ECLI:NL:RBOVE:2024:688 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer : 84.072673.22 Datum vonnis : 1 februari 2024 Verstekvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van het Openbaar Ministerie ten aanzien van: [verdachte] Limited, gevestigd aan de [vestigingsplaats] .
Legislator headnote
AI generatedartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2024:688 · Rechtbank Overijssel: De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 7 september 2023 en 1 februari 2024. Op de terechtzitting van 7 september 2023 hebben de officieren van justitie mr. M. Lambregts en mr. D.G. Specker, onder verwijzing naar de conclusie van eis van 17 augustus 2023, de vordering gehandhaafd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer : 84.072673.22 Datum vonnis : 1 februari 2024 Verstekvonnis van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van het Openbaar Ministerie ten aanzien van: [verdachte] Limited, gevestigd aan de [vestigingsplaats] .
1De vordering van het
Openbaar Ministerie De schriftelijke ontnemingsvordering van 5 juni 2023 strekt ertoe dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel, als bedoeld in artikel 36e Sr, wordt geschat en verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 2.844.270,--.
2De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 7 september 2023 en 1 februari 2024. Op de terechtzitting van 7 september 2023 hebben de officieren van justitie mr. M. Lambregts en mr. D.G. Specker, onder verwijzing naar de conclusie van eis van 17 augustus 2023, de vordering gehandhaafd.
3De beoordeling van de vordering
De rechtbank stelt vast dat het Openbaar Ministerie bij vonnis van 1 februari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard in de strafzaak. De vervolging van verdachte heeft dus niet tot een veroordeling geleid. Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijk van de op dat strafbare feit gebaseerde ontnemingsvordering in de weg. Het Openbaar Ministerie dient in de vordering dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4De beslissing
De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. M.S. de Waard, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2024. Buiten staat Mr. M.S. de Waard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.