Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2017:3412 ECLI:NL:RBOVE:2017:3412 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2017:3412 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2017:3412
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/770269-16 (P) Datum vonnis: 31 augustus 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2017:3412 · Rechtbank Overijssel: De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 23 juli 2016 schuldig heeft gemaakt aan aanranding van [slachtoffer] . Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Deventer, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds omarmen van [slachtoffer] en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] tegen zich aan te drukken en/of (vervolgens) onverhoeds één of meermalen op de mond te (tong)zoenen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het één of meermalen onverhoeds op de mond te (tong)zoenen.

Keywords

AI generated
duress by threat credible threat testimony of victim criminal charge physical aggression attempted coercion
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 08/770269-16 (P) Datum vonnis: 31 augustus 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] .

1Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 mei 2017 en 17 augustus 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. H. Tadema, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 23 juli 2016 schuldig heeft gemaakt aan aanranding van [slachtoffer] . Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: hij op of omstreeks 23 juli 2016 te Deventer, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten het onverhoeds omarmen van [slachtoffer] en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer] tegen zich aan te drukken en/of (vervolgens) onverhoeds één of meermalen op de mond te (tong)zoenen [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het één of meermalen onverhoeds op de mond te (tong)zoenen.

3De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het ten laste gelegde. Kortgezegd heeft de officier van justitie hiertoe aangevoerd dat gelet op de betrouwbare en geloofwaardige verklaring van aangeefster, die wordt ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige] en de verklaring van verdachte, alsmede de in het dossier bevindende whatsapp-berichten, het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu uit de beschikbare bewijsmiddelen alleen kan worden afgeleid dat verdachte [slachtoffer] op haar mond heeft gekust en daarna door haar is weggeduwd, hetgeen onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen van het ten laste gelegde.

Daar komt bij dat verdachte door een te korte tongriem niet in staat is zijn tong zover uit te steken dat hij daarmee in de mond van aangeefster kon binnendringen. Het whatsapp-bericht waarin verdachte zijn excuses aanbied slaat bovendien niet op het ten laste gelegde voorval. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank staat, gezien de verklaring van aangeefster en verklaring van verdachte zelf, vast dat verdachte aangeefster heeft omarmd en haar op de mond heeft gezoend. De rechtbank is echter onvoldoende overtuigt dat verdachte aangeefster meerdere malen een tongzoen heeft gegeven en dat hij deze handeling(en) onverhoeds heeft uitgevoerd en dat aldus een overrompelende situatie voor de aangeefster is ontstaan.

Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op de verklaring van [getuige] dat aangeefster voorgaand aan het voorval met verdachte al enige tijd met verdachte aan het flirten was. Dit maakt dat de rechtbank niet de overtuiging heeft bekomen dat de aangeefster de handeling(en) door ‘andere feitelijkheden’ dan geweld als omschreven in de tenlastelegging heeft moeten dulden. Nu het ontuchtig karakter van het enkel omarmen en op de mond zoenen ontbreekt, zal verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5De beslissing

De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.J. de Vries, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2017.