Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2016:4849 ECLI:NL:RBOVE:2016:4849 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2016:4849 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2016:4849
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/192686 / KG ZA 16-344 Vonnis in kort geding van 7 december 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZORGBOERDERIJ [X] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, verder te noemen [X] , advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. S.J. Driessen te Utrecht, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ALMELO, zetelend te Almelo, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE BORNE, zetelend te Borne, 3. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DINKELLAND, zetelend te Denekamp, 4. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ENSCHEDE, zetelend te Enschede, 5. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAAKSBERGEN, zetelend te Haaksbergen, 6. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HELLENDOORN, zetelend te Nijverdal, 7. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HENGELO, zetelend te Hengelo, 8. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HOF VAN TWENTE, zetelend te Goor, 9. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE LOSSER, zetelend te Losser, 10. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE OLDENZAAL, zetelend te Oldenzaal, 11. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE RIJSSEN-HOLTEN, zetelend te Rijssen, 12. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE TUBBERGEN, zetelend te Tubbergen, 13. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE TWENTERAND, zetelend te Vriezenveen, 14. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WIERDEN, zetelend te Wierden, gedaagden, verder ook te noemen de Gemeenten, advocaat mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2016:4849 · Rechtbank Overijssel: De gecontracteerde opdrachtnemer biedt leer-/werkplekken aan, dit kan vanuit de doelgroepen BBL/BOL en VSO/PRO, deze tellen mee in het SROI-percentage.

Keywords

AI generated
european social model rehabilitation supplement social exclusion european Social Fund municipal liability exclusion withdrawal of social benefits

