Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2023:4249 ECLI:NL:RBOVE:2023:4249 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2023:4249 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2023:4249
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10423433 \ CV EXPL 23-1257 Vonnis van 24 oktober 2023 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht ANTWERP JUDICIAL OFFICERS BVBA, te Antwerpen, eisende partij, hierna te noemen: Antwerp Judicial Officers, gemachtigde: T.J.W. Ceelen, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats 1], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2023:4249 · Rechtbank Overijssel: Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1. Antwerp Judicial Officers is gevestigd in België en [gedaagde] is gevestigd in Nederland. De zaak heeft daarom een internationaal karakter. 4.2. Op grond van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is de Nederlandse rechter bevoegd, aangezien de gedaagde partij in Nederland gevestigd is. 4.3. Gelet op het internationale element zal de kantonrechter ook ambtshalve toetsen welk recht van toepassing is op de rechtsverhoudingen tussen partijen. [gedaagde] heeft zich bij het leggen van het beslag laten vertegenwoordigen door [naam].

Keywords

AI generated
action for payment unpaid invoices bank charges payment order european order for payment procedure prohibition of payment
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer: 10423433 \ CV EXPL 23-1257 Vonnis van 24 oktober 2023 in de zaak van de rechtspersoon naar buitenlands recht ANTWERP JUDICIAL OFFICERS BVBA, te Antwerpen, eisende partij, hierna te noemen: Antwerp Judicial Officers, gemachtigde: T.J.W. Ceelen, tegen [gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats 1], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. 1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 4 februari 2021 heeft mr. [naam] van [bedrijf] te [vestigingsplaats 2] (hierna: [naam]), als gemachtigde van [gedaagde], een verzoekschrift ingediend bij de beslagrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen. Daarin heeft [gedaagde] verzocht om haar verlof te verlenen om bewarend beslag onder derden te doen leggen in handen van BNP Paribas Fortis N.V. ten laste van Sancover Music Entertainment B.V.. Bij beschikking van 5 februari 2021 heeft de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Beslagrechter/kamer Ab2, dit verzoek toegewezen. 2.2.

Op 11 februari 2021 heeft [naam] aan Antwerp Judicial Officers opdracht gegeven tot het leggen van het beslag. In zijn bericht van 11 februari 2021 schrijft [naam] daartoe, voor zover van belang, het volgende: “Geachte deurwaarder, Ik ben de raadsman van de BV [gedaagde]. Als bijlage een beschikking toelating bewarend beslag onder derden. Kunt u aub verder het nodige doen om beslag te leggen? (…) Kosten aan cliënt (via mail te bereiken op [e-mail address]).” 2.3. Op 18 februari 2021 heeft het gerechtsdeurwaarderskantoor Antwerp Judicial Officers vervolgens bewarend beslag onder derden gelegd bij NMP Paribas Fortis NV ten laste van Sancover Music Entertainment B.V. en dit beslag bij akte van 26 februari 2021 aangezegd met een betekening-aanzegging. 2.4.

Op 11 mei 2021 heeft Antwerp Judicial Officers voor voornoemde werkzaamheden een factuur verzonden aan [gedaagde] voor een bedrag van € 546,51. [gedaagde] heeft die factuur niet betaald. Daarover gaat deze procedure.

3Het geschil

Wat wil Antwerp Judicial Officers? 3.1. Antwerp Judicial Officers vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 725,65, vermeerderd met de Belgische wettelijke rente en kosten. Dit bedrag bestaat uit de hoofdsom, rente tot aan de dagvaarding en buitengerechtelijke incassokosten, alle naar Belgisch recht. Wat vindt [gedaagde] daarvan? 3.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot nietigheid van de dagvaarding, althans niet-ontvankelijkheid van Antwerp Judicial Officers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Antwerp Judicial Officers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Antwerp Judicial Officers in de kosten van deze procedure. 3.3. [gedaagde] voert – samengevat – aan dat hij geen opdracht heeft verstrekt op basis waarvan een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. [naam] heeft Antwerp Judicial Officers geïnstrueerd om de werkzaamheden te verrichten en [naam] heeft op geen enkel moment te kennen gegeven dat de deurwaarder rechtstreeks kosten bij [gedaagde] kon vorderen.

