Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2023:5191 ECLI:NL:RBOVE:2023:5191 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2023:5191 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2023:5191
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 84.192409.21 Datum vonnis: 18 december 2023 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde], gevestigd aan [vestigingsplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 23.423,70.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2023:5191 · Rechtbank Overijssel: Bewezen is verklaard dat zij dit strafbare feit heeft medegepleegd met [bedrijf] B.V. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de opbrengst die [veroordeelde] uit deze bemiddeling heeft gehad, minus de door [veroordeelde] ten behoeve van het plegen van de feiten gemaakte kosten, als wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden aangemerkt. [veroordeelde] heeft bemiddeld in de afzet van 4.695,10 ton papierslib naar verschillende co-vergisters. [veroordeelde] heeft hiervoor een totaalbedrag van € 118.099,10 gefactureerd aan [bedrijf] B.V. [veroordeelde] betaalde de co-vergisters € 20,00 per ton voor de afname van het papierslib.

Keywords

AI generated
waste recovery environmental industry environmental protection concerns export of waste unauthorised dumping cost of pollution

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 84.192409.21 Datum vonnis: 18 december 2023 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde], gevestigd aan [vestigingsplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 23.423,70.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 13 en 15 november 2023 en 4 december 2023. [veroordeelde] (hierna: [veroordeelde]), vertegenwoordigd door de heer [naam] en bijgestaan door mr. H.D. Postma, advocaat in Leeuwarden, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 13 november 2023 heeft de officier van justitie mr. P.A. van der Vliet haar vordering gehandhaafd. 3De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling [veroordeelde] is bij vonnis van deze rechtbank van 18 december 2023 veroordeeld voor de strafbare feiten: de eendaadse samenloop van: feit 1, het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd; en feit 2, het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 10.55, eerste lid aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, te weten het met deze vordering samenhangende strafdossier, met onder meer het in de onderhavige zaak opgemaakte rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 23 maart 2023. [veroordeelde] is veroordeeld voor – zakelijk samengevat – de bemiddeling in de afzet van papierslib aan co-vergisters, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan, in de periode van 21 november 2018 tot en met 10 augustus 2019.

Bewezen is verklaard dat zij dit strafbare feit heeft medegepleegd met [bedrijf] B.V. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de opbrengst die [veroordeelde] uit deze bemiddeling heeft gehad, minus de door [veroordeelde] ten behoeve van het plegen van de feiten gemaakte kosten, als wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden aangemerkt. [veroordeelde] heeft bemiddeld in de afzet van 4.695,10 ton papierslib naar verschillende co-vergisters. [veroordeelde] heeft hiervoor een totaalbedrag van € 118.099,10 gefactureerd aan [bedrijf] B.V. [veroordeelde] betaalde de co-vergisters € 20,00 per ton voor de afname van het papierslib.

Voor een vracht van 51,56 ton heeft [veroordeelde] € 35,00 per ton papierslib betaald, in verband met slechte kwaliteit. In totaal bedroegen deze kosten € 94.675,40. [veroordeelde] heeft met de bemiddeling in de afzet van het papierslib € 118.099,10 – € 94.675,40 = € 23.423,70 verdiend. De rechtbank is van oordeel dat verdachte wederrechtelijk voordeel heeft genoten en stelt op grond van bovenstaande de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 23.423,70. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting Namens de veroordeelde is ter terechtzitting naar voren gebracht dat de strafzaak grote (financiële) gevolgen heeft gehad voor de onderneming.

Onder andere door reputatieschade heeft [veroordeelde] klanten verloren en is de omzet flink gedaald. De ontnemingsmaatregel is door de wetgever in de wetgeving opgenomen om het voordeel dat verdachten ten gevolge van het strafbare feit genieten weer te ontnemen, waardoor de verdachten terug worden gebracht in de financiële positie van voor het strafbare feit. Nu ter zitting voldoende aannemelijk is geworden dat de financiële gevolgen voor verdachte aanzienlijk zijn geweest, en er ook overigens op de zitting geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat verdachte blijvend financieel voordeel heeft gehad door de gepleegde strafbare feiten, houdt de rechtbank hier rekening mee.

De rechtbank is daarmee van oordeel dat het voldoende aannemelijk is geworden dat het voordeel dat [veroordeelde] door het plegen van de strafbare feiten wederrechtelijk heeft verkregen, hierdoor ruimschoots is teniet gedaan. De rechtbank houdt daar rekening mee en zal het te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel, te weten op nihil.

4De wettelijke voorschriften

De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.

5De beslissing

De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 23.423,70; legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 0,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. D. van den Berg en mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2023. Buiten staat Mr. D. van den Berg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (JM176), financieel dossier Brandgans, p. 774, tabel. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (JM176), financieel dossier Brandgans, p. 774.