Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2017:4312 ECLI:NL:RBROT:2017:4312 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2017:4312 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2017:4312
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team insolventie afwijzing verzoek definitief verlenen surseance van betaling insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 7 april 2017 Beschikking in de voorlopige surseance van betaling van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 1] , [adres] [plaats] , schuldenares, bewindvoerder: mr. M.M.E. Bowmer.

Legislator headnote

AI generated

artikel 218 lid 3 Fw, artikel 218 Fw; ECLI:NL:RBROT:2017:4312 · Rechtbank Rotterdam: De beoordeling De rechtbank stelt vast dat niet aan het vereiste van artikel 218, lid 2 van de Faillissementswet (hierna: Fw) is voldaan. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De rechtbank heeft, naar aanleiding van de bevindingen van de bewindvoerder, ter zitting bepaald dat de vorderingen van Eurotrading International S.P. Zoo en Top Jet Image SL niet tot de stemming worden toegelaten, omdat deze vorderingen niet voldoende aannemelijk zijn gebleken. HP beschikt met een vordering van € 126.680,- derhalve over meer dan één vierde van het bedrag van de ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 233 bedoelde, schuldvorderingen.

Keywords

AI generated
objection to debt enforcement satisfaction of claim creditors' meeting disputed claim future claim brokerage fee

Cited Legislation

AI generated
artikel 218 lid 3 Fw
Ingevolge artikel 218 lid 3 Fw beslist de rechtbank, bij verschil, over de toelating tot de stemming.
artikel 218 Fw
Het nadere verweer van schuldenares in haar (overigens te laat ingediende) brief van 4 april 2017 laat de rechtbank buiten beschouwing, aangezien het beoordelingskader binnen artikel 218 Fw geen ruimte biedt dit verweer te betrekken in het oordeel.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team insolventie afwijzing verzoek definitief verlenen surseance van betaling insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 7 april 2017 Beschikking in de voorlopige surseance van betaling van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 1] , [adres] [plaats] , schuldenares, bewindvoerder: mr. M.M.E. Bowmer.

1De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de beschikking van 29 december 2016, waarbij aan schuldenares voorlopig surseance van betaling is verleend. Ter schuldeisersvergadering van 27 maart 2017 zijn verschenen: [naam 2] , werkzaam als manager bij [naam 1] ; Mr. R. de Jong, advocaat van [naam 1] ; mr. M.M.E. Bowmer, bewindvoerder, mrs. R. Laddé en M. Egeler, advocaten namens Hewlett-Packard Development Company, L.P., schuldeiser (hierna: HP). De bewindvoerder heeft verklaard dat alle schuldeisers in kennis zijn gesteld van de schuldeisersvergadering.

Mr. De Jong, voornoemd, heeft namens de schuldeisers, door wie hij is gevolmachtigd, gestemd voor het definitief verlenen van surseance van betaling aan schuldenares. Mrs. Laddé en Egeler, voornoemd, hebben ter zitting van 27 maart 2017 aanvankelijk verklaard dat HP overweegt om niet in te stemmen met het definitief verlenen van surseance van betaling aan schuldenares. De rechtbank heeft de stemming aangehouden tot 31 maart 2017 te 14:00 uur om mrs. Laddé en Egeler in de gelegenheid te stellen met HP nader overleg te voeren en om vervolgens de definitieve stem van HP kenbaar te maken.

Bij fax van 31 maart 2017 heeft mr. Laddé bericht dat HP niet wenst in te stemmen met het definitief verlenen van surseance van betaling aan schuldenares. De rechtbank heeft eveneens kennisgenomen van het advies van de bewindvoerder van 21 maart 2017 en het advies van de rechter-commissaris van 22 maart 2017. De rechtbank heeft voorts op 4 april 2017 een fax van mr. De Jong ontvangen. De uitspraak is bepaald op heden.

2. De beoordeling De rechtbank stelt vast dat niet aan het vereiste van artikel 218, lid 2 van de Faillissementswet (hierna: Fw) is voldaan. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De rechtbank heeft, naar aanleiding van de bevindingen van de bewindvoerder, ter zitting bepaald dat de vorderingen van Eurotrading International S.P. Zoo en Top Jet Image SL niet tot de stemming worden toegelaten, omdat deze vorderingen niet voldoende aannemelijk zijn gebleken. HP beschikt met een vordering van € 126.680,- derhalve over meer dan één vierde van het bedrag van de ter vergadering vertegenwoordigde, in artikel 233 bedoelde, schuldvorderingen.

Ingevolge artikel 218 lid 3 Fw beslist de rechtbank, bij verschil, over de toelating tot de stemming. De rechtbank laat zich niet uit over de gegrondheid en daarmee het daadwerkelijk bestaan van de vordering, zij oordeelt slechts over de aannemelijkheid van de bewering van de betreffende schuldeiser dat hij een vordering heeft en de hoogte daarvan. De rechtbank heeft de vordering van HP met die achtergrond voldoende aannemelijk geacht. De rechtbank gaat voorts niet speculeren over de uitkomst van een herstelverzoek aan de rechtbank Den Haag. De rechtbank passeert dan ook de betwisting van schuldenares van de hoogte van de vordering van HP.

Het nadere verweer van schuldenares in haar (overigens te laat ingediende) brief van 4 april 2017 laat de rechtbank buiten beschouwing, aangezien het beoordelingskader binnen artikel 218 Fw geen ruimte biedt dit verweer te betrekken in het oordeel. Nu aan het vereiste van artikel 218, lid 2 Fw niet is voldaan behoeven de afwijzingsgronden in artikel 218, vierde lid, Fw geen verdere bespreking. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek om aan schuldenares definitief surseance van betaling verlenen afwijzen.

3De beslissing

De rechtbank: - wijst af het verzoek van schuldenares tot definitieve verlening van de surseance van betaling; - stelt het salaris van de bewindvoerder vast op € 11.202,11 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares; - stelt de verschotten vast op € 448,08 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van schuldenares. Deze beschikking is gegeven door mr. V.M. de Winkel, rechter, en in aanwezigheid van N. van Gaans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.