Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBOVE:2016:1001 ECLI:NL:RBOVE:2016:1001 AI generated

ECLI:NL:RBOVE:2016:1001 · Rechtbank Overijssel

Case Number ECLI:NL:RBOVE:2016:1001
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/002021/01 Datum vonnis: 14 maart 2016 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1954 in [geboorteplaats] , nu verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 673.015,00.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 36e Sr; ECLI:NL:RBOVE:2016:1001 · Rechtbank Overijssel: In artikel 578a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat, indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 511c een schikking met de veroordeelde aangaat, hij de termijn bepaalt waarbinnen aan de termen van die schikking moet worden voldaan. Door voldoening aan die termen is, indien de vordering reeds is ingediend, de zaak van rechtswege geëindigd. In het onderhavige geval heeft veroordeelde aan de termen van de met hem getroffen schikking voldaan zodat de rechtbank tot de conclusie komt dat de zaak van rechtswege geëindigd is en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering.

Keywords

AI generated
non-implementation of the offending agreements untimely advance on costs action for price reduction objection to debt enforcement overpaid insurance benefits price fixing

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 36e Sr
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank Overijssel Afdeling Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/002021/01 Datum vonnis: 14 maart 2016 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1954 in [geboorteplaats] , nu verblijvende in PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo. 1De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 673.015,00.

2De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 7 december 2009 en 14 maart 2016. Veroordeelde is op deze terechtzittingen niet verschenen. De raadsman van veroordeelde, mr. R.F. Speijdel is wel op genoemde terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord. Op de terechtzitting van 14 maart 2016 heeft de officier van justitie mr. M.A.E. Schot de vordering gewijzigd in die zin, dat zij heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren omdat veroordeelde aan de met haar getroffen schikking heeft voldaan.

3De beoordeling van de vordering

In artikel 578a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) is bepaald dat, indien de officier van justitie overeenkomstig artikel 511c een schikking met de veroordeelde aangaat, hij de termijn bepaalt waarbinnen aan de termen van die schikking moet worden voldaan. Door voldoening aan die termen is, indien de vordering reeds is ingediend, de zaak van rechtswege geëindigd. In het onderhavige geval heeft veroordeelde aan de termen van de met hem getroffen schikking voldaan zodat de rechtbank tot de conclusie komt dat de zaak van rechtswege geëindigd is en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering.

4De beslissing

De rechtbank: - verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk. Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2016. Mr. Teekman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.