Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2019:138 ECLI:NL:RBOVE:2019:138 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2019:138 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2019:138
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: AWB 18/1968 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 17 oktober 2018 beroep ingesteld. Overwegingen 1. Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is. De indiener wordt een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet worden voldaan. Wordt dit niet gedaan, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 van de Awb; ECLI:NL:RBOVE:2019:138 · Rechtbank Overijssel: Procesverloop Eiser heeft op 17 oktober 2018 beroep ingesteld. Overwegingen 1. Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is. De indiener wordt een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet worden voldaan. Wordt dit niet gedaan, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
suspension of benefit entitlement unfit notwithstanding health condition reinstatement of unemployment benefits sick pay insurance benefits unemployment insurance financing medically certified work incapacity

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is.
artikel 8:54 van de Awb
Het onderzoek wordt gesloten met toepassing van artikel 8:54 van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: AWB 18/1968 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser, en het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 17 oktober 2018 beroep ingesteld. Overwegingen 1. Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bepaalt dat de indiener van een beroepschrift griffierecht verschuldigd is. De indiener wordt een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet worden voldaan. Wordt dit niet gedaan, dan wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

2. Aan eiser is twee keer een termijn gegeven om het griffierecht te voldoen, maar eiser heeft het griffierecht niet (tijdig) voldaan.

3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Het onderzoek wordt gesloten met toepassing van artikel 8:54 van de Awb.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van C.L. Cheung, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.