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBMNE:2016:4335
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/415942 / KG ZA 16-389 Vonnis in kort geding van 29 juli 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AANNEMINGSBEDRIJF [bedrijf 1] B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. L. Knoups te 's-Gravenhage, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ALMERE, zetelend te Almere, gedaagde, advocaat mr. J.S.O. den Houting. Partijen zullen hierna Aannemingsbedrijf [bedrijf 1] en de Gemeente worden genoemd. 1De procedure 1.1.
ECLI:NL:BLIM:2014:7690
Ter onderbouwing wordt verwezen naar het vonnis van de voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 29 juli 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:4335) en het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maatricht, van 4 september 2014 (ECLI:NL:BLIM:2014:7690).
ECLI:NL:RBMNE:2014:3251
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/370903 / KG ZA 14-417 Vonnis in kort geding van 29 juli 2014 in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURA VERMEER DIVISIE INFRA B.V.,hierna te noemen: Dura Vermeer statutair gevestigd te Hoofddorp, eiseres, advocaat mr. J.F. van Nouhuys, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRORAIL B.V.,hierna te noemen: ProRail, statutair gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. S. Vermeulen. en in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STRUKTON RAIL B.V.,hierna te noemen: Strukton,gevestigd te Utrecht,tussenkomende partij,advocaat mr. L.C. van den Berg, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURA VERMEER DIVISIE INFRA B.V.,hierna te noemen: Dura Vermeer statutair gevestigd te Hoofddorp,verwerende partij, advocaat mr. J.F. van Nouhuys, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRORAIL B.V.,hierna te noemen: ProRail, statutair gevestigd te Utrecht, verwerende partij, advocaat mr. S. Vermeulen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in de hoofdzaak tussen Dura Vermeer en ProRail, producties 1 tot en met 11 van Dura Vermeer,- een productie van ProRail,- de incidentele conclusie houdende een verzoek tot tussenkomst subsidiair voeging van Strukton, de mondelinge behandeling van 15 juli 2014, de pleitnota van Dura Vermeer, de pleitnota van ProRail,- de pleitnota van Strukton. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Deze zaak gaat over de niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure die ProRail heeft uitgeschreven voor de uitvoering van het project “SAAL”: Infrawijzigingen korte termijn (2013-2016) Flevolijn (hierna: de opdracht). 2.2. Op deze aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsreglement Nutssectoren 2013 (ARN 2013) van toepassing. 2.3. Er zijn door ProRail vijf partijen, onder wie Dura Vermeer en Strukton, geselecteerd om een aanbieding te doen. 2.4. Aan deze partijen is de door Dura Vermeer als productie 3 in het geding gebrachte aanbestedingsleidraad verstrekt. 2.5. De aanbestedingsleidraad is in zes hoofdstukken onderverdeeld, te weten:hoofdstuk 1: Omvang en werkwijze van de aanbesteding,hoofdstuk 2: De aanbestedingsprocedure,hoofdstuk 3: Aanbiedingsfase,hoofdstuk 4: Gunningsfase,hoofdstuk 5: Aanvullende voorwaarden,hoofdstuk 6: Bijlagen aanbestedingsleidraad. 2.6. In de aanbestedingsleidraad is in paragraaf 2.2 bepaald dat de aanbiedingen uiterlijk op 15 april 2014 om 10.00 uur via TenderNed moeten worden ingediend. Verder is in de aanbestedingsleidraad – voor zover voor de beoordeling van deze zaak van belang – het volgende vermeld: “(…)3.3.1 De aanbesteding(…)Uw aanbieding dient volledig en rechtsgeldig ondertekend vóór het in paragraaf 2.2. genoemde tijdstip te zijn ingediend via TenderNed. (…)(…)In afwijking van artikel 18.5 van het ARN2013 dienen alle in paragraaf 3.3.2. genoemde gegevens direct bij de aanbesteding te worden verstrekt.(…)3.3.2 In te dienen documentenDe aanbieding wordt ingediend via TenderNed. (…) Bij de volgende criteria dienen deze bijlagen te worden geüpload: • Prijs (…)• CO2-prestatieladder: ° Indien gegadigde in het bezit is van een CO2-bewustcertificaat, een kopie van het certificaat, om in aanmerking te komen voor de fictieve korting op de inschrijfsom(…). 4Gunningsfase4.1 GunningscriteriumHet gunningscriterium is de economisch meest voordelige aanbieding. De economisch meest voordelige aanbieding is de aanbieding met de laagste evaluatieprijs. De evaluatieprijs wordt als volgt berekend: Inschrijfsom : €…………..CO2-bewustkorting : €…………..-Veiligheidsbewustkorting1 : €…………..Correctie prestatiemeting1 :€ …………..-----------------------------------------------------Evaluatieprijs : €…………... (…) Toelichting gunningscriterium correctiefactor, CO2- en veiligheidsbewustkorting De voor een inschrijver vast te stellen fictieve korting wordt berekend aan de hand van de score op de CO2-prestatie- en/of veiligheidsladder, welke als niveau wordt aangegeven op het betreffende Certificaat. In onderstaande tabel staat per Certificaat-niveau (trede) het fictieve kortingspercentage aangegeven. Trede CO2-bewustkorting Veiligheidsbewustkorting 5 10% (…) 4 7% (…) 3 4% (…) 2 2% (…) 1 1% (…) Om in aanmerking te komen voor de fictieve korting dient de inschrijver een kopie van het betreffende Certificaat in te dienen bij de inschrijving. Alleen Certificaten die geldig zijn op de datum van de aanbesteding worden in behandeling genomen. In geval van een combinatie moeten alle combinanten een kopie van het betreffende Certificaat indienen bij de inschrijving. Bij berekening van de evaluatieprijs wordt uitgegaan van het Certificaat van de combinant met de laagste trede op de respectievelijke ladder. Indien een gegadigde in de aanbestedingsprocedure een beroep heeft gedaan op de geschiktheid en bekwaamheid van één of meerdere genomineerde onderopdrachtnemers, moet de inschrijver zowel een kopie van het betreffende Certificaat van zichzelf als die van de genomineerde onderopdrachtnemers(s) indien bij de inschrijving. In het geval van een inschrijving met genomineerde onderopdrachtnemer(s) geldt dat bij de berekening van de evaluatieprijs wordt uitgegaan van het Certificaat met de laagste trede op de respectievelijke ladder. Er wordt geen kortingspercentage toegekend indien niet wordt voldaan aan het bovenstaande. 1. In tegenstelling tot de melding in TenderNed tijdens de selectie, zijn de gunningscriteria Veiligheidskorting en correctie prestatiemeting niet van toepassing op deze aanbesteding.(…)4.3. Verzoek tot opheldering (VTO)Indien ProRail onduidelijkheden aantreft in de aanbieding kan een verzoek tot opheldering (VTO) worden verstuurd aan de inschrijver. De inschrijver dient dit verzoek afdoende te beantwoorden. (…).”. 2.7. Het CO2-bewustkortingscertificaat wordt verleend door daartoe gecertificeerde bedrijven. De Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (hierna: SKAO) zorgt onder meer voor het beheer van dit certificaat. 2.8. Dura Vermeer heeft tijdig haar aanbieding ingediend en heeft daarbij gebruik gemaakt van een genomineerde onderopdrachtnemer, te weten Movares Nederland B.V. (hierna: Movares). 2.9. Dura Vermeer heeft haar CO2-bewustcertificaat en die van Movares als productie 4 en 5 in het geding gebracht. Het certificaat van Dura Vermeer is op 24 februari 2014 door een daartoe gecertificeerde onderneming afgegeven en is geldig tot 21 maart 2017. Het certificaat van Movares is op 29 maart 2014 door een daartoe gecertificeerde onderneming afgegeven en is geldig tot 28 maart 2017.Beide certificaten vermelden als niveau trede 5. 2.10. Dura Vermeer heeft bij haar aanbieding wel haar eigen CO2-bewustkortingscertificaat bijgevoegd, maar niet dat van Movares. 2.11. Bij brief van 16 mei 2014 heeft ProRail aan Dura Vermeer bericht dat zij voornemens is de opdracht aan Strukton te gunnen, omdat Strukton de economisch meest voordelige aanbieding heeft gedaan. Zij heeft dit in tabelvorm als volgt toegelicht: Uw aanbieding Economisch meest voordelige aanbieding Inschrijfsom € 28.882.000,- € 31.430.000,- Korting CO2-prestatieladder 0% 10% Evaluatiebedrag € 28.882.000,-- € 28.287.000,- 2.12. Bij brief van 20 mei 2014 heeft Dura Vermeer aan ProRail bericht bezwaar te hebben tegen deze voorlopige gunningsbeslissing. Zij heeft daarbij aan ProRail toegelicht dat zij van mening is dat ProRail haar in de gelegenheid (had) moet stellen om het certificaat van Movares (alsnog) te verstrekken. 