Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2025:478 ECLI:NL:RBOVE:2025:478 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2025:478 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2025:478
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/346 en ZWO 25/347 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, (gemachtigde: J.P.E. Baakman), en het College van Bestuur van de Universiteit Twente, het college. Inleiding 1. Eiser heeft op 5 februari 2024 een klacht ingediend bij het college wegens vermeende schending van normen van wetenschappelijke integriteit zoals bedoeld in de Klachtenregeling UT en de NGWI. Met het besluit van 14 januari 2025 heeft het college besloten de door eiser ingediende klacht buiten behandeling te laten wegens schending van de geheimhoudingsplicht door eiser en daarmee de klacht definitief niet-ontvankelijk te verklaren. 1.1. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht tot het treffen van een voorlopig voorziening. Overwegingen 2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is van het beroep kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 9:3 van de Awb; ECLI:NL:RBOVE:2025:478 · Rechtbank Overijssel: Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 14 januari 2025 over de klacht van eiser. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit over de behandeling van een klacht over de gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. De rechtbank heeft eiser hier in de brief van 21 januari 2025 op gewezen en heeft eiser om nadere toelichting verzocht. In wat eiser daartegenin heeft gebracht in zijn brief van 22 januari 2025 ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Keywords

AI generated
lack of prosecutorial standing partial claim opposition proceedings inadequate constitutional complaint type of action scientific profession

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
artikel 9:3 van de Awb
Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit over de behandeling van een klacht over de gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/346 en ZWO 25/347 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, (gemachtigde: J.P.E. Baakman), en het College van Bestuur van de Universiteit Twente, het college. Inleiding 1. Eiser heeft op 5 februari 2024 een klacht ingediend bij het college wegens vermeende schending van normen van wetenschappelijke integriteit zoals bedoeld in de Klachtenregeling UT en de NGWI. Met het besluit van 14 januari 2025 heeft het college besloten de door eiser ingediende klacht buiten behandeling te laten wegens schending van de geheimhoudingsplicht door eiser en daarmee de klacht definitief niet-ontvankelijk te verklaren. 1.1. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht tot het treffen van een voorlopig voorziening. Overwegingen 2. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is van het beroep kennis te nemen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 14 januari 2025 over de klacht van eiser. Op grond van artikel 9:3 van de Awb kan tegen een besluit over de behandeling van een klacht over de gedraging van een bestuursorgaan geen beroep worden ingesteld. De rechtbank heeft eiser hier in de brief van 21 januari 2025 op gewezen en heeft eiser om nadere toelichting verzocht. In wat eiser daartegenin heeft gebracht in zijn brief van 22 januari 2025 ziet de rechtbank geen aanleiding anders te oordelen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

4. Omdat de rechtbank met deze uitspraak op het beroep heeft beslist, is de connexiteit van het verzoek om voorlopige voorziening komen te vervallen. Nu niet meer aan het connexiteitsvereiste wordt voldaan, zal de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

5. Omdat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, zal de rechtbank de griffier opdragen het door eiser betaalde griffierecht terug te storten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: verklaart zich in beroep onbevoegd; verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open. Artikel 2.5, zevende lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2025.