ECLI:NL:RBOVE:2024:3540 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.168934.22 Datum vonnis: 4 juli 2024 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan), wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 276.599,00.
Legislator headnote
AI generatedartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2024:3540 · Rechtbank Overijssel: De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op de openbare terechtzitting van 20 juni 2024. De raadsvrouw van verdachte, mr. H.M.G. Peters, advocaat in Utrecht, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. Verdachte is niet verschenen. Op de terechtzitting van 20 juni 2024 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08.168934.22 Datum vonnis: 4 juli 2024 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan), wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 276.599,00.
2De procedure
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op de openbare terechtzitting van 20 juni 2024. De raadsvrouw van verdachte, mr. H.M.G. Peters, advocaat in Utrecht, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. Verdachte is niet verschenen. Op de terechtzitting van 20 juni 2024 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.
3De beoordeling van de vordering
Nu verdachte bij vonnis van 4 juli 2024 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4De beslissing
De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. J.L. Souman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2024. Buiten staat Mr. J.L. Souman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.