Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2017:1926 ECLI:NL:RBOVE:2017:1926 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2017:1926 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2017:1926
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 266 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 266 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

Legislator headnote

AI generated

artikel 279 Sv; ECLI:NL:RBOVE:2017:1926 · Rechtbank Overijssel: Het oordeel van de rechtbank Evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, subsidiair en 2 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Keywords

AI generated
misuse of a telecommunications installation damage to electrical installations electromagnetic interference destruction of crops offences against public health safety regulations violation

Cited Legislation

AI generated
artikel 279 Sv
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/197637-16(P) Datum vonnis: 8 mei 2017 Vonnis op tegenspraak (artikel 279 Sv) in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats] (Irak), wonende in [woonplaats] .

1Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 april 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.J. van Dijck en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. G.F. Schadd, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.

2De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: hennep heeft geteeld, dan wel daaraan medeplichtig is geweest; feit 2: stroom heeft weggenomen. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1. hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 266 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 266 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 1 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Almelo met elkaar, althans één van hen, opzettelijk, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 266 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 250 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan); tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks 1 september 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Almelo, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2. hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2014 tot en met 19 oktober 2015 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Cogas, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken); 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De bewijsoverwegingen 4.1.

Het oordeel van de rechtbank Evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, subsidiair en 2 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

5De beslissing

De rechtbank: - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Bos, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2017.