ECLI:NL:RBROT:2017:8914 · Rechtbank Rotterdam
Legislator summary
AI generatedRechtbank Rotterdam Team insolventie verzoek gedwongen schuldregeling: niet-ontvankelijk rekestnummer: [nummer] [naam] , [adres] [woonplaats] , verzoekster. Verzoekster heeft op 25 augustus 2017 een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om de schuldeisers die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. De uitspraak is bepaald op heden.
Legislator headnote
AI generatedartikel 287a Fw; ECLI:NL:RBROT:2017:8914 · Rechtbank Rotterdam: Verzoekster heeft op 25 augustus 2017 een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om de schuldeisers die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. De uitspraak is bepaald op heden.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank Rotterdam Team insolventie verzoek gedwongen schuldregeling: niet-ontvankelijk rekestnummer: [nummer] [naam] , [adres] [woonplaats] , verzoekster.
1De procedure
Verzoekster heeft op 25 augustus 2017 een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om de schuldeisers die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. De uitspraak is bepaald op heden.
2De beoordeling
Bij een verzoek ex artikel 287a Fw dient, op grond van artikel 3.2.3.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken, een compleet verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling met de in artikel 3.1.2.6 vermelde bijlagen, te worden gevoegd. Bij het onderhavige verzoek ontbreekt een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Op grond van het bovenstaande kan de rechtbank niet overgaan tot behandeling van het verzoek. Verzoekster dient dan ook vanwege het vorenstaande niet ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook indien een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling bij het onderhavige verzoek was gevoegd, verzoekster er rekening mee had moeten houden dat zij niet ontvankelijk zou worden verklaard in haar verzoek. Nu niet is gebleken dat Smaal Finance Incasso B.V. kan worden aangemerkt als schuldbemiddelaar in de zin van artikel 48 eerste lid, onderdeel d van de Wet op het consumentenkrediet, is immers niet de verwachting dat bij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling de verklaring genoemd in artikel 285 lid 1 onder f van de Faillissementswet kan worden gevoegd.
3De beslissing
De rechtbank: - verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot het bevelen van een gedwongen schuldregeling. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Geurts-de Veld, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017. De griffier is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.