ECLI:NL:RBOVE:2018:3233 · Rechtbank Overijssel
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/542 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder gemachtigde: H.M.M. Adema. Procesverloop Bij besluit van 8 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder na een uitgevoerd financieel onderzoek, het aflossingsbedrag op de nog openstaande vordering van € 2.507,72, met ingang van 1 januari 2017 bepaald op € 132,00 per maand.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBOVE:2018:3233 · Rechtbank Overijssel: Adema. Procesverloop Bij besluit van 8 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder na een uitgevoerd financieel onderzoek, het aflossingsbedrag op de nog openstaande vordering van € 2.507,72, met ingang van 1 januari 2017 bepaald op € 132,00 per maand.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/542 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder gemachtigde: H.M.M. Adema. Procesverloop Bij besluit van 8 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder na een uitgevoerd financieel onderzoek, het aflossingsbedrag op de nog openstaande vordering van € 2.507,72, met ingang van 1 januari 2017 bepaald op € 132,00 per maand.
Bij besluit van 5 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2018. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Ter zitting heeft eiseres bevestigd dat er gedurende de bezwaarprocedure geen maandelijkse invordering heeft plaatsgevonden van het genoemde bedrag van € 132,00 en dat op basis van het nader uitgevoerde onderzoek op 8 februari 2018 (slechts drie dagen na afgifte van het bestreden besluit) een nieuw besluit is genomen, waarbij de aflossings-capaciteit nader is vastgesteld op € 99,00 per maand. Eiseres heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank niet in dat eiseres nog procesbelang heeft bij een beoordeling van het beroep.
3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Aan de beoordeling van de beroepsgronden van appellante komt de rechtbank daarom niet toe. Zoals besproken ter zitting kan eiseres zich met een onderbouwd verzoek tot verweerder richten de maandelijkse inhouding van € 99,00 te verlagen indien er sprake is van gewijzigde feiten of omstandigheden.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. van Lochem, rechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.