Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2018:11064 ECLI:NL:RBROT:2018:11064 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2018:11064 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2018:11064
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team insolventie verlening schone lei insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 30 november 2018 Bij vonnis van deze rechtbank van 26 november 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] , [adres] [woonplaats] , schuldenares, bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.

Legislator headnote

AI generated

artikel 21 lid 7 Fw; ECLI:NL:RBROT:2018:11064 · Rechtbank Rotterdam: De verwijten van de ter terechtzitting aanwezige schuldeisers zien deels op de periode voorafgaand aan toelating tot de schuldsaneringsregeling en zijn door de schuldeisers ook gedurende de regeling aan de bewindvoerder medegedeeld. De rechtbank stelt vast dat deze punten destijds niet aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg hebben gestaan en evenmin gedurende de schuldsaneringsregeling hebben geleid tot een voordracht tot tussentijdse beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 sub f van de Faillissementswet (Fw). Deze verwijten kunnen thans geen rol meer spelen bij beantwoording van de vraag of aan de schuldenares de zogenoemde “schone lei” kan worden verleend.

Keywords

AI generated
extension of proceedings untimely request for extension extension of therapeutic measures continuation of enforcement exhaustion of administrative remedies extension of visiting rights

Cited Legislation

AI generated
artikel 21 lid 7 Fw
Dat sprake is van polissen ex artikel 21 lid 7 Fw, die als zodanig buiten de boedel vallen, komt de rechtbank niet zonder meer aannemelijk voor, nu de verzekeraar eerder een voorstel heeft gedaan voor afkoop van die polissen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team insolventie verlening schone lei insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 30 november 2018 Bij vonnis van deze rechtbank van 26 november 2015 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] , [adres] [woonplaats] , schuldenares, bewindvoerder: mr. P.A. Loeff.

1De procedure

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 23 november 2018. Schuldenares, bijgestaan door haar advocaat de heer mr. H. Carels, de bewindvoerder en de heren [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] , schuldeisers, zijn ter terechtzitting verschenen. De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht. De uitspraak is bepaald op heden.

2De standpunten

De heren [schuldeiser 1] en [schuldeiser 2] hebben zich ter terechtzitting verzet tegen verlening van de schone lei aan schuldenares. Zij hebben aangevoerd dat schuldenares, voordat zij werd toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, haar woning met overwaarde heeft verkocht. Van deze overwaarde heeft zij niets afgelost op haar schulden. Bovendien heeft zij – ook vóór toelating – haar auto laten overschrijven en is zij op haar eigen verzoek minder uren per week gaan werken. De schuldeisers hebben moeten toezien hoe schuldenares meerdere keren per vliegtuig naar verre vakantieoorden vertrok, haar huurwoning volledig liet verbouwen en dure spullen aanschafte.

Nu is gebleken dat schuldenares drie lijfrentepolissen heeft, waarvan de looptijd vermoedelijk op 15 november 2018 is geëxpireerd. De schuldeisers hebben zich op het standpunt gesteld dat de waarde van deze polissen in de boedel moet vloeien. De bewindvoerder heeft ter terechtzitting verklaard dat schuldenares alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren is nagekomen. Zij heeft hem gedurende drie jaar voldoende stukken, waaronder sollicitatiebewijzen, doen toekomen. Bovendien heeft zij voldoende afgedragen aan de boedel en heeft zij geen nieuwe schulden laten ontstaan.

Tijdens het huisbezoek heeft de bewindvoerder, na een bericht dat schuldenares sieraden van waarde in bezit zou hebben, samen met een collega grondig de woning doorzocht. Zij hebben niets van waarde aangetroffen. Kort na toelating heeft hij navraag gedaan bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Op dat moment, en ook kort daarvoor, stonden er geen kentekens op naam van schuldenares. De bewindvoerder heeft toegezegd na te zullen gaan of de waarde van de lijfrentepolissen ineens kan worden opgeëist en dan aan de boedel kan toekomen. Dit onderzoek staat los van de vraag of aan schuldenares de schone lei kan worden verleend, aldus de bewindvoerder.

Hij heeft de rechtbank voorgesteld om schuldenares de schone lei te verlenen.

3De beoordeling

De verwijten van de ter terechtzitting aanwezige schuldeisers zien deels op de periode voorafgaand aan toelating tot de schuldsaneringsregeling en zijn door de schuldeisers ook gedurende de regeling aan de bewindvoerder medegedeeld. De rechtbank stelt vast dat deze punten destijds niet aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg hebben gestaan en evenmin gedurende de schuldsaneringsregeling hebben geleid tot een voordracht tot tussentijdse beëindiging op grond van artikel 350 lid 3 sub f van de Faillissementswet (Fw). Deze verwijten kunnen thans geen rol meer spelen bij beantwoording van de vraag of aan de schuldenares de zogenoemde “schone lei” kan worden verleend.

De verwijten die de schuldeisers schuldenares hebben gemaakt ten aanzien van haar gedrag gedurende de schuldsaneringsregeling zijn door de bewindvoerder onderzocht. Dat sprake is van verwijtbare gedragingen die aan de voortzetting van de regeling in de weg zouden moeten staan, is de bewindvoerder niet gebleken. Volgens de bewindvoerder heeft schuldenares zich gedurende de regeling naar behoren aan alle verplichtingen gehouden. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat schuldenares gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer verplichtingen is tekortgeschoten.

Aan schuldenares zal daarom de schone lei worden verleend. Het voorgaande laat onverlet dat de bewindvoerder alsnog, zoals door hem ook ter zitting toegezegd, zal moeten onderzoeken of de polissen van schuldenares, die gedurende de looptijd zijn geëxpireerd, ten behoeve van de schuldeisers afdoende zijn vereffend, in aanmerking nemende de belangen van zowel de schuldeisers als schuldenares. Dat sprake is van polissen ex artikel 21 lid 7 Fw, die als zodanig buiten de boedel vallen, komt de rechtbank niet zonder meer aannemelijk voor, nu de verzekeraar eerder een voorstel heeft gedaan voor afkoop van die polissen.

Dat lijkt immers niet met elkaar in overeenstemming. Voorts heeft de verzekeraar aangegeven dat schuldenares er voor kan kiezen (cursivering rechtbank) op 65-jarige leeftijd het eindkapitaal om te zetten naar een periodieke uitkering, hetgeen de vraag oproept of zij er ook voor kan kiezen het eindkapitaal ineens te laten uitkeren. De bewindvoerder zal het resultaat van zijn bevindingen aan de rechter-commissaris moeten voorleggen. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4De beslissing

De rechtbank: stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 26 november 2018; verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn; - stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal€ 3.214,21.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 november 2018. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.