Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2018:2134 ECLI:NL:RBOVE:2018:2134 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2018:2134 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2018:2134
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08/760081-17 (P) Datum vonnis: 21 juni 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2018:2134 · Rechtbank Overijssel: Het bestanddeel tezamen en in vereniging kan dus niet overtuigend bewezen worden verklaard. De raadsvrouw heeft subsidiair aangevoerd dat, als al kan worden vastgesteld dat anderen [slachtoffer] hebben geslagen en geschopt, nadat verdachte [slachtoffer] had vastgepakt, dit ten aanzien van verdachte nog geen bewezenverklaring van openlijke geweldpleging op kan leveren. De klem is niet aan te merken als geweld en er is geen overtuigend bewijs waaruit blijkt dat het opzet van verdachte gericht was op het plegen van geweld door de anderen. Indien één van zijn broers toch nog een klap of trap heeft gegeven, kan dit verdachte niet worden tegengeworpen, vergelijk ECLI:NL:GHAMS:2016:5424.

Keywords

AI generated
offences against public authority violent offenses bodily harm crime victim offences causing public danger offences against life and limb

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHAMS:2016:5424
parketnummer: 23-002877-16 datum uitspraak: 14 december 2016 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 juli 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-105808-16 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2016. Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 20 mei 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, Linnaeusstraat, in elk geval op of aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] en/of een (personen)auto (merk/type Ford Mondeo, kenteken [kentekennummer]), welk geweld bestond uit - het achter voornoemde [slachtoffer] aanrennen en/of - ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] tackelen (waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of - ( vervolgens) de arm(en) van voornoemde [slachtoffer] vastpakken en/of achter zijn rug vasthouden en/of - ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] (met zijn buik) tegen voornoemde (personen)auto aan duwen en/of zetten en/of - ( vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer] eenmaal of meermalen (met kracht) in/tegen/op het gezicht en/of in/tegen/op de zij, in elk geval in/tegen/op het lichaam, slaan en/of stompen en/of - ( vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer] eenmaal of meermalen (met kracht) een zogenaamd knietje in/tegen/op zijn been en/of bil(len) geven, waardoor aan voornoemde [slachtoffer] pijn en/of letsel is toegebracht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter. Vordering van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel. Vrijspraak De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat uit het dossier niet kan volgen dat de verdachte meer heeft gedaan dan het slachtoffer vastpakken. Voorts had de verdachte geen opzet op het door zijn broer gepleegde geweld. Vast is komen te staan dat de medeverdachte het slachtoffer heeft geslagen en dat de verdachte het slachtoffer op enig moment heeft vastgepakt. Mede gelet op de door de medeverdachte in hoger beroep als getuige afgelegde verklaring, is echter niet komen vast te staan dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het door de medeverdachte uitgeoefende geweld heeft gehad en mitsdien dat sprake is geweest van in vereniging plegen van geweld. Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd. Gelet hierop dient de verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M. Lolkema en mr. A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 december 2016. mr. M. Lolkema en mr. A.E. Kleene-Krom zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. ========================================================================= [.]
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer 08/760081-17 (P) Datum vonnis: 21 juni 2018 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] .

1Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 07 juni 2018. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.J. Nettenbreijers en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] . Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 02 mei 2017 te Almelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of aan de [straat] , in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit: - het met kracht duwen tegen en/of trekken aan die [slachtoffer] en/of - het aansporen van de mededader(s) door te roepen om die [slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden - het met kracht slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of - het met kracht aanbrengen van een nekklem, althans het met kracht vastpakken van de nek terwijl dit (door hem gepleegde) geweld zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken jukbeen en/of een gebroken neus en/of één of meer (diepe) snijwond(en) en/of een gekneusde nek), althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

3De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Zwaar lichamelijk letsel Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat aangever door het geweld zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, zodat verdachte van die strafverzwarende omstandigheid wordt vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de getuigenverklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 4] alsmede op grond van het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. 4.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair betoogd dat op grond van het dossier niet zonder twijfel kan worden vastgesteld dat geweld is gepleegd nadat verdachte en zijn broer [medeverdachte 1] ter plaatse waren.

Het bestanddeel tezamen en in vereniging kan dus niet overtuigend bewezen worden verklaard. De raadsvrouw heeft subsidiair aangevoerd dat, als al kan worden vastgesteld dat anderen [slachtoffer] hebben geslagen en geschopt, nadat verdachte [slachtoffer] had vastgepakt, dit ten aanzien van verdachte nog geen bewezenverklaring van openlijke geweldpleging op kan leveren. De klem is niet aan te merken als geweld en er is geen overtuigend bewijs waaruit blijkt dat het opzet van verdachte gericht was op het plegen van geweld door de anderen. Indien één van zijn broers toch nog een klap of trap heeft gegeven, kan dit verdachte niet worden tegengeworpen, vergelijk ECLI:NL:GHAMS:2016:5424.

Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Op 2 mei 2017 hebben [medeverdachte 2] (de broer van verdachte) en [slachtoffer] een confrontatie met elkaar op de [straat] in Almelo, waarbij er wordt geslagen. Op een gegeven moment is die confrontatie voorbij en gaat [slachtoffer] zijn woning in. [medeverdachte 2] heeft vervolgens verdachte en zijn broer [medeverdachte 1] gebeld.

Die zijn ter plaatse gegaan. [slachtoffer] komt weer naar buiten en er ontstaat een confrontatie tussen [slachtoffer] en verdachte en zijn broers. Op een gegeven moment heeft verdachte [slachtoffer] van achteren bij zijn hoofd vastgepakt in een klem of greep, waarna [medeverdachte 2] en zijn broer [medeverdachte 1] [slachtoffer] nog hebben geslagen en geschopt. Op grond van het vorenstaande is komen vast te staan dat verdachte [slachtoffer] van achteren heeft vastgepakt in een klem of greep en dat zijn broers (de medeverdachten) [slachtoffer] daarna nog hebben geslagen en geschopt.

Op grond van het onderhavige dossier en de behandeling ter terechtzitting is echter niet komen vast te staan dat verdachte opzet heeft gehad, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het door de medeverdachten uitgeoefende geweld. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zodat de rechtbank verdachte daarvan zal vrijspreken.

5De beslissing

De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. M.I. van Meel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2018.