2.13. Bij e-mailbericht van 28 mei 2014 heeft ProRail op dit bezwaar gereageerd en zich – kort gezegd – op het volgende standpunt gesteld.Uit paragraaf 4.1 van de aanbestedingsleidraad volgt duidelijk dat wanneer een gegadigde een beroep heeft gedaan op de geschiktheid en bekwaamheid van één of meerdere genomineerde onderopdrachtnemers, de inschrijver zowel een kopie van zichzelf als van de genomineerde onderopdrachtnemer moeten indienen bij de inschrijving en dat geen kortingspercentage wordt toegekend indien hieraan niet wordt voldaan. ProRail zou in strijd handelen met de beginselen van aanbestedingsrecht als zij Dura Vermeer zou toestaan om in strijd met het bepaalde in de aanbestedingsleidraad, later alsnog de bij de inschrijving voorgeschreven maar ontbrekende documenten in te dienen.2.14. Dura Vermeer heeft daarna nog een (informeel) overleg gehad met ProRail. In het kader van dit overleg heeft zij de door ProRail als productie in het geding gebrachte e-mailcorrespondentie aan ProRail verstrekt. Het betreft een e-mailwisseling van 11 mei 2014 tussen Arnout van den Bosch en Koene Talsma, beiden werkzaam bij Dura Vermeer. Deze e-mail luidt, voor zover voor de beoordeling van deze zaak van belang, als volgt: “ Naar aanleiding van ons gesprek van afgelopen vrijdag hierbij mijn analyse van de problemen rond het CO2-certificaat van Movares in de aanbesteding OV SAAL Almere. Nu Dura Vermeer in de preselectie een beroep heeft gedaan op Movares als genomineerde onderaannemer had Dura Vermeer bij inschrijving niet alleen het eigen CO2-certificaat maar ook het CO2-certificaat van Movares moeten indienen.(…)Zoals gezegd kunnen we ook betogen dat het niet-indienen van het CO2-certificaat van Movares reparabel is. Het toeval wil dat in 2012 een kort geding is gevoerd tussen Strukton en ProRail over een vergelijkbaar geval (…), waarbij Strukton gelijk kreeg van de rechter. In dat geval was Strukton vergeten het CO2-certificaat van Oranjewoud (als genomineerde onderopdrachtnemer) bij inschrijving toe te voegen. Toen was in de aanbestedingsstukken echter nog niet duidelijk te lezen dat het CO2-certificaat bijgevoegd moest worden en was nog niet duidelijk genoeg wat het gevolg zou zijn als dit certificaat niet zou worden bijgevoegd. (…)ProRail zal, doordat de Aanbestedingsleidraad nu in deze aanbesteding wel duidelijk is, niet verplicht kunnen worden alsnog het CO2-certificaat van Movares op te vragen, maar wel wordt duidelijk dat ProRail geen (of slechts gering) risico loopt door dit alsnog te doen. De volgende twee argumenten gelden immers ook in dit geval:1) Het opvragen van het certificaat is niet in strijd met het concurrentiebeginsel aangezien het certificaat door een onafhankelijke instelling wordt afgegeven en Dura Vermeer daar geen invloed op kan uitoefenen;2) Het opvragen van het certificaat kan niet worden aangemerkt als onderhandelen, maar slechts als verduidelijking van de inschrijving teneinde de evaluatieprijs te kunnen berekenen.”. 3De vorderingen 3.1. Dura Vermeer vordert dat ProRail bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:primair, wordt geboden om de opdracht aan Dura Vermeer te gunnen, althans wordt verboden de opdracht te gunnen aan Strukton of aan enig ander dan Dura Vermeer, voor zover zij de opdracht nog in de markt wenst te zetten, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,subsidiair, wordt verboden de opdracht aan Strukton of enig ander te gunnen en wordt geboden om Dura Vermeer alsnog in de gelegenheid te stellen om het certificaat van Movares in te dienen én vervolgens, met inachtneming van dit certificaat, tot een herbeoordeling van de ontvangen inschrijvingen over te gaan, dit met inachtneming van het in deze zaak te wijzen vonnis, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,meer subsidiair, wordt verboden de opdracht aan Strukton of enig ander te gunnen en wordt geboden tot herbeoordeling van de ontvangen inschrijvingen over te gaan, dit met inachtneming van het in deze zaak te wijzen vonnis, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom,uiterst subsidiair, wordt verboden de opdracht aan Strukton of enige ander te gunnen en wordt geboden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en voor zover ProRail de opdracht nog in de markt wenst te plaatsen deze opnieuw aan te besteden conform de toepasselijke aanbestedingsrechtelijke regels, dit op straffe van verbeurte van een dwangsom.Daarnaast vordert Dura Vermeer dat ProRail wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten. 3.2. Strukton vordert in het incident primair om te mogen tussenkomen in het kort geding tussen Dura Vermeer en ProRail en subsidiair om zich in dat kort geding te mogen voegen aan de zijde van de ProRail. 3.3. Strukton vordert in de hoofdzaak dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, a) Dura Vermeer in haar vorderingen niet ontvankelijk wordt verklaard, althans de vorderingen van Dura Vermeer worden afgewezen, b) ProRail wordt geboden om haar uitgesproken voornemen om de opdracht aan Strukton te gunnen daadwerkelijk tot uitvoering te brengen,c) Dura Vermeer en/of Prorail worden/wordt veroordeeld in de proceskosten. De vordering onder b betreft een voorwaardelijk ingestelde vordering, in die zin dat Strukton dit alleen vordert wanneer dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor het toewijzen van haar (incidentele) vordering tot tussenkomst zou zijn vereist. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling In het incident 4.1. De primaire incidentele vordering van Strukton om in het kort geding tussen Dura Vermeer en ProRail te mogen tussenkomen is, nadat alle partijen zich daarover hebben kunnen uitlaten en aan de voorzieningenrechter te kennen hebben gegeven daartegen geen bezwaar te hebben, tijdens de mondelinge behandeling toegewezen. 4.2. Tijdens de mondelinge behandeling is nog geen beslissing genomen over de proceskosten in het incident. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om deze kosten te compenseren in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten in het incident draagt. In de hoofdzaken 4.3. Allereerst zal de primaire vordering van Dura Vermeer worden besproken. Deze vordering strekt ertoe dat ProRail wordt geboden om de opdracht alsnog aan Dura Vermeer te gunnen, voor zover zij de opdracht nog in de markt wil zetten. 4.4. Dura Vermeer legt aan deze vordering – samengevat – het volgende ten grondslag.ProRail heeft Dura Vermeer ten onrechte 0% korting toegekend op het subgunningscriterium “CO2-bewustkorting”. Dura Vermeer heeft aanspraak op de maximale (fictieve) korting van 10% op haar inschrijfsom, hetgeen meebrengt dat zij met een evaluatieprijs van € 25.993.800,-- de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Zowel Dura Vermeer als Movares scoren de voor de 10% korting benodigde “trede niveau 5” op de CO2-prestatieladder. Het feit dat Dura Vermeer bij inschrijving niet het CO2-bewustcertificaat van Movares heeft ingediend, kan er niet toe leiden dat Dura Vermeer 0% korting toegekend krijgt. Primair, omdat dit certificaat – gelet op het bepaalde in 3.3.1 en 3.3.2 van de aanbestedingsleidraad bezien in relatie met het bepaalde in artikel 18.5 ARN 2013 – niet al bij de inschrijving hoefde te worden ingediend, maar (ook) kon worden ingediend binnen twee dagen na een daartoe strekkend verzoek van ProRail. Subsidiair, omdat sprake is van een geringe omissie, welke gelet op de vaste jurisprudentie kan worden hersteld. ProRail is gelet op de aanbestedingsbeginselen bovendien verplicht om Dura Vermeer in de gelegenheid te stellen om deze geringe omissie te herstellen. 4.5. ProRail en Strukton voeren hiertegen verweer. 4.6. De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende. 4.7. Vooropgesteld wordt het volgende.Volgens vaste rechtspraak (HvJ 29 april 2004, zaak C-496/99 PbEG 2004 C 118 (Succhi di Frutta) en HR 4 november 2005, NJ 2006, 204) kent het aanbestedingsrecht twee centrale beginselen: het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel. Het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offerte gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen interpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Dat brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt, zoals de selectiecriteria. 4.8. Allereerst is aan de orde de beantwoording van de vraag wanneer het CO2-bewustcertificaat van de onderopdrachtnemer moest worden ingediend. Diende dit certificaat te worden ingediend – zoals Dura Vermeer betoogt – binnen uiterlijk twee dagen na het daartoe strekkende verzoek van ProRail of – zoals ProRail en Strukton betogen – bij de inschrijving. 4.9. Als uitgangspunt geldt – zoals Dura Vermeer aanvoert – dat wanneer het bestek of de nota van inlichtingen de indiening van meer gegevens verplicht stelt dan door middel van het inschrijvingsformulier kunnen worden ingediend, de inschrijver verplicht is om die gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee dagen na een zodanig verzoek van het speciale-sectorbedrijf in te dienen. Dit volgt immers uit artikel 18.5 ARN 2013. 4.10. Dit lijdt echter uitzondering wanneer daarover in de aanbestedingsstukken een andersluidende regeling is opgenomen. 4.11. Uit het bepaalde in 3.3.1 bezien in relatie met het bepaalde in 3.3.2 van de aanbestedingsleidraad volgt duidelijk en ondubbelzinnig dat de gegadigde – in afwijking van het bepaalde in artikel 18.5 ARN 2013 – bij zijn inschrijving een kopie van zijn CO2-bewustcertificaat dient te voegen en dat wanneer hij dit niet doet hij niet in aanmerking komt voor de fictieve korting op de inschrijfsom. Tussen partijen bestaat hierover overigens ook (terecht) geen discussie. 