Antwerp Judicial Officers dan wel [naam] had [gedaagde] van tevoren op de hoogte moeten stellen van de kosten, zodat zij kon beslissen of ze de betreffende dienst aan wilde nemen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht 4.1. Antwerp Judicial Officers is gevestigd in België en [gedaagde] is gevestigd in Nederland. De zaak heeft daarom een internationaal karakter. 4.2. Op grond van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken is de Nederlandse rechter bevoegd, aangezien de gedaagde partij in Nederland gevestigd is. 4.3. Gelet op het internationale element zal de kantonrechter ook ambtshalve toetsen welk recht van toepassing is op de rechtsverhoudingen tussen partijen. [gedaagde] heeft zich bij het leggen van het beslag laten vertegenwoordigen door [naam].

Op het procesrecht is het recht van de plaats van het gerecht van toepassing, zijnde het Belgisch recht. Op de – door [gedaagde] niet betwiste – overeenkomst tussen [gedaagde] en [naam] is ingevolge Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) Belgisch recht van toepassing als het recht van het land waar de dienstverlener zijn gewone verblijfplaats heeft. Van een andersluidende rechtskeuze is namelijk niet gebleken. Als tussen [gedaagde] en Antwerp Judicial Officers een overeenkomst tot stand is gekomen, is om diezelfde reden ok op die overeenkomst Belgisch recht van toepassing.

De dagvaarding is niet nietig 4.4. De dagvaarding is niet nietig, zoals [gedaagde] heeft betoogd. De dagvaarding voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. Uit de dagvaarding blijkt voldoende duidelijk dat Antwerp Judicial Officers betaling vordert van door haar voor [gedaagde] verrichte werkzaamheden. De eis en de gronden daarvan zijn helder en de dagvaarding is voorzien van bewijsmiddelen door middel van producties. Ook staat er een bewijsaanbod in. Daarom wordt dit formele verweer door de kantonrechter gepasseerd. De vordering wordt toegewezen 4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat [naam] bevoegd was om [gedaagde] in de beslagprocedure te vertegenwoordigen. [gedaagde] stelt in haar conclusie van antwoord dat zij [naam] heeft benaderd voor het laten leggen van beslag. De kantonrechter is van oordeel dat in die opdracht is inbegrepen dat – nadat verlof is gevraagd bij de rechtbank – het bewarend beslag ook daadwerkelijk wordt gelegd. Dat daarvoor een gerechtsdeurwaarder moet worden ingeschakeld en dat daaraan kosten zijn verbonden is niet betwist en staat vast. Deze kosten komen voor rekening van [gedaagde] als degene die de opdracht tot het laten leggen van beslag heeft gegeven.

Tussen partijen is niet in geschil dat deze kosten niet door [naam] zijn betaald. Dat betekent dat [gedaagde] deze kosten moet betalen. 4.6. Gelet op het voorgaande dient het verweer van [gedaagde] te worden verworpen. De gevorderde hoofdsom van € 546,51, te vermeerderen met de gevorderde rente, ligt voor toewijzing gereed. 4.7. Antwerp Judicial Officers vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen dit onderdeel van de vordering. Deze kosten zullen daarom worden toegewezen. 4.8. Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen: - hoofdsom - rente tot 24 maart 2023 € € 546,51 79,94 - buitengerechtelijke kosten € 99,20 + totaal € 725,65 - betalingen € 0,00 -/- Totaal € 725,65 De proceskosten 4.9. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.

De proceskosten van Antwerp Judicial Officers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 132,42 - griffierecht € 322,00 - salaris gemachtigde € 264,00 (2,00 punten × € 132,00) - nakosten € 66,00 Totaal € 784,42‬ Afwijzing waarmerking als Europese executoriale titel 4.10. Voor waarmerking van dit vonnis als een Europese executoriale titel in de zin van de Verordening (EG) 805/2004 van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (hierna: EET-Verordening) bestaat geen grond.

De EET-Verordening mist toepassing nu geen sprake is van een niet-betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3 van deze verordening.

5De beslissing

De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Antwerp Judicial Officers te betalen een bedrag van € 725,65, te vermeerderen met de Belgische wettelijke rente over een bedrag van € 546,51, met ingang van 24 maart 2023, tot de dag van volledige betaling, 5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Antwerp Judicial Officers tot dit vonnis vastgesteld op € 784,42‬, 5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2023.