Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2022:44 ECLI:NL:RBOVE:2022:44 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2022:44 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2022:44
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 9513286 \ CV EXPL 21-4507 Vonnis van 11 januari 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,gevestigd te Rotterdam, eisende partij, gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats], gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.1. De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 96,51, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. 1.2. Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend. 1.3. Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:230m lid 1 BW, artikel 6:230v lid 7 BW; ECLI:NL:RBOVE:2022:44 · Rechtbank Overijssel: 1De procedure 1.1. De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 96,51, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. 1.2. Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend. 1.3. Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

Keywords

AI generated
pre-contractual information obligations non-implementation of the offending agreements principle of sufficient cover electronic commerce terms of sale contractual rights and obligations

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:230m lid 1 BW
Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
artikel 6:230v lid 7 BW
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn) en h (ontbindingsrecht).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zwolle Zaaknummer : 9513286 \ CV EXPL 21-4507 Vonnis van 11 januari 2022 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BILLINK FINANCIAL SOLUTIONS B.V.,gevestigd te Rotterdam, eisende partij, gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso, tegen [gedaagde] ,wonende te [woonplaats], gedaagde partij, niet verschenen. 1De procedure 1.1. De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 96,51, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. 1.2. Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend. 1.3. Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.

2De beoordeling

Ambtshalve toetsen 2.1. Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen. 2.2. De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen. 2.3.

Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. 2.4. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn) en h (ontbindingsrecht). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan. 2.5. De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 25%.

Dit betekent dat de hoofdsom (€ 53,13) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren. 2.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3 3. De beslissing De kantonrechter: 3.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5, 3.2. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (SG)