4.12. Dura Vermeer kan niet worden gevolgd in haar stelling dat een behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver zal hebben begrepen dat alleen stukken die in 3.3.2 van de aanbestedingsleidraad staan vermeld een afwijking op de in artikel 18.5 ARN 2013 neergelegde hoofdregel betreffen. Dat staat er simpelweg niet. 4.13. In 4.1 van de aanbestedingsleidraad is duidelijk en ondubbelzinnig vermeld dat wanneer een gegadigde in de aanbestedingsprocedure een beroep heeft gedaan op de geschiktheid en bekwaamheid van één of meerdere genomineerde onderopdrachtnemer(s), hij bij zijn inschrijving ook een kopie van het CO2-bewustcertificaat van de genomineerde onderopdrachtnemer(s) moet indienen en dat geen kortingspercentage wordt toegekend indien hij dat niet doet. Hoewel dit er niet uitdrukkelijk bij is vermeld, is dit eveneens in afwijking van de in artikel 18.5 ARN 2013 neergelegde hoofdregel. 4.14. Het zou uit oogpunt van structuur wellicht beter en (nog) helderder zou zijn geweest wanneer ook in 3.3.2 – en dus niet alleen in 4.1. – van de aanbestedingsleidraad was vermeld dat het CO2-bewustcertificaat van de genomineerde onderopdrachtnemer(s) bij de inschrijving moest worden ingediend, maar de enkele omstandigheid dat dit niet is gebeurd, is ontoereikend om de door Dura Vermeer verdedigde conclusie te dragen dat het aannemelijk is dat een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver zal hebben begrepen dat hij bij zijn inschrijving alleen zijn eigen CO2-bewustcertificaat diende in te leveren en dat hij het CO2-bewustcertificaat van de door hem ingeschakelde onderopdrachtnemer(s) pas zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 2 dagen na een daartoe strekkend verzoek van ProRail diende te verstrekken. Daarbij wordt (nog) het volgende in aanmerking genomen. 4.14.1. Van een behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver mag worden verwacht dat hij de aanbestedingsleidraad in zijn geheel leest en bestudeerd. 4.14.2. De aanbestedingsleidraad beslaat in dit geval in totaal slechts twaalf pagina’s, waaronder een voorblad, een inhoudsopgave en een overzicht van de bijlagen. Deze pagina’s zijn bovendien niet volledig met tekst zijn gevuld. Het betreft derhalve – zoals Strukton ook aanvoert – een overzichtelijk en niet omvangrijk stuk. 4.14.3. Een normaal oplettende inschrijver zal – zoals Strukton betoogt – vooral ook bijzondere aandacht hebben voor het gunningscriterium. In dit geval is het gunningscriterium zeer overzichtelijk; het bestaat slechts uit twee elementen, namelijk de prijs en de CO2-bewustkorting. Het is aannemelijk dat de inschrijver in dit geval zijn aandacht vooral zal hebben gericht op het (sub)gunningscriterium CO2-bewustkorting. Daarmee viel immers een fictieve korting op de inschrijfprijs te behalen. 4.14.4. Uit het voorgaande volgt dat in 4.1 van de aanbestedingsleidraad duidelijk en ondubbelzinnig is vermeld dat het CO2-bewustcertificaat van de genomineerde onderopdrachtnemer(s) bij de inschrijving moest worden ingediend. 4.14.5. Er zit slechts één, voor ongeveer ¼ gedeelte beschreven, pagina tussen de pagina waarop de paragrafen 3.3.1 en 3.3.2 zijn vermeld en de pagina waarop paragraaf 4.1 van de aanbestedingsleidraad is vermeld. 4.14.6. Het is gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, dan ook aannemelijk dat een redelijk oplettende inschrijver zal hebben begrepen dat hij zijn eigen CO2-bewustcertificaat en die van zijn onderopdrachtnemer bij de inschrijving moest indienen en dat wanneer hij dit niet zou doen er geen fictieve korting op zijn inschrijfprijs zou worden toegepast. 4.14.7. Daarbij komt nog dat – zoals ProRail ook betoogt – de interne e-mail van Dura Vermeer, zoals gedeeltelijk geciteerd in 2.14, erop wijst dat Dura Vermeer dat ook zo heeft begrepen. De stelling van Dura-Vermeer dat aan deze interne e-mail geen waarde kan worden toegekend, omdat deze is opgesteld door personen die niet bij de aanbestedingsprocedure betrokken zijn geweest en geen verstand daarvan zouden hebben, komt de voorzieningenrechter ongeloofwaardig voor. Vaststaat immers dat Dura Vermeer deze e-mail in een kader van een overleg met ProRail vrijwillig en uit eigen beweging aan ProRail heeft verstrekt. 4.15. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het CO2-bewustcertificaat van de onderopdrachtnemer bij de inschrijving moest worden ingediend. 4.16. Vaststaat dat Dura Vermeer het certificaat van haar onderopdrachtnemer, Movares, niet bij haar inschrijving heeft ingediend. ProRail heeft gelet op het bepaalde in paragraaf 4.1 van de aanbestedingsleidraad dan ook, in beginsel, terecht geen fictieve korting toegepast. 4.17. Vraag is echter of – zoals Dura Vermeer betoogt – sprake is van een voor herstel vatbare omissie, en zo ja of ProRail kan worden verplicht om Dura Vermeer in de gelegenheid te stellen deze omissie te herstellen. 4.18. Algemeen uitgangspunt is dat de aanbestedende dienst bij de beoordeling van de inschrijving(en) moet uitgaan van de inschrijving(en) zoals die bij het sluiten van de inschrijvingstermijn is (zijn) ontvangen. De onder 4.7. genoemde beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. 4.19. Volgens vaste rechtspraak (recentelijk HvJ EU 29 maart 2012, zaak C-599/10/ SAG) kan in uitzonderlijke gevallen evenwel een uitzondering op dit uitgangspunt worden gemaakt en kunnen inschrijvingen worden verbeterd of aangevuld, met name omdat deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. Het verzoek tot herstel moet verder aan de volgende voorwaarden voldoen: - in de uitoefening van voormelde beoordelingsbevoegdheid moet de aanbestedende dienst de verschillende gegadigden gelijk en op loyale wijze behandelen; - het verzoek om nadere toelichting mag slechts worden gedaan nadat de aanbestedende dienst kennis heeft genomen van alle inschrijvingen; - het verzoek moet op vergelijkbare manier worden ingericht aan alle ondernemingen die in dezelfde situatie verkeren, en - het verzoek moet alle punten van de inschrijving behandelen die onnauwkeurig zijn of niet overeenstemmen met de technische specificaties van het bestek. Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van een ontbrekend stuk dat of ontbrekende informatie die op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, zaaknummer C-336/12/Manova). 4.20. In dit verband wordt nog overwogen dat ProRail en Strukton niet kunnen worden gevolgd in hun stelling dat het Manova-arrest, gelet op rechtsoverweging 40 en meer in het bijzonder de daarin vermelde zinsnede: “Een aanbestedende dienst dient immers nauwgezet de door hemzelf vastgestelde criteria in acht te nemen”, aldus moet worden uitgelegd dat er geen mogelijkheid tot herstel mag worden geboden wanneer in de aanbestedingsstukken aan het verstrekken van de ontbrekende stukken een sanctie is verbonden. Daartoe is het volgende redengevend. 4.20.1. In het Manova-arrest ging het om een niet-openbare aanbestedingsprocedure en meer in het bijzonder om de selectiefase daarvan. 4.20.2. In rechtsoverweging 31 tot en met 37 van het Manova-arrest wordt – kort gezegd – weergegeven dat in het SAG-arrest is overwogen dat het onder de in dat arrest genoemde omstandigheden toelaatbaar kan zijn dat inschrijvingen kunnen worden verbeterd of aangevuld. In rechtsoverweging 38 van het Manova-arrest wordt vervolgens opgemerkt dat deze in het SAG-arrest geformuleerde regel, die betrekking heeft op de door inschrijvers ingediende inschrijvingen, ook kan worden toegepast op inschrijvingsdossiers die worden ingediend in de fase van voorafgaande selectie van gegadigden in een niet-openbare procedure. Vervolgens wordt in rechtsoverweging 39, 40 en 42 het volgende overwogen: “ 39 Derhalve kan de aanbestedende dienst verzoeken de gegevens van een dergelijk dossier gericht te verbeteren of aan te vullen, voor zover dat verzoek betrekking heeft op gegevens, zoals de gepubliceerde balans, waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn om deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure. 40 Evenwel moet worden gepreciseerd dat dit anders zou zijn indien volgens de aanbestedingsstukken het ontbrekende stuk of de ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt. Een aanbestedende dienst dient immers nauwgezet de door hemzelf vastgestelde criteria in acht te nemen (zie in die zin arrest van 29 april 2004, Commissie/CAS Succhi di Frutta, C‑496/99 P, Jurispr. blz. I‑3801, punt 115). “. 42 Gelet op een en ander dient op de prejudiciële vraag te worden geantwoord dat het beginsel van gelijke behandeling aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet ertegen verzet dat een aanbestedende dienst na afloop van de inschrijvingstermijn om deel te nemen aan een overheidsopdracht een gegadigde verzoekt documenten over te leggen waarin diens situatie wordt beschreven, zoals de gepubliceerde balans, en waarvan objectief kan worden vastgesteld dat zij dateren van voor het einde van de inschrijvingstermijn om deel te nemen aan een aanbestedingsprocedure, voor zover de stukken van die aanbesteding niet uitdrukkelijk de overlegging ervan voorschreven op straffe van uitsluiting van de inschrijving. Een dergelijk verzoek mag niet ten onrechte in het voordeel of nadeel zijn van de gegadigde of gegadigden tot wie dit verzoek is gericht.