Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2017:5528 ECLI:NL:RBROT:2017:5528 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2017:5528 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2017:5528
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/701005-16 Datum uitspraak: 28 juni 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsvrouw mr. J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.

Legislator headnote

AI generated

art 310 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBROT:2017:5528 · Rechtbank Rotterdam: J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.

Keywords

AI generated
counterfeiting of goods extreme speeding offence fraud investigation traffic violation protection against illicit commercial practices trade mark acquired through use

Cited Legislation

AI generated
art 310 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10/701005-16 Datum uitspraak: 28 juni 2017 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [naam verdachte] , geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] , raadsvrouw mr. J.J. Boelaars, advocaat te Rotterdam.

1Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2017. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.M. Bonnes heeft gevorderd: vrijspraak van het ten laste gelegde; opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis. 4Vrijspraak Op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. Nu de officier van justitie dit ook heeft gevorderd, terwijl het eveneens is bepleit door de raadsvrouw, zal dit oordeel niet nader worden gemotiveerd. 5Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 6Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door: mr. R.G. de Lange-Tegelaar, voorzitter, en mrs. J. de Lange en D. Visser, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juni 2017 De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage Tekst tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 04 december 2015 om ongeveer 00:15 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanuit een woning gelegen op/aan de [adres delict] weg te nemen één of meer goed(eren) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, de (voor)deur van voornoemde woning heeft geopend en/of (vervolgens) voornoemde woning heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht