Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2022:2153 ECLI:NL:RBOVE:2022:2153 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2022:2153 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2022:2153
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.056201-21 Datum vonnis: 16 mei 2022 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats], wonende aan [adres]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 116.790,81.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2022:2153 · Rechtbank Overijssel: De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 mei 2022. De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. De officier van justitie heeft haar vordering gehandhaafd. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak in de onderliggende zaak, de ontnemingsvordering moet worden afgewezen. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat verdachte maximaal € 29.334,00 voordeel heeft gehad van de kwekerij.

Keywords

AI generated
discontinuation of prosecution waiver of oral hearing lack of persecution authorization for criminal prosecution remission of sentence closure of criminal inquiry

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08.056201-21 Datum vonnis: 16 mei 2022 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats], wonende aan [adres]. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 116.790,81.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 2 mei 2022. De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. De officier van justitie heeft haar vordering gehandhaafd. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak in de onderliggende zaak, de ontnemingsvordering moet worden afgewezen. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat verdachte maximaal € 29.334,00 voordeel heeft gehad van de kwekerij.

3De beoordeling van de vordering

Nu verdachte bij vonnis van 16 mei 2022 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4De beslissing

De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. H. Stam en mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.K. van Haren, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2022.