Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2024:835 ECLI:NL:RBOVE:2024:835 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2024:835 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2024:835
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10788519 \ CV EXPL 23-4324 Vonnis van 13 februari 2024 in de zaak van ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR, te Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis, gemachtigde: de heer D.M. Boes, tegen 1. [gedaagde 1] , ZOWEL VOOR ZICH ALS IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN WETTELIJK VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINDERJARIGE [minderjarige], te [woonplaats 1] ,niet verschenen, aan hem is verstek verleend, 2. QURALIS BEWIND B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [gedaagde 2] , te Zwolle, als formele procespartij in de plaats van: [gedaagde 2] , zowel voor zich als in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige], te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , verschenen: [gedaagde 2] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2024:835 · Rechtbank Overijssel: De kantonrechter is van oordeel dat de beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) meebrengt dat de bewindvoerder van [gedaagde 2] als formele procespartij heeft te gelden. Het vonnis zal om die reden dan ook worden gewezen tussen Zilveren Kruis en [minderjarige] , zowel voor zich als in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger en Quralis Bewind B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 2] , zoals reeds in de kop van dit vonnis is vermeld.

Keywords

AI generated
medical expenses covered calculation and rates of reimbursement childcare allowance repayment of public subsidies household budget maintenance arrears

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10788519 \ CV EXPL 23-4324 Vonnis van 13 februari 2024 in de zaak van ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR, te Zwolle, eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis, gemachtigde: de heer D.M. Boes, tegen 1. [gedaagde 1] , ZOWEL VOOR ZICH ALS IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN WETTELIJK VERTEGENWOORDIGER VAN DE MINDERJARIGE [minderjarige], te [woonplaats 1] ,niet verschenen, aan hem is verstek verleend, 2. QURALIS BEWIND B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [gedaagde 2] , te Zwolle, als formele procespartij in de plaats van: [gedaagde 2] , zowel voor zich als in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige], te [woonplaats 2] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , verschenen: [gedaagde 2] .

1De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 21 november 2023 - de mondelinge behandeling van 16 januari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.1. Vast staat dat de goederen van [gedaagde 2] bij beschikking van de kantonrechter te Zwolle van 30 november 2023 onder bewind zijn gesteld. Bij die beschikking is Quralis Bewind B.V. benoemd tot bewindvoerder van [gedaagde 2] . [minderjarige] en [gedaagde 2] zijn op 30 oktober 2023 gedagvaard door Zilveren Kruis. Voornoemde bewindvoerder heeft met [gedaagde 2] voorafgaand aan de mondelinge behandeling een overleg gehad, waarbij is besloten dat [gedaagde 2] alleen naar de mondelinge behandeling zou komen.

De kantonrechter is van oordeel dat de beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) meebrengt dat de bewindvoerder van [gedaagde 2] als formele procespartij heeft te gelden. Het vonnis zal om die reden dan ook worden gewezen tussen Zilveren Kruis en [minderjarige] , zowel voor zich als in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger en Quralis Bewind B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 2] , zoals reeds in de kop van dit vonnis is vermeld.

2De beoordeling

Waar gaat de zaak over? 2.1. [gedaagden] ontvangen een persoonsgebonden budget voor de zorg voor de dochter van [naam] en [gedaagde 2] . In 2020 zijn er meer uren uitbetaald dan was toestaan en Zilveren Kruis heeft bij beschikking van 17 september 2020 het teveel betaalde teruggevorderd. [gedaagden] hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. Het teruggevorderde bedrag is nog niet volledig terugbetaald en daarom vraagt Zilveren Kruis in deze procedure een veroordeling tot betaling van het restbedrag van € 1.045,00 met bijkomende kosten.

De vordering is toewijsbaar. 2.2. De vordering ten aanzien van [naam] komt de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat deze zal worden toegewezen. 2.3. Ook ten aanzien van Quralis zal de vordering worden toegewezen, omdat zij geen verweer heeft gevoerd. [gedaagden] zijn beiden budgethouder en hoofdelijk aansprakelijk, ook al heeft [naam] de administratie verricht. 2.4. Dit ziet op een hoofdsom van € 1.045,00 en de bijkomende kosten: € 42,49 aan wettelijke rente en € 189,67 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de verdere rente.

De bijkomende kosten moeten worden betaald, omdat de hoofdsom niet volledig en tijdig is betaald, ook niet nadat hiertoe is aangemaand. 2.5. [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Zilveren Kruis worden begroot op:- dagvaarding € 130,48- griffierecht € 322,00 - salaris gemachtigde € 398,00 (2 punten x tarief € 199,00) - nakosten € 99,50Totaal € 949,48.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. veroordeelt [gedaagden] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt, de ander zal zijn bevrijd, tegen bewijs van kwijting aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 1.277,16, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.045,00 vanaf 30 oktober 2023 tot de dag van algehele voldoening; 3.2. veroordeelt [gedaagden] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 2] hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt, de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 949,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.

Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moeten [gedaagden] in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde 2] ook hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt, de ander zal zijn bevrijd, de kosten van betekening betalen, 3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2024. (SK)