Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:6719 ECLI:NL:RBROT:2018:6719 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:6719 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:6719
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: 556257 / HA RK 18-919 Beslissing van 7 augustus 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres] , verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. R.R. Roukema, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBROT:2018:6719 · Rechtbank Rotterdam: Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het hiervoor omschreven vonnis van 19 juli 2018,waarbij de vordering van de bewindvoerder is afgewezen 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben.

Keywords

AI generated
untimely request for extension time limits for seeking redress late objection to debt enforcement delayed asylum application timeliness of filing unjustified procedural delay

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: 556257 / HA RK 18-919 Beslissing van 7 augustus 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres] , verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. R.R. Roukema, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter).

1Het procesverloop en de processtukken

De rechter heeft op 19 juli 2018 vonnis gewezen in de civielrechtelijke procedure van [naam eiseres] , als eiseres in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de gelden en goederen die (zullen) toebehoren aan verzoeker, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Nederlandse Budget Centrale als gedaagde. Die procedure draagt als kenmerk 6881242 CV EXPL 18-2579. In die procedure heeft de bewindvoerder zich op het standpunt gesteld dat gedaagde in de periode van april 2011 tot en met december 2012 ten onrechte gelden heeft ingehouden die aan verzoeker toekwamen.

In die periode was gedaagde als bewindvoerder aangesteld over het vermogen van verzoeker. Bij brief van 21 juni 2018 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht. Op 25 juni 2018 heeft de algemeen secretaris van de wrakingskamer voormelde brief van 21 juni 2018 op telefonisch verzoek van verzoeker aan hem geretourneerd, omdat verzoeker niet wil dat de brief onder ogen komt van de rechter. Op 26 juli 2018 is ter griffie andermaal ingekomen de brief van verzoeker, gedateerd 21 juni 2018. Desgevraagd heeft verzoeker bij brief van 31 juli 2018 meegedeeld dat hij zich heeft bedacht en dat hij alsnog een wrakingsverzoek wil indienen.

Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het hiervoor omschreven vonnis van 19 juli 2018,waarbij de vordering van de bewindvoerder is afgewezen 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben.

Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. 2.2 Op 19 juli 2018 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. 2.3 Het wrakingsverzoek is – gelet op de hiervoor onder 1 geschetste gang van zaken – op 26 juli 2018 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan.

Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3De beslissing

De rechtbank: - wijst af het verzoek tot wraking van mr. R.R. Roukema wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. W.J.J. Wetzels en mr. J.J. van den Berg, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 augustus 2018 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier. Verzonden op: aan: - verzoeker - mr. R.R. Roukema