Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2025:6237 ECLI:NL:RBOVE:2025:6237 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2025:6237 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2025:6237
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/566 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van dr. drs. ing. [opposant], uit [woonplaats], opposant, tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 in het geding tussen opposant en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder. Inleiding 1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:15 van de Awb, artikel 8:54 van de Awb; ECLI:NL:RBOVE:2025:6237 · Rechtbank Overijssel: drs. ing. [opposant], uit [woonplaats], opposant, tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 in het geding tussen opposant en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder. Inleiding 1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.1.

Keywords

AI generated
default of counsel financial hardship statute of limitations bar compensation for judicial errors defense of set-off legal malpractice

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard.
artikel 6:15 van de Awb
Verweerder heeft een door hem ontvangen bezwaarschrift van opposant op grond van artikel 6:15 van de Awb als beroepschrift naar de rechtbank doorgestuurd.
artikel 8:54 van de Awb
Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/566 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van dr. drs. ing. [opposant], uit [woonplaats], opposant, tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 in het geding tussen opposant en het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder. Inleiding 1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.1.

De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Er is niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 30 april 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is. Het beroep van opposant 3. Verweerder heeft een door hem ontvangen bezwaarschrift van opposant op grond van artikel 6:15 van de Awb als beroepschrift naar de rechtbank doorgestuurd.

De uitspraak van 30 april 2025 4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposant het verschuldigde griffierecht niet op tijd heeft betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging is gebleken. Het verzet 5. In het verzetschrift is niet te lezen waarom de rechtbank het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Er is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.

Conclusie en gevolgen 6. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Dat betekent dat de uitspraak van 30 april 2025 in stand blijft.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.