Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2016:9015 ECLI:NL:RBROT:2016:9015 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2016:9015 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2016:9015
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Proces-verbaalnummer: PL1700-2015155679-27 Raadkamernummers: 15/1925 (89 Sv) 15/1926 (591a Sv) Beschikking van de rechtbank Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de verzoeken als bedoeld in de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , verzoeker, geboren op 11 augustus 1994 te Rotterdam, voor deze zaak domicilie kiezende te (3021 HM) Rotterdam, Mathenesserlaan 214, ten kantore van zijn advocaat mr. B. Kizilocak. Procedure Op 27 juli 2015 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 89 en artikel 591a Sv.

Legislator headnote

AI generated

artikel 591a Sv, artikel 89 Sv, artikel 90 Sv, artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht; ECLI:NL:RBROT:2016:9015 · Rechtbank Rotterdam: De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek. Feiten De verzoeker is in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer op 28 april 2015en 29 april 2015 in verzekering gesteld geweest, op verdenking van het plegen van een zededelict. Bij schriftelijke kennisgeving heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak tegen hem/haar is geseponeerd. Beoordeling Verzoek artikel 89 Sv Vooropgesteld wordt dat de rechtbank ingevolge artikel 89 Sv op verzoek van de gewezen verdachte - indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel - hem een vergoeding kan toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.

Keywords

AI generated
compensation for detention criminal threat violation of personal integrity false accusation criminal voluntary disclosure criminal charge

Cited Legislation

AI generated
artikel 591a Sv
Procedure Op 27 juli 2015 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 89 en artikel 591a Sv.
artikel 89 Sv
Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie Verzoek artikel 89 Sv Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker ten laste van de Staat wordt toegekend een bedrag van € 210,00 als vergoeding voor de immateriële schade als gevolg van het voorarrest.
artikel 90 Sv
De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge artikel 90 Sv plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht
Deze berekening sluit bovendien aan bij de wijze waarop de aftrek van het voorarrest op grond van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt, waarbij indien er sprake is van meer dan een dag voorarrest, de dag van invrijheidstelling evenmin wordt meegerekend.
artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht
Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Proces-verbaalnummer: PL1700-2015155679-27 Raadkamernummers: 15/1925 (89 Sv) 15/1926 (591a Sv) Beschikking van de rechtbank Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de verzoeken als bedoeld in de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker] , verzoeker, geboren op 11 augustus 1994 te Rotterdam, voor deze zaak domicilie kiezende te (3021 HM) Rotterdam, Mathenesserlaan 214, ten kantore van zijn advocaat mr. B. Kizilocak. Procedure Op 27 juli 2015 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 89 en artikel 591a Sv.

De verzoeken zijn op 10 november 2016 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. A. Ekiz en de advocaat zijn gehoord. De verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie Verzoek artikel 89 Sv Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker ten laste van de Staat wordt toegekend een bedrag van € 210,00 als vergoeding voor de immateriële schade als gevolg van het voorarrest. De advocaat van de verzoeker heeft bij e-mailbericht van 26 september 2016 gepersisteerd bij het verzoek ook te laatste dag van de inverzekeringstelling te vergoeden met verwijzing naar de uitspraak NBSTRAF 2016/127, afkomstig van de Rechtbank Gelderland - 06-04-2016.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek voor zover het de forfaitaire vergoeding voor het ondergane voorarrest beloopt en acht een bedrag van € 105,00 toewijsbaar. Voor het overige dient het verzoek te worden afgewezen. Verzoek artikel 591a Sv Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 550,00.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek. Feiten De verzoeker is in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer op 28 april 2015en 29 april 2015 in verzekering gesteld geweest, op verdenking van het plegen van een zededelict. Bij schriftelijke kennisgeving heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak tegen hem/haar is geseponeerd. Beoordeling Verzoek artikel 89 Sv Vooropgesteld wordt dat de rechtbank ingevolge artikel 89 Sv op verzoek van de gewezen verdachte - indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel - hem een vergoeding kan toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.

De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge artikel 90 Sv plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Gebleken is dat er ten tijde van de toepassing van de inverzekeringstelling voldoende verdenking tegen de verzoeker was om dat dwangmiddel te rechtvaardigen. Immateriële schade Alle omstandigheden in aanmerking genomen worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker een vergoeding voor materiële en immateriële schade als gevolg van het voorarrest toe te kennen.

De volgende vraag is wat de hoogte van deze vergoeding moet zijn. Daarbij dienen de forfaitaire tarieven, zoals die door het LOVS worden voorgestaan voor voorarrest dat is ondergaan op of na 1 september 2008, voor de rechtbank als uitgangspunt. Verzoeken als de onderhavige komen veelvuldig voor en zijn onderling over het algemeen in hoge mate vergelijkbaar. Om die reden heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Straf (LOVS) gestreefd naar een zekere uniformering in de afdoening ervan. Gekozen is voor een systeem dat is gebaseerd op standaardbedragen per dag.

Onderdeel van het systeem is dat de eerste dag als volledige dag wordt vergoed (ongeacht het tijdstip van inverzekeringstelling), maar de dag van invrijheidstelling niet (zie: Hof Den Haag 18 december 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:5124 en hof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2016:5789). Vergoeding van één dag vindt ook plaats indien iemand maar een gedeelte van een dag in verzekering is gesteld geweest. Deze berekening sluit bovendien aan bij de wijze waarop de aftrek van het voorarrest op grond van artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht plaatsvindt, waarbij indien er sprake is van meer dan een dag voorarrest, de dag van invrijheidstelling evenmin wordt meegerekend.

Voor die aansluiting is temeer reden nu de in voorarrest doorgebrachte dagen in voorkomend geval op de voet van artikel 90, vierde lid, Sv in mindering kunnen worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van een uit andere hoofde opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraf. Gelet op het voorgaande zal aan de verzoeker voor geleden immateriële schade een vergoeding ter hoogte van € 105,00 worden toegekend en zal het verzoek voor het overige worden afgewezen. Verzoek artikel 591a Sv Vooropgesteld wordt dat een gewezen verdachte indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - op grond van artikel 591a juncto artikel 90 Sv in beginsel aanspraak kan maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten voor de rechtsbijstand, zulks voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Uit de feiten volgt dat de strafzaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Kosten rechtsbijstand voor opstellen, indienen en behandelen verzoekschrift Het verzoek ziet op de vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 89 en 591a Sv ingediende verzoekschrift. Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van de op grond van artikel 89 en 591a Sv ingediende verzoekschrift een vergoeding van € 550,00 toe te kennen.

Beslissing De rechtbank: t.a.v. het onder RK-nummer 16/1925 ingeschreven verzoek: kent aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 105,00 (zegge: honderdvijf euro); wijst af het meer of anders verzochte. t.a.v. het onder RK-nummer 16/1064 ingeschreven verzoek: kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,= (zegge: vijfhonderdvijftig euro). Deze beschikking is gegeven door: mr. W.A.F. Damen, rechter, in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.