“ 4.20.3. Het voorgaande wijst erop dat de zinsnede “Een aanbestedende dienst dient immers nauwgezet de door hemzelf vastgestelde criteria in acht te nemen” dient als motivering voor de door het HvJ EU aangenomen regel dat er in ieder geval geen gelegenheid tot herstel mag worden geboden wanneer het ontbrekende stuk of de ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt. Deze zinsnede heeft dus geen zelfstandige betekenis. Ook het feit dat deze zinsnede – zoals blijkt uit punt 42 van het arrest – niet terugkomt in de uiteindelijke beantwoording van de prejudiciële vraag, biedt daarvoor een sterke aanwijzing.4.21. Vaststaat dat op het niet bij de inschrijving verstrekken van het CO2-bewustcertificaat van de onderopdrachtnemer niet als sanctie staat “uitsluiting van inschrijving”. Het is aannemelijk dat aan de voorwaarden zoals geformuleerd in het SAG-arrest is voldaan.Het alsnog door Dura Vermeer verstrekken van het CO2-bewustcertificaat van Movares leidt er – anders dan ProRail en Strukton menen – niet toe dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld. Het ontbreken van het CO2-bewustcertificaat van Movares heeft in dit geval niet tot uitsluiting van de inschrijving van Dura Vermeer geleid, maar tot het niet toekennen van de fictieve kortingsprijs, waarop zij wel recht zou hebben gehad wanneer zij het certificaat bij de inschrijving had ingediend.Het na de inschrijving indienen van het CO2-bewustcertificaat van Movares brengt dan ook geen inhoudelijke wijziging van de inschrijving van Dura Vermeer met zich mee. De inschrijving van Dura Vermeer blijft hetzelfde, alleen de uitkomst wordt anders doordat gelet op het feit dat Movares CO2-bewustcertificaat alsnog fictieve korting op de inschrijfprijs wordt toegekend. De inschrijfprijs op zichzelf verandert dus niet. Daarbij wordt nog in aanmerking genomen dat het CO2-bewustcertificaat een objectief document betreft en dat het certificaat van Movares voor de inschrijfdatum door een daartoe gecertificeerd bedrijf is verleend. 4.22. Het is gezien het voorgaande voldoende aannemelijk dat ProRail Dura Vermeer in de gelegenheid mag stellen om haar omissie te herstellen, in die zin dat zij in de gelegenheid wordt gesteld om het CO2-bewustcertificaat van haar onderopdrachtnemer, Movares, alsnog te verstrekken. 4.23. Het is vervolgens de vraag of ProRail daartoe ook – zoals Dura Vermeer betoogt en ProRail en Strukton betwisten – kan worden verplicht. 4.24. In de aanbestedingsleidraad is – anders dan Dura Vermeer aanvoert – geen herstelmogelijkheid opgenomen. Artikel 4.3 van de aanbestedingsleidraad biedt ProRail weliswaar de mogelijkheid een verzoek tot opheldering te doen als zij onduidelijkheden in de aanbieding aantreft. Van een onduidelijkheid is in dit geval echter geen sprake. Het is dus niet zo dat ProRail op grond van de aanbestedingsleidraad kan worden verplicht om een mogelijkheid tot herstel te bieden. 4.25. De voorzieningenrechter is desondanks van oordeel dat ProRail daartoe toch kan worden verplicht. ProRail heeft niet toegelicht waarom zij Dura Vermeer deze herstelmogelijkheid niet wil bieden, terwijl zij dit, zoals hiervoor is overwogen, wel mag doen op grond van de aanbestedingsbeginselen. Dit heeft tot resultaat dat ProRail de opdracht gaat gunnen aan een opdrachtgever die ongeveer € 3.000.000,-- duurder is dan Dura Vermeer.Dit is niet in overeenstemming met de doelstelling van een aanbestedingsprocedure, namelijk het bevorderen van de concurrentie opdat de aanbestedende dienst daardoor de opdracht kan gunnen aan de voordeligste en kwalitatief beste opdrachtgever. 4.26. Dura Vermeer heeft in het kader van deze procedure het CO2-bewustcertificaat van Movares in het geding gebracht. Niet ter discussie staat dat dit een geldig certificaat is en dat Movares trede 5 heeft. Het certificaat is ook in kopie overgelegd. De uitkomst van de aanbestedingsprocedure is zeker: de economisch meest voordelige inschrijving is van Dura Vermeer en aan haar zal de opdracht moeten worden gegund, indien althans ProRail deze opdracht wil blijven gunnen (in de markt wil blijven plaatsen). De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding dat ProRail zelf nog tot een herbeoordeling overgaat, wat besloten ligt in de subsidiaire en verdere vorderingen. Hij zal de primaire vordering van Dura Vermeer toewijzen. De in verband met deze vordering gevorderde dwangsom zal eveneens worden toegewezen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat ProRail geen verweer tegen het opleggen van deze dwangsom heeft gevoerd. 4.27. ProRail zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dura Vermeer worden begroot op: - dagvaarding € 77,52 - griffierecht 608,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal € 1.501,52 4.28. De door Dura Vermeer gevorderde nakosten zullen op de in de beslissing te noemen manier worden begroot. 4.29. Dit vonnis zal anders dan Dura Vermeer heeft gevorderd niet uitvoerbaar op de minuut worden verklaard, omdat zij daarbij geen belang heeft, aangezien er aan haar een grosse van dit vonnis zal worden verstrekt. 4.30. De vorderingen van Strukton (al dan niet voorwaardelijk) zullen gezien het voorgaande eveneens worden afgewezen. 4.31. Strukton zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van Dura Vermeer worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 816,00 voor salaris advocaat. Dura Vermeer heeft ten opzichte van Strukton geen nakosten gevorderd. 4.32. Strukton zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van ProRail worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op nihil. 5De beslissing De voorzieningenrechter in het incident: 5.1. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij in het incident zijn eigen kosten draagt,in de hoofdzaken: 5.2. gebiedt ProRail om de opdracht aan Dura Vermeer te gunnen, voor zover zij de opdracht nog in de markt wil zetten, 5.3. veroordeelt ProRail om aan Dura Vermeer een dwangsom te betalen van € 1.000.000,-- wanneer zij niet binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis aan de in 5.2. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, 5.4. veroordeelt ProRail in de proceskosten, aan de zijde van Dura Vermeer tot op heden begroot op € 1.501,52, 5.5. veroordeelt ProRail, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Dura Vermeer volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:- € 131,00 aan salaris advocaat,- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, 5.6. wijst het meer of anders door Dura Vermeer gevorderde af, 5.7. wijst de vorderingen van Strukton af, 5.8. veroordeelt Strukton in de proceskosten, aan de zijde van Dura Vermeer tot op heden begroot op € 816,00 aan salaris advocaat, 5.9. veroordeelt Strukton in de proceskosten, aan de zijde van ProRail tot op heden begroot op nihil, 5.10. verklaart dit vonnis wat betreft 5.2. tot en met 5.5, en 5.8 uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Eelkema op 29 juli 2014. type: BvdG/4374 coll: RV
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo zaaknummer / rolnummer: C/08/192686 / KG ZA 16-344 Vonnis in kort geding van 7 december 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZORGBOERDERIJ [X] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, verder te noemen [X] , advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. S.J. Driessen te Utrecht, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ALMELO, zetelend te Almelo, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE BORNE, zetelend te Borne, 3. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DINKELLAND, zetelend te Denekamp, 4. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ENSCHEDE, zetelend te Enschede, 5. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAAKSBERGEN, zetelend te Haaksbergen, 6. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HELLENDOORN, zetelend te Nijverdal, 7. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HENGELO, zetelend te Hengelo, 8. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HOF VAN TWENTE, zetelend te Goor, 9. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE LOSSER, zetelend te Losser, 10. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE OLDENZAAL, zetelend te Oldenzaal, 11. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE RIJSSEN-HOLTEN, zetelend te Rijssen, 12. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE TUBBERGEN, zetelend te Tubbergen, 13. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE TWENTERAND, zetelend te Vriezenveen, 14. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE WIERDEN, zetelend te Wierden, gedaagden, verder ook te noemen de Gemeenten, advocaat mr.

