Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:3261 ECLI:NL:RBROT:2018:3261 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:3261 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:3261
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: C/10/548068 / HA RK 18-327 Beslissing van 9 april 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres], verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. A.J.P. van Essen, mr. M.G.L. de Vette en mr. drs. J. van den Bos, rechters in de wrakingkamer van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).

Legislator headnote

AI generated

artikel 36 Rv; ECLI:NL:RBROT:2018:3261 · Rechtbank Rotterdam: De hiervoor bedoelde kort gedingprocedure draagt als kenmerk C/10/546219 / HA ZA 18-222 en de hiervoor bedoelde wrakingsprocedure draagt als kenmerk C/10/547603 / HA RK 18-292. Na de mondelinge uitspraak van de beschikking van de wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 4 april 2018 wraking van de rechters verzocht. De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure. 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.

Keywords

AI generated
timeliness of recusal request withdrawal of petition untimely request for extension delayed asylum application revocation of annulment unjustified procedural delay

Cited Legislation

AI generated
artikel 36 Rv
Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Meervoudige kamer voor wrakingszaken Zaaknummer / rekestnummer: C/10/548068 / HA RK 18-327 Beslissing van 9 april 2018 op het verzoek van [naam verzoeker] , wonende te [adres], verzoeker, strekkende tot wraking van: mr. A.J.P. van Essen, mr. M.G.L. de Vette en mr. drs. J. van den Bos, rechters in de wrakingkamer van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).

1Het procesverloop en de processtukken

De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken in deze rechtbank, van welke kamer de rechters deel uitmaken, heeft ter zitting van 4 april 2018 behandeld het door verzoeker in een kort gedingprocedure ingediende verzoek tot wraking van rechter mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten. Aansluitend aan de mondelinge behandeling hebben de rechters ten aanzien van dat wrakingsverzoek een beschikking uitgesproken, waarbij het verzoek is afgewezen en waarbij is bepaald dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de betreffende kort gedingprocedure niet meer in behandeling wordt genomen.

De hiervoor bedoelde kort gedingprocedure draagt als kenmerk C/10/546219 / HA ZA 18-222 en de hiervoor bedoelde wrakingsprocedure draagt als kenmerk C/10/547603 / HA RK 18-292. Na de mondelinge uitspraak van de beschikking van de wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 4 april 2018 wraking van de rechters verzocht. De wrakingskamer heeft kennis genomen van het dossier van de hiervoor omschreven wrakingsprocedure. 2De ontvankelijkheid van het verzoek 2.1 Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt.

Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. 2.2 Bij beschikking van 4 april 2018 hebben de rechters in de hiervoor omschreven wrakingsprocedure hun beslissing uitgesproken.

Die beschikking is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de wrakingsprocedure door de rechters is geëindigd. 2.3 Het wrakingsverzoek is op 4 april 2018 en na het doen van de uitspraak van voormelde beschikking ingediend. Uit het vorenstaande volgt dat de rechters de zaak niet meer behandelden op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, aanhef en onder c, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank worden afgewezen.

3De beslissing

De rechtbank: - wijst af het verzoek tot wraking van mr. A.J.P. van Essen, mr. M.G.L. de Vette en mr. drs. J. van den Bos wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Deze beslissing is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter, mr. W.P.M. Jurgens en mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 april 2018 in tegenwoordigheid van J.A.Faaij, griffier. Verzonden op: aan: - verzoeker - mr. A.J.P. van Essen - mr. M.G.L. de Vette - mr. drs. J. van den Bos