeilijken door aan iedere brief een afzonderlijke code te geven en daarnaar, in plaats van naar het onderwerp, te verwijzen, ruime en niet-limitatieve verzoeken in te dienen en hangende procedures opvolgende verzoeken over hetzelfde onderwerp in te dienen.

Ook dient hij gelijkluidende verzoeken in bij verschillende organen dan wel onderdelen ervan. Verder is niet duidelijk waarom hij die verzoeken indient. Hoewel hij in het kader van zijn Wob-verzoeken geen belang hoeft te stellen, kan de achterliggende motivatie voor het doen van die verzoeken wel een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of sprake is van misbruik van recht. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser, zelfs wanneer hij daartoe is opgeroepen, niet op zittingen van de rechtbank verschijnt en evenmin reageert op verzoeken om gebruik te maken van mediation of om anderszins in gesprek te raken met verweerder.

Een gesprek over de achterliggende reden van zijn vele Wob-verzoeken is daarom niet mogelijk. Deze proceshouding kan bij de beoordeling van de vraag of sprake is van misbruik van recht in het nadeel van eiser uitvallen.

4. Inmiddels heeft niet alleen de rechtbank (onder meer in haar uitspraak van 15 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1042), maar ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) geoordeeld dat eiser met zijn vele verzoeken aan verweerder en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk en het instellen van rechtsmiddelen tegen beslissingen van beide colleges misbruik maakt van recht (uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345). Ook in de voorliggende zaken ziet de rechtbank weer volop aanwijzingen dat het eiser niet is te doen om informatie, maar dat het hem is te doen om geldelijk gewin (dwangsommen en schadevergoeding), om verweerders organisatie te frustreren en dat hij er op uit is het ook de bestuursrechter uiterst moeilijk te maken inzichtelijk te krijgen waar het geschil om draait.

5. Gelet op de omstandigheid dat inmiddels de hogerberoepsrechter in vergelijkbare zaken van eiser heeft geoordeeld dat sprake is van misbruik van recht, ziet de rechtbank thans aanleiding om te oordelen dat de beroepen van eiser kennelijk niet-ontvankelijk zijn wegens misbruik van recht (vergelijk de uitspraak van de rechtbank van 6 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5643). De rechtbank merkt in dit verband nog op dat de omstandigheid dat de rechtbank in de in het procesverloop genoemde uitspraak geen misbruik van recht heeft aangenomen daar niet aan in de weg staat. Ook in een van de zaken waarin de Afdeling op 11 juli 2018 heeft geoordeeld dat sprake is van misbruik van recht (ECLI:NL:RVS:2018:2290), had de Afdeling verweerder bij eerdere uitspraak opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.

6. Gelet op het voorgaande zijn de beroepen niet-ontvankelijk.

7. De verzoeken om schadevergoeding delen het lot van de daarmee samenhangende beroepen, in welk verband de rechtbank verwijst naar haar uitspraak in de zaak tussen partijen van 22 augustus 2018 (ECLI:NL:RBROT:2018:6865), zodat ook die verzoeken kennelijk niet-ontvankelijk zijn.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen en de verzoeken om schadevergoeding niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Lunenberg, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar geschied op 4 september 2018. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.