R. Blom te Enschede. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de akte houdende overlegging producties van de zijde van [X] , de producties van de zijde van de Gemeenten, de mondelinge behandeling, de pleitnota van [X] , de pleitnota van de zijde van de Gemeenten. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Op 14 april 2016 heeft de gemeente Enschede namens alle Twentse gemeenten (hierna: de Gemeente) in verband met de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO) en de Jeugdwet een Europese openbare aanbesteding voor de opdracht “Maatwerkvoorzieningen 2017 alle leeftijden (Ondersteuning Zelfstandig Leven, Ondersteuning Maatschappelijke Deelname, Kortdurend Verblijf en Naschoolse Dagbehandeling LVB (tot 18 jaar))” (hierna ook: de aanbesteding) aangekondigd.

Het doel van de aanbesteding is het sluiten van raamwerkovereenkomsten voor de periode van 1 jaar met een optie tot (eenzijdige) verlenging van maximaal tweemaal 1 jaar. 2.2. In de Aanbestedingsleidraad is, voor zover van belang, het volgende opgenomen. “1.1.4 (…) Fase 2 (Selectie fase) In de aanbestedingsleidraad zijn voor deze aanbesteding eisen geformuleerd met betrekking tot inschrijver (selectie-eisen). De aanbestedingsstukken zijn zo opgebouwd, dat iedere vraag als aparte eis is geformuleerd. Inschrijver dient per vraag (eis) aan te geven of inschrijver voldoet aan de betreffende eis.

