Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2024:6372 ECLI:NL:RBOVE:2024:6372 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2024:6372 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2024:6372
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11056913 \ CV EXPL 24-1633 Vonnis van 26 november 2024 in de zaak van BENU APOTHEKEN B.V. H.O.D.N. BENU APOTHEEK STEENWIJK, te Maarssen, eisende partij, hierna te noemen: Benu, gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten b.v., tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek. 1.2. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om op de conclusie van repliek te reageren. [gedaagde] heeft om uitstel gevraagd, maar daarna niet meer gereageerd. 1.3.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Wetboek, artikel 238 Rv; ECLI:NL:RBOVE:2024:6372 · Rechtbank Overijssel: Echter heeft zij in de periode waarop de facturen zien het medicijn niet ontvangen. Het medicijn komt ook niet terug in het overzicht van de zorgkosten bij haar zorgverzekeraar. Verder had zij in 2020 een bewindvoerder en is het [gedaagde] niet bekend waar deze facturen vandaan komen. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] aan Benu een bedrag moet betalen voor het volgens Benu aan [gedaagde] geleverd medicijn Nozinan. 4.2. Op grond van artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Wetboek moet [gedaagde] het bedrag betalen ten tijde van de aflevering. 4.3. [gedaagde] heeft allereerst betwist dat zij het medicijn, in de periode waarop de facturen zien, heeft ontvangen.

Keywords

AI generated
irregular postal delivery unsolicited goods delivery compulsory medication unlawful drug possession fiction of service industrial counterfeiting

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Wetboek
Op grond van artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Wetboek moet [gedaagde] het bedrag betalen ten tijde van de aflevering.
artikel 238 Rv
De kantonrechter begroot deze kosten op € 50,00 aan reis- verblijf- en verletkosten, omdat [gedaagde] is verschenen tijdens de rolzitting van 25 juni 2024 (artikel 238 Rv).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 11056913 \ CV EXPL 24-1633 Vonnis van 26 november 2024 in de zaak van BENU APOTHEKEN B.V. H.O.D.N. BENU APOTHEEK STEENWIJK, te Maarssen, eisende partij, hierna te noemen: Benu, gemachtigde: YARDS Deurwaardersdiensten b.v., tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek. 1.2. [gedaagde] heeft de gelegenheid gekregen om op de conclusie van repliek te reageren. [gedaagde] heeft om uitstel gevraagd, maar daarna niet meer gereageerd. 1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De zaak in het kort 2.1. Benu heeft haar stelling dat [gedaagde] het medicijn Nozinan geleverd heeft gekregen, nadat [gedaagde] dit heeft betwist, onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter zal de vorderingen van Benu daarom afwijzen. 3Het geschil 3.1. Benu vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 149,87, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. Benu legt aan haar vordering het navolgende ten grondslag. Benu heeft in opdracht en voor rekening van [gedaagde] het medicijn Nozinan aan haar geleverd.

Bij facturen van 26 augustus 2020 en 23 september 2020 heeft Benu hiervoor een bedrag van € 98,55 in rekening gebracht bij [gedaagde]. Ondanks betalingsherinneringen en aanmaningen heeft [gedaagde] dit bedrag onbetaald gelaten. [gedaagde] is daarom in verzuim geraakt en de wettelijke rente verschuldigd. Ook moet [gedaagde] een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten betalen. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat haar psychiater het medicijn Nozinan aan haar heeft voorgeschreven en dat dit medicijn wordt vergoed door haar zorgverzekeraar.

Echter heeft zij in de periode waarop de facturen zien het medicijn niet ontvangen. Het medicijn komt ook niet terug in het overzicht van de zorgkosten bij haar zorgverzekeraar. Verder had zij in 2020 een bewindvoerder en is het [gedaagde] niet bekend waar deze facturen vandaan komen. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] aan Benu een bedrag moet betalen voor het volgens Benu aan [gedaagde] geleverd medicijn Nozinan. 4.2. Op grond van artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Wetboek moet [gedaagde] het bedrag betalen ten tijde van de aflevering. 4.3. [gedaagde] heeft allereerst betwist dat zij het medicijn, in de periode waarop de facturen zien, heeft ontvangen.

Anders dan Benu kennelijk bij repliek meent heeft [gedaagde] hiermee niet erkend dat zij het medicijn geleverd heeft gekregen. Dat maakt naar het oordeel van de kantonrechter dat niet vast is komen te staan dat het medicijn aan [gedaagde] is afgeleverd en zij nog een bedrag aan Benu moet betalen. 4.4. Nu [gedaagde] heeft betwist dat zij het medicijn Nozinan heeft ontvangen, lag het op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op de weg van Benu om haar stelling dat [gedaagde] het medicijn heeft ontvangen en de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen.

Dit heeft Benu nagelaten, zodat de kantonrechter de vorderingen van Benu zal afwijzen. 4.5. Benu wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde] betalen. De kantonrechter begroot deze kosten op € 50,00 aan reis- verblijf- en verletkosten, omdat [gedaagde] is verschenen tijdens de rolzitting van 25 juni 2024 (artikel 238 Rv).

5De beslissing

De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van Benu af, 5.2. veroordeelt Benu in de proceskosten van [gedaagde], begroot op € 50,00. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024 (cs).