ECLI:NL:RBOVE:2022:2155 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.044112-22 Datum vonnis: 16 mei 2022 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 116.790,81.
Legislator headnote
AI generatedartikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2022:2155 · Rechtbank Overijssel: De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 mei 2022. De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. De officier van justitie heeft ter terechtzitting in de onderliggende strafzaak gevorderd dat verdachte integraal wordt vrijgesproken. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak in de onderliggende zaak, de ontnemingsvordering moet worden afgewezen. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat verdachte maximaal € 29.334,00 voordeel heeft gehad van de hennepkwekerij.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.044112-22 Datum vonnis: 16 mei 2022 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 116.790,81.
2De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 mei 2022. De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. De officier van justitie heeft ter terechtzitting in de onderliggende strafzaak gevorderd dat verdachte integraal wordt vrijgesproken. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak in de onderliggende zaak, de ontnemingsvordering moet worden afgewezen. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat verdachte maximaal € 29.334,00 voordeel heeft gehad van de hennepkwekerij.
3De beoordeling van de vordering
Nu verdachte bij vonnis van 16 mei 2022 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4De beslissing
De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. H. Stam en mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. van Haren, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2022.