Bij sommige vragen dient inschrijver ondersteunende bewijsstukken (verklaringen) te uploaden. Indien inschrijver de vraag bevestigend beantwoordt, gaat aanbestedende dienst er vanuit dat inschrijver voldoet aan deze eis. Na het ontvangen van de inschrijvingen worden de inschrijvers beoordeeld op basis van de gestelde selectie eisen. Inschrijver dient alle vragen met ‘Ja’ te beantwoorden, om zo te verklaren dat wordt voldaan aan alle selectie-eisen. In beginsel dient inschrijver op straffe van uitsluiting, te voldoen aan alle selectie-eisen. (…) Indien inschrijver hieronder ‘Ja’ aanvinkt, dan bevestigt hij dat hij akkoord gaat met deze eis. (…)” Social Return On Investment 1.2.23.

Gemeenten hechten grote waarde aan de inschakeling van werkzoekenden en WSW-ers, die onder verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

1. Behoud van werk is de basis.

2. De gecontracteerde opdrachtnemer is verplicht om alle vacatures lager dan HBO (zowel zorg tot en met niveau 4 als facilitair zoals schoonmaak, gebouw- en groenonderhoud) aan te melden bij een centraal aanmeldpunt van Werkplein Twente. Vervolgens antwoordt Werkplein Twente binnen twee weken of zij geschikte kandidaten hebben. Vacatures op HBO-niveau of hoger mogen uiteraard ook gemeld worden bij Werkplein Twente.

3. Samen14 streeft naar 5% social return per inschrijver, dit percentage wordt berekend op basis van de omzet die voortkomt uit de opdrachten uit de raamovereenkomsten die zijn afgesloten met Samen14. Uitzondering hierop is de gemeente Hengelo. Voor deze gemeente geldt dat het percentage van 5% geen streefpercentage is, maar een absolute eis.

4. Uitbesteding van werk (zal overwegend facilitair zijn) aan bedrijven waarvan de formatie tenminste uit 5% medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt bestaat (WW-, WWB-, SW-geïndiceerd, WAJONG) telt mee als invulling van het SROI streefpercentage.

5. De gecontracteerde opdrachtnemer biedt leer-/werkplekken aan, dit kan vanuit de doelgroepen BBL/BOL en VSO/PRO, deze tellen mee in het SROI-percentage.

5. De opdrachtnemer is bereid om te participeren in gemeentelijke initiatieven op het gebied van werkgelegenheid, waaronder bijvoorbeeld het Werkpakt keurmerk. (…) Indien inschrijver hieronder ‘Ja’ aanvinkt bevestigt hij dat hij bovenstaande heeft gelezen en akkoord gaat met deze eis/dit streven. (…)” De Gemeente heeft vraag 1.1.4 en selectie-eis 1.2.23, blijkens de geplaatste vinkjes bij KO bij de nadere informatie over de vraag/selectie-eis als een knock-out (KO)-vraag/selectie-eis aangemerkt. 2.3. [X] biedt dagopvang aan ongeveer 45 senioren die licht dementerend of lichte lichamelijke verzorging nodig hebben. [X] heeft ingeschreven op de aanbesteding. 2.4.

Bij gunningsbeslissing van 29 september 2016 (hierna: de gunningsbeslissing) heeft de Gemeente aan [X] meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor gunning van de opdracht, aangezien zij de KO-vraag 1.2.23 in Negometrix met ‘Nee’ heeft beantwoord. 2.5. Bij brief van 7 oktober 2016 is namens [X] aan de Gemeente verzocht om de gunningsbeslissing in te trekken en [X] in de gelegenheid te stellen het antwoord op selectie-eis 1.2.23 alsnog met ‘Ja’ te beantwoorden en na toezending van de herstelde inschrijving door [X] (alsnog) tot inhoudelijke beoordeling van deze inschrijving over te gaan. 2.6.

Bij brief van 14 oktober 2016 is namens de Gemeente Enschede kort gezegd aan (de advocaat van) [X] meegedeeld dat zij de gunningsbeslissing handhaaft. 2.7. Daarop heeft [X] zich genoodzaakt gezien om dit kort geding in te leiden. 3Het geschil 3.1. [X] vordert samengevat weergegeven -: Primair: I. de Gemeente te gebieden de gunningsbeslissing, waarin haar inschrijving ongeldig is verklaard, in te trekken, en II. de gemeente te gebieden haar inschrijving alsnog in de aanbestedingsprocedure te betrekken en te beoordelen, III. de Gemeente te verbieden om tot definitieve gunning van de raamovereenkomst over te gaan voordat zij haar inschrijving heeft beoordeeld en op basis daarvan tot een nieuwe gunningsbeslissing is gekomen, Subsidiair:

I. de Gemeente te gebieden de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en tot heraanbesteding over te gaan indien zij nog tot gunning wenst over te gaan, In alle gevallen: I. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom, II. de Gemeente te veroordelen in de (na)kosten van dit geding en de wettelijke rente daarover. 3.2. Aan het gevorderde legt [X] - kort gezegd - het volgende ten grondslag. Bij het indienen van haar inschrijving via Negometrix heeft [X] abusievelijk vraag 1.2.23 van de Aanbestedingsleidraad met ‘Nee’ beantwoord. Het spreekt voor zich dat het bedoelde antwoord op deze selectie-eis ‘Ja’ had moeten zijn.

Het abusievelijk onjuist beantwoorden kan niet anders worden gezien dan een kennelijke omissie dan wel fout. Dat [X] aan alle selectie-eisen voldoet blijkt namelijk al uit het bevestigende antwoord op selectie-eis 1.1.4 van de Aanbestedingsleidraad. Zij heeft zich door het indienen van haar inschrijving daarmee namelijk zonder voorbehoud akkoord verklaard met alle voorwaarden van de aanbestedingsprocedure, waaronder begrepen de SROI-eis. De discrepantie tussen selectie-eis 1.1.4 en 1.2.23 kon de Gemeente niet onopgemerkt blijven. Het had dan ook op de weg van de Gemeente gelegen om [X] een herstelmogelijkheid te bieden, of in ieder geval om opheldering te vragen.

Alsdan was het direct duidelijk geweest dat er sprake is van een kennelijke omissie, die zich leent voor eenvoudig herstel. Ter onderbouwing wordt verwezen naar het vonnis van de voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 29 juli 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:4335) en het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maatricht, van 4 september 2014 (ECLI:NL:BLIM:2014:7690). Bovendien laat paragraaf 1.1.4 uitdrukkelijk ruimte voor het passeren van een gebrek als welke [X] wordt verweten. Mede gelet op de aard van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en de daarbij betrokken belangen was de Gemeente ook op grond van de redelijkheid en billijkheid verplicht om [X] gelegenheid te bieden voor herstel.

