ECLI:NL:RBOVE:2023:4451 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/760037-20 (ontneming) Datum vonnis: 7 november 2023 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 750.690,20.
Legislator headnote
AI generatedartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2023:4451 · Rechtbank Overijssel: De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 14 februari 2022, 19 september 2022 en 26 september 2023. [veroordeelde], bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.G.J. Plat, advocaat in Rotterdam, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 26 september 2023 heeft de officier van justitie mr. R. Janssens gevorderd dat de rechtbank de vordering afwijst, vanwege de vrijspraak van de ten laste gelegde feiten die aan de vordering ten grondslag liggen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering dient te worden afgewezen bij gebrek aan een veroordeling.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/760037-20 (ontneming) Datum vonnis: 7 november 2023 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde], geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats], wonende aan de [woonplaats]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en [veroordeelde] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 750.690,20.
2De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 14 februari 2022, 19 september 2022 en 26 september 2023. [veroordeelde], bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.G.J. Plat, advocaat in Rotterdam, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 26 september 2023 heeft de officier van justitie mr. R. Janssens gevorderd dat de rechtbank de vordering afwijst, vanwege de vrijspraak van de ten laste gelegde feiten die aan de vordering ten grondslag liggen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering dient te worden afgewezen bij gebrek aan een veroordeling.
3De beoordeling van de vordering
Nu [veroordeelde] bij vonnis van 3 oktober 2023 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4De beslissing
De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. A.J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2023.