ECLI:NL:RBOVE:2022:857 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht - Strafraadkamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/242054/21 Verzoekschriftnummer: 22/212 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van 30 maart 2022 op het verzoekschrift op grond van artikel 530 Sv van: [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , mr. T. van Nimwegen, advocaat te Tilburg, hierna te noemen: de verzoekster.
Legislator headnote
AI generatedartikel 530 Sv, artikel 9a Sr; ECLI:NL:RBOVE:2022:857 · Rechtbank Overijssel: Het verzoekschrift, gedateerd 30 december 2021, is op 5 januari 2022 op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ondertekend en ingediend door verzoekster, bijgestaan door mr. T. van Nimwegen, advocaat te Tilburg. Het verzoek strekt ertoe aan verzoekster op grond van artikel 530 Sv een vergoeding toe te kennen van € 7,79 voor gemaakte reiskosten, te vermeerderen met een bedrag van € 340,00 voor de kosten van het opstellen en het indienen van het verzoekschrift. De rechtbank heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de verdachte.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht - Strafraadkamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/242054/21 Verzoekschriftnummer: 22/212 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van 30 maart 2022 op het verzoekschrift op grond van artikel 530 Sv van: [verzoekster] , geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende op het adres [adres] , mr. T. van Nimwegen, advocaat te Tilburg, hierna te noemen: de verzoekster.
1Het verloop van de procedure
Het verzoekschrift, gedateerd 30 december 2021, is op 5 januari 2022 op de griffie van de rechtbank ontvangen. Het is ondertekend en ingediend door verzoekster, bijgestaan door mr. T. van Nimwegen, advocaat te Tilburg. Het verzoek strekt ertoe aan verzoekster op grond van artikel 530 Sv een vergoeding toe te kennen van € 7,79 voor gemaakte reiskosten, te vermeerderen met een bedrag van € 340,00 voor de kosten van het opstellen en het indienen van het verzoekschrift. De rechtbank heeft kennis genomen van het door de officier van justitie overgelegde dossier van de strafzaak tegen de verdachte.
2De beoordeling
Op grond van de stukken stelt de rechtbank het volgende vast: De officier van justitie heeft verzoekster een brief, gedateerd 26 november 2022, gestuurd met de mededeling dat de zaak geseponeerd is; De strafzaak is dus geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en, voor wat betreft het verzoek op grond van artikel 530 Sv, ook zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr. Het verzoek op grond van artikel 530 Sv Alle omstandigheden in aanmerking genomen, zijn er gronden van billijkheid aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen van € 7,79 voor gemaakte reiskosten. De verzochte schadevergoeding van € 7,79 staat zodanig in wanverhouding tot de kosten van het indienen van het verzoekschrift dat de rechtbank deze, conform het standpunt van het OM zal matigen tot een bedrag van € 15,--.
3De beslissing
De rechtbank: - kent op grond van artikel 530 Sv aan verzoekster ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 22,79 voor de reiskosten, inclusief de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift; - beveelt dat na het onherroepelijk worden van deze beschikking de schadevergoeding door de griffier betaald wordt, door overboeking van het totaalbedrag van € 22,79 op de bankrekening met het nummer [rekeningnummer] ten name van de [stichting] onder vermelding van “ [omschrijving] ”; Deze beschikking is gegeven op 30 maart 2022 door mr. E. Venekatte, rechter, in tegenwoordigheid van J. Hesselink, griffier, ondertekend door de rechter en de griffier.