In dit verband wordt verwezen naar het Advies 67 van de Commissie van Aanbestedingsexperts en het vonnis van de voorzieningenrechter van rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 30 juli 2014 (ECLI:NL:RBMNE:2014:3251). De bevoegdheid tot het bieden van een herstelmogelijkheid geldt in onderhavige procedure te meer, nu het voor de Gemeente eenvoudig verifieerbaar is dat [X] aan deze selectie-eis voldoet. [X] voldoet immers aantoonbaar aan deze eis, omdat deze eis in exact dezelfde bewoordingen eveneens is gesteld in de vorige aanbestedingsprocedure “Maatwerkvoorzieningen 2015”. [X] heeft deze eis toen met ‘Ja’ beantwoord.

Gedurende de looptijd van die raamovereenkomst is er niet door de Gemeente gesteld of zou zijn gebleken dat [X] niet langer aan die selectie-eis zou voldoen. Op grond van de huidige raamovereenkomst doet [X] deze SROI-eis dan ook thans gestand. De Gemeente is derhalve bekend met het feit dat [X] toepassing geeft aan een duurzame invulling van de arbeid. Ook om deze reden had De Gemeente [X] moeten vragen over het onbevestigende antwoord op selectie-eis 1.2.23. Ter onderbouwing wordt gewezen op het vonnis van de voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, 7 mei 2013 (ECLI:NL:RBGEL: 2013:CA3391).

Het alsnog toelaten van [X] tot de raamovereenkomst heeft geen invloed op de concurrentiepositie van de overige contractanten vanwege de omvang, 3.3. De gemeente voert gemotiveerd verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat [X] de selectie-eis 1.2.23 met ‘Nee’ heeft beantwoord. De vraag die in dit kort geding dient te worden beantwoord is of de Gemeente de inschrijving van [X] om deze redenen terecht ongeldig heeft verklaard zonder [X] in de gelegenheid te stellen haar inschrijving op dit punt aan te verbeteren dan wel aan vullen. 4.2.

Algemeen uitgangspunt is dat een aanbestedende dienst moet uitgaan van de inschrijvingen zoals die bij het sluiten van de inschrijvingstermijn zijn ontvangen. De beginselen van gelijke behandeling en transparantie verzetten zich in beginsel tegen de mogelijkheid dat een inschrijver zijn inschrijving nadien nog wijzigt of aanvult. Volgens vaste rechtspraak (HvJ EU 29 maart 2012, nr. C-599/10, SAG) kan in uitzonderlijke gevallen evenwel een uitzondering op dit uitgangspunt worden gemaakt en kunnen inschrijvingen worden verbeterd of aangevuld, met name omdat deze klaarblijkelijk een eenvoudige precisering behoeven, of om kennelijke materiële fouten recht te zetten, mits deze wijziging er niet toe leidt dat in werkelijkheid een nieuwe inschrijving wordt voorgesteld.

Verder moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: - in de uitoefening van voormelde beoordelingsbevoegdheid moet de aanbestedende dienst de verschillende gegadigden gelijk en op loyale wijze behandelen; - het verzoek om nadere toelichting mag slechts worden gedaan nadat de aanbestedende dienst kennis heeft genomen van alle inschrijvingen; - het verzoek moet op vergelijkbare manier worden ingericht aan alle ondernemingen die in dezelfde situatie verkeren; en - het verzoek moet alle punten van de inschrijving behandelen die onnauwkeurig zijn of niet overeenstemmen met de technische specificaties van het bestek. 4.3.

Het maken van een dergelijke uitzondering is echter uitgesloten ingeval van een ontbrekend stuk dat of ontbrekende informatie die op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt (HvJ EU 10 oktober 2013, nr. C-336/12, Manova). Uit dit arrest volgt de regel dat er in ieder geval geen gelegenheid tot herstel mag worden geboden wanneer het ontbrekende stuk of de ontbrekende informatie op straffe van uitsluiting moet worden verstrekt. 4.4. De selectie-eis 1.2.23 betreft een knock-out-eis, zodat reeds op die grond geen gebruik mag worden gemaakt van de mogelijkheid de inschrijving van [X] te laten corrigeren of aanvullen.

Het toestaan van herstel zou er, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, bovendien toe leiden dat een andere (nieuwe) inschrijving wordt ingediend door [X] , hetgeen zich niet verhoudt met het jegens de overige inschrijvers in acht te nemen gelijkheidsbeginsel. 4.5. Uit de omstandigheid dat [X] vraag 1.1.4 met een ‘Ja’ heeft beantwoord, volgt, anders dan zij betoogt, niet dat [X] zich akkoord heeft verklaard met alle door de Gemeente gestelde eisen. In de bedoelde paragraaf staat immers uitdrukkelijk vermeld dat de inschrijver per vraag (eis) dient aan te geven of inschrijver voldoet aan de betreffende eis en dat inschrijver alle vragen met een ‘Ja’ dient te beantwoorden, om zo te verklaren dat wordt voldaan aan alle selectie-eisen.

Door vraag 1.1.4. bevestigend te beantwoorden heeft [X] zich akkoord verklaard met de processtappen en met de eis dat zij per selectie-eis (vraag) dient te aan te geven of zij aan de eis (vraag) voldoet. Het betoog dat er een discrepantie zit in de Aanbestedingsleidraad op grond waarvan [X] een herstelmogelijkheid had moet worden geboden, slaagt derhalve niet. 4.6. De omstandigheid dat in paragraaf 1.1.4. de terminologie “in beginsel” wordt gebezigd, biedt de Gemeente ook geen ruimte om de door [X] gestelde kennelijke fout te passeren en haar een herstelmogelijkheid te bieden, nu selectie-eis 1.2.23 door de Gemeente - anders dan enkele andere vragen/eisen - als een knock-out-eis is aangemerkt. 4.7.

Het betoog van [X] dat zij op grond van de redelijkheid en billijkheid in de gelegenheid moet worden gesteld haar inschrijving te herstellen kan haar niet baten. Het belang dat [X] en haar (potentiële) cliënten hebben bij een herstelmogelijkheid wordt weliswaar onderkend, doch, met inachtneming van het vooroverwogene, is het bieden van een herstelmogelijkheid op grond van de redelijkheid en billijkheid in het onderhavige geval niet aan de orde. In het aanbestedingsrecht gaat het om de vraag of de aanbestedende dienst heeft gehandeld conform de van toepassing zijnde aanbestedingswetgeving en of zij gehandeld heeft conform de algemene beginselen in het aanbestedingsrecht, zoals het gelijkheids- en het transparantiebeginsel.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit in de onderhavige aanbesteding het geval is. 4.8. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [X] zullen worden afgewezen. 4.9. [X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente worden begroot op € 619,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris advocaat.

5De beslissing

De voorzieningenrechter 5.1. wijst de vorderingen van [X] af, 5.2. veroordeelt [X] in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente tot op heden begroot op € 1.435,--, 5.3. verklaart dit vonnis met betrekking tot de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2016. type: coll: