Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2025:6263 ECLI:NL:RBOVE:2025:6263 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2025:6263 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2025:6263
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/071898-23 Datum vonnis: 30 oktober 2025 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 15.625,76.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2025:6263 · Rechtbank Overijssel: Nu verdachte bij vonnis van 30 oktober 2025 met parketnummer 08/071898-23 is vrijgesproken van betrokkenheid bij de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, wordt het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
public takeover bid withdrawal of legal aid lifting of opposition amnesty public promise of a reward exemption from punishment

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/071898-23 Datum vonnis: 30 oktober 2025 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 15.625,76.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 11 en 18 september 2025. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de hoofdzaak. De verdachte is niet verschenen. Als raadsman van verdachte is bij de terechtzittingen aanwezig geweest mr. M. de Reus, advocaat in Capelle aan den IJssel. De raadsman is uitdrukkelijk door verdachte gemachtigd om verdachte ter terechtzitting te verdedigen. De officier van justitie en de raadsman hebben hun standpunten over de vordering kenbaar gemaakt. Op de terechtzitting van 16 oktober 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. 2.1 Het standpunt van de officier van justitie Ter terechtzitting van 18 september 2025 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd en verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen op € 15.625,76. 2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de vordering tot ontneming af te wijzen dan wel op nihil te stellen omdat de verdachte geen voordeel heeft genoten.

3De beoordeling van de vordering

Nu verdachte bij vonnis van 30 oktober 2025 met parketnummer 08/071898-23 is vrijgesproken van betrokkenheid bij de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, wordt het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

4De beslissing

De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. D. van den Berg en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.