Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2018:4127 ECLI:NL:RBOVE:2018:4127 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2018:4127 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2018:4127
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/952366-15 (ontneming) Datum vonnis: 1 november 2018 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 69.343,48.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2018:4127 · Rechtbank Overijssel: Nu verdachte bij vonnis van 1 november 2018 is vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Keywords

AI generated
lifting of opposition inaction of public prosecutor authorization for criminal prosecution lack of prosecutorial standing deemed withdrawal of opposition closure of criminal inquiry

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/952366-15 (ontneming) Datum vonnis: 1 november 2018 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1950 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] . 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 69.343,48.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 4 juli 2017 en 18 oktober 2018. De verdachte, bijgestaan door haar raadsman mr. ing. M.J. Jansma, advocaat in Kampen, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 18 oktober 2018 heeft de officier van justitie, mr. R.J. Wiegant, de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 60.000,-. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat, gelet op de door hem gevraagde vrijspraak, de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De raadsman heeft subsidiair bepleit dat het niet aannemelijk is dat zijn cliënte wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten, zodat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen.

3De beoordeling van de vordering

Nu verdachte bij vonnis van 1 november 2018 is vrijgesproken van het feit waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4De beslissing

De rechtbank: - verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Peper, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 november 2018. mr. Breukink is niet in de gelegenheid dit ontnemingsvonnis mede te ondertekenen.