Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2017:5286 ECLI:NL:RBOVE:2017:5286 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2017:5286 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2017:5286
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: AWB 17/408 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen Opposant: [X] , gevestigd te [vestigingsplaats] , Procesverloop Bij uitspraak van 23 mei 2017 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen is verzet gedaan. Overwegingen 1. Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep. ‘Kennelijk’ betekent dat over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Awb; ECLI:NL:RBOVE:2017:5286 · Rechtbank Overijssel: Daartegen is verzet gedaan. Overwegingen 1. Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep. ‘Kennelijk’ betekent dat over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

Keywords

AI generated
early termination untimely recusal request dismissal and abandonment of proceedings withdrawal of opposition abandonment of employment statute of limitations bar

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Awb
Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht Zittingsplaats Zwolle zaaknummer: AWB 17/408 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen Opposant: [X] , gevestigd te [vestigingsplaats] , Procesverloop Bij uitspraak van 23 mei 2017 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen is verzet gedaan. Overwegingen 1. Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep. ‘Kennelijk’ betekent dat over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank ziet daartoe ook geen aanleiding.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank niet binnen de in de brief van de rechtbank van 13 februari 2017 gegeven termijn van vier weken een uittreksel van het handelsregister aan de rechtbank heeft doen toekomen waardoor niet kon worden vastgesteld dat [A] bevoegd is om namens opposant beroep in te stellen.

4. Opposant heeft aangevoerd dat hij afgeleid was omdat hij in de veronderstelling was dat de [gemeente] tegemoet zou komen en dat hem daardoor is ontgaan dat hij tijdig op de brief van de rechtbank van 13 februari 2017 had moeten reageren. Bij het indienen van verzet heeft eiser alsnog het gevraagde uittreksel van het handelsregister overgelegd.

5. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat opposant het gevraagde handelsregister niet binnen de in de brief van 13 februari 2017 gestelde termijn van vier weken aan de rechtbank heeft doen toekomen. Dat opposant was afgeleid dient voor zijn rekening en risico te komen. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb heeft kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van M.J.P. Kambeel, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2017.