Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBROT:2016:2340 ECLI:NL:RBROT:2016:2340 AI generated

ECLI:NL:RBROT:2016:2340 · Rechtbank Rotterdam

Case Number ECLI:NL:RBROT:2016:2340
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Rotterdam Team insolventie Beëindiging schuldsaneringsregeling ex artikel 354a Fw met verlening schone lei insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 22 januari 2016 Bij vonnis van deze rechtbank van 5 november 2013 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [naam] , [adres] [woonplaats] , schuldenares, bewindvoerder: N.T. van den Deijssel.

Legislator headnote

AI generated

artikel 354a Fw; ECLI:NL:RBROT:2016:2340 · Rechtbank Rotterdam: Op grond van artikel 354a, eerste en tweede lid, Fw kan de rechtbank, op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar, een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld, indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoel in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g niet is gebleken.

Keywords

AI generated
late objection to debt enforcement missed deadline withdrawal of suspensive effect lapse of enforcement withdrawal of debt enforcement late submission preclusion

Cited Legislation

AI generated
artikel 354a Fw
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Rotterdam Team insolventie Beëindiging schuldsaneringsregeling ex artikel 354a Fw met verlening schone lei insolventienummer: [nummer] uitspraakdatum: 22 januari 2016 Bij vonnis van deze rechtbank van 5 november 2013 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [naam] , [adres] [woonplaats] , schuldenares, bewindvoerder: N.T. van den Deijssel.

1De procedure

Naar aanleiding van een verzoek van de bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 10 december 2015 de schuldsaneringsregeling voorgedragen voor vereenvoudigde afhandeling op grond van artikel 354a Faillissementswet (hierna: Fw). De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is buiten tegenwoordigheid van de schuldenaar en de bewindvoerder behandeld ter terechtzitting.

2De beoordeling

Op grond van artikel 354a, eerste en tweede lid, Fw kan de rechtbank, op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar, een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld, indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoel in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g niet is gebleken.

Schuldenares geniet een ANW-uitkering. Zij is door de rechter-commissaris voor de gehele duur van de schuldsaneringsregeling van de sollicitatieverplichting ontheven. Uit het rapport van de verzekeringsarts dat aan deze ontheffing ten grondslag ligt, blijkt dat schuldenares volkomen onbelastbaar is met arbeid en dat de medische situatie op lange termijn verder kan verslechteren. Op grond van de berekening van het vrij te laten bedrag is geen maandelijkse boedelafdracht verschuldigd. Het saldo op de boedelrekening is gering en de verplichtingen worden tot op heden voldoende nagekomen.

Volgens de brief van de bewindvoerder van 23 november 2015 wordt er gedurende de WSNP niks gespaard. Daarom komt de regeling in aanmerking voor een beëindiging als bedoeld in artikel 354a van de Faillissementswet. De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenares zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend. De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3De beslissing

De rechtbank: stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten; bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenares eindigen op 22 januari 2016; - verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn; - stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal€ 2.675,77.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Lablans, rechter, en in aanwezigheid van J. Hillen-Huizer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2016. Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.