Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:6715 ECLI:NL:RBROT:2018:6715 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:6715 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:6715
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: 552748 / HA RK 18-652 Beslissing van 9 juli 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres] , verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. A.I. van Strien, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 Awb; ECLI:NL:RBROT:2018:6715 · Rechtbank Rotterdam: Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. 2.2 Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal blijkt dat de rechter in de hiervoor omschreven procedure ter zitting van 12 juni 2018 uitspraak heeft gedaan.

Keywords

AI generated
untimely request for extension withdrawal of petition timeliness of recusal request right to a decision late objection to debt enforcement time-bar of revision request

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 Awb
Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: 552748 / HA RK 18-652 Beslissing van 9 juli 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres] , verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. A.I. van Strien, senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team bestuur 1 (hierna: de rechter).

1Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 12 juni 2018 heeft de rechter als voorzieningenrechter behandeld het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van verzoeker en de burgemeester van de gemeente Rotterdam. Die procedure draagt als kenmerk ROT 18/2855. Bij brief van 12 juni 2018 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht. Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure/strafzaak, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal uitspraak van de hiervoor bedoelde zitting. Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van de brief van de algemeen secretaris van de wrakingskamer aan verzoeker, gedateerd 18 juni 2018. 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter.

Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 8:15 Awb kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. 2.2 Uit het hiervoor genoemde proces-verbaal blijkt dat de rechter in de hiervoor omschreven procedure ter zitting van 12 juni 2018 uitspraak heeft gedaan.

Die uitspraak is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd. 2.3 Het wrakingsverzoek is op 12 juni 2018 en – zoals blijkt uit de inhoud van het verzoek – na de uitspraak van de eindbeslissing ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3De beslissing

De rechtbank: - wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.I. van Strien wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Deze beslissing is gegeven door mr. A.N. van Zelm van Eldik, voorzitter, mr. W.M.P.M. Weerdesteijn en mr. A.A. Kalk, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2018 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier en door hen ondertekend. Verzonden op: aan: - verzoeker - mr. A.I. van Strien